vrijdag 4 augustus 2017

Gendertaal (2015)


Een persoonlijk voornaamwoord met maatschappelijke impact (in Zweden)

 

Op 15 april verschijnt de herziene editie van het Zweedse woordenboek. Afgelopen zomer, midden in de komkommertijd, raakte één lemma al bekend. Kennelijk is het zo spectaculair dat het nu weer aandacht krijgt. Tussen 13.000 nieuwe Zweedse woorden zal één persoonlijk voornaamwoord schuilgaan: hen. Het wordt ervaren als een pas ontdekte planeet. Misschien is het zoveel aandacht waard, omdat het voor de derde persoon enkelvoud geldt. Daarmee krijgt het oude koppel han en hon, respectievelijk ‘hij’ en ‘zij’, gezelschap van iets bovengeslachtelijks dat ik maar even vertaal met ‘men’.

In vaktermen is dat nieuwe woord genderneutraal. Er valt niet mee te bepalen of iets mannelijk of vrouwelijk is. Dat blijkt geen geringe operatie geweest. Tien jaar hebben Zweedse academici gewikt en gewogen. Aan dat geduld kan zelfs de Oxford English Dictionary niet tippen, laat staan dat laaglands innovatiegeweld een andere dan anekdotische indruk maakt. In dit specifieke geval komt het Nederlands, naast het onpersoonlijke ‘men’, niet verder dan ‘hij of zij’ – een even beleefde als krachteloze verlegenheidsoplossing.

In Zweden voorziet hen al enige tijd in een behoefte. Het is aanlokkelijk hier een persiflage op de wetten van vraag en aanbod in te vermoeden. Wie houdt zich in hemelsnaam met zulke beuzelachtige details bezig? Maar je hoeft geen Zweed te zijn, of in hon een honnepon te horen, om te begrijpen dat er iets meer aan de hand is. Meer ook dan transseksualiteit.

In het Nederlands bestaan er voor de derde persoon enkelvoud vier opties: hij, zij, men en het. Hun verdeling is echter niet evenredig. Dat merk je al wanneer je er een bezittelijk voornaamwoord bij gebruikt. Een vrouw heeft haar neus, terwijl een man en men en een koekjesmonster allen zijn neus hebben. Zowel het quasi-neutrale ‘men’ (dat officieel naar levenden verwijst) als het quasi-neutrale ‘het’ (dat officieel op levenloze dingen verwijst) slokt elke vrouwelijke aanspraak op. Ze blijken een verkapt hij. Meer blauw dan roze: het is even irritant als beschamend dit te moeten vaststellen.

Ik vrees dat ik uit ervaring spreek. Ooit ontwierp ik een gedichtenpersonage, dood vogeltje, waarvoor ik geen geslacht wilde reserveren. Om het vogeltje helemaal onzijdig te houden, zocht ik mijn toevlucht tot een, naar ik meende, nieuw bezittelijk voornaamwoord: ‘Op langer aanhoudende barre momenten denkt dood vogeltje dat alles wat het tegenkomt over het gaat (op hets poedelnaakte situatie van toepassing is).’

Menig lezer vond deze oplossing kunstmatig. Maar ze was goedbedoeld, zij het niet goed genoeg. Tijdens het maken van de poëziebundel betrapte ik me erop dat ik over het personage soms dacht als een mannelijk wezen. En bij interviews sprak ik soms met ‘hij’ en ‘hem’ over dood vogeltje. Taal wreef me in dat ik echt een mannetje bén. Vanuit die positie schep ik niet alleen privé maar ook in het openbaar een vertekende wereld.


Esthetische emancipatie

Mijn verhaspeling bewees bovendien dat natuurlijke veranderingen in taal niet gelijk opgaan met alle gebruikers. In het Nederlands mag het onderscheid tussen mannelijke en vrouwelijke zelfstandig naamwoorden dan wel weggedeemsterd zijn, wanneer we er met een persoonlijk voornaamwoord naar verwijzen gebruiken we spontaner ‘hij’. Is het dan toevallig dat ‘aarde’ altijd exclusief vrouwelijk is gebleven, als iets dat bevrucht en vernield schijnt te mogen worden? Dat die moeder dus zo passief moet blijven dat ze geen zeggenschap heeft?

Er zijn decennia geweest, waarin men zich van deze ongelijkheid pijnlijk bewust was. Waarin men, terecht, verandering wilde die emancipatie heette. Het idee was dat we met onze dagelijkse taal, al gebeurde het onbewust, scheve verhoudingen reproduceerden en dus in stand hielden. In boeken uit die tijd valt het voorstel tot verandering nog te raadplegen. Wanneer er bijvoorbeeld sprake was van ‘de lezer’, dan werd er ineens naar verwezen met ‘hij/zij’.

Erg esthetisch was dat niet, maar juist als onomzeilbare stellingname telde het. Temeer daar tegenstanders, lang voordat de diskwalificatie politiek correct de ronde begon te doen, konden beweren dat de taal wel degelijk een vrouwelijke lezer kende: ‘de lezeres’. Maar dat was nu juist het punt. Hiërarchisch stond die onder ‘de lezer’ (gelet op de geslachtsverhoudingen in de huidige boekenverkoop mag dit blasfemie heten).

Wat minder geduldige auteurs gebruikten bij hun verwijzing naar ‘de lezer’ liever ‘zij/hij’. En sommigen, niet zelden mannen, pontificaal ‘zij’. Dit soort kwesties ontaardt makkelijk in welles-nietesspelletjes over principes, hypocrisie en aanverwante artikelen. Maar een discussie zelf mag evengoed eens emanciperen. Dat maakt het extra prettig dat het Zweeds dit specifieke probleem opgelost heeft door een derde, volwaardig persoonlijk voornaamwoord te introduceren: hen
Als samensmelting van han en hon zou het al sinds de jaren zestig in het Zweeds circuleren. Wel had het woord een feministisch-activistische bijklank en ging het na de protestdecennia roemloos ten onder. Tot hets comeback rond 2000. Nu heeft hen alsnog voldoende geloofwaardigheid verworven om in het woordenboek te komen.

Uiteraard is dat zelf geen neutrale kwestie. Ook dit woord kan niet ontsnappen aan zijn ideologie, in dit geval van gelijkwaardigheid, binnen een breder maatschappelijk project dat crèches en het kleuter- en lager onderwijs insluit. Het project kant zich tegen stereotyperingen. Maar waar tegenwoordig veel grotere woorden als slagroomtaarten in de rondte vliegen om anderen verwijten te maken, is het pragmatisch aandoende hen een verademing. Een daad van burgerzin bijna. In de loop der jaren lijkt de overtuiging weggeëbd dat dit kleine voornaamwoord louter een politiek doel dient.

Want niet alleen de taal is met dit woord gebaat, de gebruiker evenzeer. Is daarmee, om te beginnen in Zweden, alle bijklank ook uitgeluid? Het zou me verbazen wanneer er, behalve natuurlijk vanuit Nederland, geen commentaar op hen zou komen. Sommige exemplaren van de homo sapiens zullen het allicht overdreven vinden of zich wederom niet vertegenwoordigd voelen. Wel is het nog afwachten of het protest wordt gelanceerd vanuit Venus of Mars.


Geschreven voor de website van Weliswaar, 28-3-2015

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Opmerking: alleen leden van deze blog kunnen een reactie plaatsen.