maandag 9 februari 2009

Leo Beenhakker (2003)


‘Haben Sie ein Stunde?’

Sinds 10 mei 1940 zijn de betrekkingen tussen Duitsland en Nederland aan de gespannen kant. Hoewel er zo’n vijf jaar later een vredesakkoord werd getekend in aanwezigheid van een Nederlandse prins van Duitsen bloede, bleef het wantrouwen prevaleren. Holland mocht een bloeiende handel aangaan met zijn grote broer en de kazen vlogen met Rudi Carell mee naar het Oosten, het betrof veelal eenrichtingsverkeer. De Volkswagen bijvoorbeeld was naar de heilige overtuiging van velen een gouden kalf dat slechts met lenig gebabbel (‘handig en niet duur’) getolereerd werd.
In de loop der jaren begonnen de kerken leeg te lopen en ontstond er een nieuwe religie: voetbal. Het was met name door dat artikel dat oude wonden opengereten werden. Voor de wereldkampioenschappen in 1974 te Duitsland verkondigde de Hollandse coach Rinus Michels, bijgenaamd De Generaal: ‘Voetbal is oorlog.’ Het toernooi bewees de profetie van deze uitspraak. Met onder nummer veertien de Betondorpse verlosser Johan Cruijff in de gelederen verpulverde Holland, door wat met een goebelsiaanse variant ‘totaalvoetbal’ werd genoemd, de ene tegenstander na de andere, om in de finale, geleid door een geallieerde arbiter, uit zijn roes gewekt te worden door de grote broer. Het schier onoverwinnelijke team oogde behalve blasé vooral vermoeid. Kwade tongen schreven dit toe aan een nachtelijke, door Bild wereldkundig gemaakte sessie bij een overdekt zwembad met autochtone blondines, waar naar verluidt uren durende telefonades met het thuisfront op waren gevolgd. Hoe ook, de West-Duitse administratie profiteerde optimaal van de plots ingetreden zwakte bij het buurland. Dat de wedstrijd was gekanteld door een strafschop, waarover het lijdend voorwerp Hölzenbein later zou bekennen dat hij een schwalbe had gemaakt met als gevolg dat hij nimmer ongestraft, laat staan ongewurgd bij Lobith het buurland zou kunnen binnenvaren, maakte de zaak louter erger. De Koude Oorlog kreeg – naar Oudhollandse traditie ietwat laat – zijn beslag. Toen Cruijff, wiens heerschappij decadente trekken had aangenomen, een paar jaar later bij Ajax het actieve leven op voetbalaarde vaarwel zei, toonde gelegenheidsopponent Bayern München, conform de wetenschap dat Duitsers gevaarlijk zijn tot aan het laatste fluitsignaal, op de afscheidsmis zijn orthodoxie (8-0).
Het duurde tot de Europese kampioenschappen van 1988 dat, opnieuw op vijandige bodem en onder leiding van Michels, de genade kon wederkeren. In de halve finale trof Nederland, bezield door de witte neger Gullit (die hobby had aan de anti-apartheidspolitiek van Nelson Mandela), het vermaledijde Duitsland onder aanvoering van Matthëus (die zich minder met gods woord bezighield dan met het aansmeren van gele kaarten bij de tegenstander). De Ultieme Coach had in Zijn oneindige wijsheid beschikt dat het scoreverloop van de wedstrijd spiegelbeeldig was aan dat van veertien jaar daarvoor. De wereld die Holland heet was te klein. In Amsterdam werden de grachten net niet voorgoed gedempt; de euforie om de bevrijding kreeg elders onder meer haar verdinglichung met het omgooien van Volkswagens van dienst. Wel moest libero Ronald Koeman, nadat hij in de kleedkamer zijn reet afgeveegd had aan het shirt van Olav Thon, nog schuld bekennen bij de Duitse ambassadeur. Was de dooi werkelijk ingetreden?
Een testcase was een partij van Feyenoord, een ploeg die in tactisch opzicht associaties opriep met de wederopbouw, eind 1997 voor de Europacup tegen VFB Stuttgart. Hoe het mogelijk was zal wel altijd een raadsel blijven, maar de Rotterdammers wonnen de uitwedstrijd met 1-3.
