44 blz.
vormgeving: Huug
Schipper
Op waarschijnlijk nog 21-jarige leeftijd
schreef Gerard Reve het verhaal De Laatste Jaren Van Mijn Grootvader. Daarin
portretteerde hij Kornelis Doornbusch, zijn opa van moederskant. Het verhaal
wordt gerekend tot de Eerste Periode van Reves schrijverschap, die loopt van De Ondergang Van De Familie Boslowits uit
1946 tot en met The Acrobat And Other Stories
uit 1956. Een periode die hij in Op Weg
Naar Het Einde als ‘Grijs’ aanduidde. Die kleur vertegenwoordigt een
grauwe, beklemmend-Hollandse sfeer die de adem beneemt.
Meermaals zijn de afzonderlijke werken uit dit
tijdvak geprezen en ze hebben zelfs het predicaat ‘klassiek’ opgespeld
gekregen. Of ze dat zijn, kan louter een lezer bewijzen, elke generatie
opnieuw. Wel is uit het bedoelde tijdvak De Laatste Jaren Van Mijn Grootvader
met afstand de onbekendste en minst bewierookte titel.
Dit was ooit voor mij, als bijna afgestudeerd
neerlandicus, de aanleiding, of kans, om het verhaal te bestuderen. Vertraagd
landde mijn opstel eind 1989, de Muur was net gevallen, in het tijdschrift Bzzlletin. Reve leefde nog. Hij maakte
het mee dat tussen 1998 en 2001 zijn zesdelige Verzameld werk verscheen, in een editie van Nop Maas. In Deel 1 is De Laatste Jaren Van Mijn
Grootvader de openingstekst. Met een titel als van een negentiende-eeuwse
Russische roman luidt dit verhaal dus Reves officiële oeuvre in.
Inmiddels is het 2023. De auteur is al bijna
twintig jaar dood en ik las en schreef nog wat, kocht een computer en kopieerde
het opstel – min of meer mijn debuut – van de Digitale Bibliotheek voor de
Nederlandse Letteren. In mijn auteursexemplaar van Bzzlletin heb ik
bovendien een systeemkaartje aangetroffen waarin mijn handschrift beweert dat
noot 20 ontbreekt in de tijdschriftversie. Tja, volgend leven beter.
Gerard Reves
zesdelige Verzameld werk opent met De
Laatste Jaren Van Mijn Grootvader. Hij schreef dat verhaal waarschijnlijk op
21-jarige leeftijd. Bij de uitbundige ontvangst van Reves vroege werk bleef het
onderbelicht. Dat gegeven was voor Marc Kregting als bijna afgestudeerd
neerlandicus ooit aanleiding om een opstel over het verhaal te maken.
Toen die tekst
verscheen in het letterkundeblad Bzzlletin,
was de Muur net gevallen en leefde Reve nog. Meer dan drie decennia later
herleest Kregting zijn opstel dat min of meer ook zijn debuut was. Wat is er
veranderd, met de reputatie van Gerard Reve, met lezen, met literatuur?
Onherroepelijk wordt de essayist geconfronteerd met zijn jongere ik.
‘een grondige studie’ (…) Eens verslaafd,
altijd verslaafd’ (Frank van Dijl, Tzum)
‘Een fijn essay (…) afgestoft en aangevuld’
(Anton de Goede, Facebook)
‘De Bzzlletin-tekst was nogal
theoretisch/tekst-analytisch, niet echt iets voor een wat groter publiek. In
deze uitgave gaat Kregting veel meer in op de relatie tussen het beschrevene en
de historische realiteit en komt o.a. tot interessante bevindgingen over de
relatie tussen Gerard en Karel’ (Nader
tot Reve)
‘een fascinerend essay (…) omdat Kregting ook
nog eens terugkijkt op zijn eigen eerdere werk (…) Kregting is een heel
precieze schrijver’ (Marc van Oostendorp, Neerlandistiek )
‘Een inspirerende beschouwing (…) Het mooie is
dat Kregting nu niet meer terugschrikt voor een zinloos detail’ (Arjan Peters, Facebook)
‘het verhaal van Reve trekkend binnen het
oeuvre van Kregting, een sociologisch-literair benaderen van leesgedrag (…),
zonder goede lezer geen goede schrijver, en Kregting stond als jonge essayist
pal in de autonomistische richting gekeerd, de rug naar het biografische,
enigszins veranderd is dit nu’ (Johan Velter, sfcdt)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.