Het was bij die gelegenheid dat Feyenoords coach Beenhakker, filtersigaret in de mondhoek, een schuldbewuste vraag van een Duitse televisiejournalist naar de feilen van de heimat-speelstijl beantwoordde met: ‘Haben Sie ein Stunde?’ Het antwoord werd dagenlang op alle netten ten westen van Lobith herhaald. Nederland had er weer een naoorlogse verzetsheld bij.
Dat het Leo Beenhakker was die deze uitspraak deed, wekt geen verwondering. Hij mag met een vooruitziende blik de multifunctionele voetballer Frank Rijkaard ontdekt hebben, voor alles kijkt hij achterom. Beenhakker is cultuurcriticus. In 1942 geboren te Rotterdam beklaagde hij zich bijvoorbeeld over het niveau van het onderwijs bij jongere voetballers die hij tot de ‘patatgeneratie’ rekende. Deze periodisering werd terstond een lemma in alle woordenboeken, en bezorgde de man bijverdiensten als columnist voor Voetbal International (de New York Review of Books in het genre) en als voetbalanalist voor de publieke televisie. Steevast weet hij de kern te raken. Beenhakkers essentie is, niet bepaald onhollands, een ernstige relativering. Negen van de tien zinnen die ergens vanonder zijn enorme, voor elk weertype bestendige haardos vandaan komen, beginnen met ‘Ach’. Flux de bouche zal eveneens ten grondslag liggen aan het feit dat Beenhakker zo’n beetje bij elke ploeg over de wereld (uitgezonderd Duitsland) heeft gewerkt zonder een aansprekend resultaat te halen. Zelfs het Real Madrid van de jaren tachtig wist hij geen Europacup 1 te bezorgen, al gaf hij daar wel ten overstaan van de voltallige Nederlandse pers de bijnaam ‘de beker met de grote oren’ aan. Zelf kwam hij sinds die betrekking Don Leo te heten.
Na een listigheidje van Michels om Cruijff buiten de deur te houden was Beenhakker ook coach van het Nederlands elftal op de Wereldkampioenschappen 1990, dat zich in de identieke samenstelling als in 1988 voornamelijk aan het afvragen was waarom het zonder te spelen de hoofdprijs niet kreeg; Mandela was juist vrijgelaten van Robbeneiland. Met als enig hoogtepunt een fluim van Rijkaard in het gezicht van Völler werd Oranje in de tweede ronde uitgeschakeld – door het inmiddels verenigde Duitsland, uiteraard met de bekende cijfers. Tegen zijn gewoonte heeft Beenhakker hier nooit iets over gezegd, of het zou moeten zijn dat hij dagboekaantekeningen heeft gemaakt die berusten in een verhuisdoos met het nummer dertien. Vermoedelijk bewaart hij de episode voor zijn ongetwijfeld gekruide mémoires die hij in ten minste acht talen aan de man zal brengen.
Don Leo heeft domweg nooit tijd gehad voor resultaten. Zijn voornaamste bezigheid naast de cultuurkritiek was een hengeltje uitwerpen naar de volgende werkgever die hij er telkens van wist te overtuigen bij zijn ‘echte kluppie’ zijn ‘laatste kunstje’ te gaan doen. Hij zei dat afwisselend in de functie van veldtrainer met een ‘verlangen naar een plekkie in de luwte’ dan wel als technisch directeur met ‘heimwee naar het gras toe’. De luttele weken die hij zonder baan doorbracht, vulde hij met ‘lekker vissen in de Vinkeveense plassen’. Nu superviseert Beenhakker het inhoudelijk beleid bij Feyenoords aartsvijand Ajax.
Het heeft me altijd verbaasd dat niemand bij de Verenigde Naties ooit op het idee is gekomen om Don Leo in te huren als vredesonderhandelaar. Het kost een paar centen, maar dan zijn de partijen in elk geval voor enige decennia murw. Desgewenst heeft Beenhakker ook Duits in het pakket. Of het trouwens aan zijn abusieve toeschrijving van het woordgeslacht van stunde lag, vermeldt de geschiedenis niet – feit is dat Feyenoord de heenwedstrijd verloor met 0-3.

De Morgen, 5 februari 2003

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Opmerking: alleen leden van deze blog kunnen een reactie plaatsen.