vrijdag 31 mei 2013

Koffie. Een doeboek (2013)


ISBN 978 90 284 2492 0, 400 blz.
Grafische vormgeving Siebe Bluijs



Ik ben genezen. Mijn vertrouwen in de wetenschap stond op en begon te wandelen. Dit na een bericht over linguïstisch onderzoek naar de eerste woorden van Neil Armstrong in 1969 bij het betreden van de maan. Daarbij gaat het niet om de felicitatie die hij volgens apocriefe bronnen aan zijn buurman van weleer richtte, maar om zijn vergelijking tussen mens en mensheid – om de vooruitgang die zou zijn geboekt. Naar nu blijkt was Armstrongs one small step toch niet ‘for a man’ maar ‘for man’. Hij verkleinde zichzelf al vergrotend.
Nog los van het krakkemikkige contact is bij die conclusie rekening gehouden met zijn Ohioaans accent. Lang had men wegens een zacht uitgesproken ‘a’ in de zin een soort gat horen vallen. Maar uit een spectografische afdruk van de originele magnetische tape van de Apollo 11, geoptimaliseerd met de recentste audiotechnieken, bleek daar helemaal geen plaats voor te zijn. Man. In het vuur van het ogenblik had Armstrong door die omissie onbedoeld nadruk gelegd op het verschil met mankind, vreemd genoeg door een equivalent (waar vanaf de aarde lacherig over is gedaan). Hij schiep een bedwelmende ritmische parallellie, tevens de reden waarom de zin soepeltjes in het geheugen plaatsnam.
Hoe kwaliteitsvol de astronaut sprak, kan slechts blijken uit een vergelijking. Bijvoorbeeld met de Tsjech Václav Klaus, president, die vreesde dat zijn land in de Europese Unie zou ‘smelten als een suikerklontje in de koffie’.
Terzijde genas ik van nog een kwaal. Uit zijn lichaamstaal en spraakpatronen is afgeleid dat Armstrong zijn catchphrase spontaan heeft geuit, of tenminste zelf verzonnen. Daarbij was hij goed bij zijn hoofd, wat ter plekke niet gemakkelijk is want zeker daar moet de zon niet te dichtbij zijn. Hij is niet ingefluisterd door zijn opdrachtgever NASA, of desnoods door het Witte Huis. Voor wie een fictieserie als The West Wing aannemelijk acht omdat de plaatselijke Václav Klaus voortdurend tussen pr-mensen en ghostwriters acteert en pas in de tweede jaargang eventjes in beeld komt bij zijn kabinet, is dit lastig om te geloven, maar het is nu bewezen.
Wel bleek ik de vakliteratuur niet goed te hebben bijgehouden. Neil Armstrong was namelijk niet de eerste op de maan. Er zat al een man, de oppasser Piggelmanus. Deze was niet bepaald het zonnetje in huis, want hij verlangde hevig naar koffie. Dat ontdekten ter plekke Piggelmee en Tureluur, verslaggevers en zelf woonachtig in een Keulse pot, die erg veel zin hadden in een bepaalde drank.


Koffie is de enige drug die overal legaal gebruikt wordt. Ze brengt troost, schept gezelligheid, lijmt brokken, maakt wakker en er wordt veel geld mee verdiend. In dit boek vertelt Marc Kregting het grote verhaal van koffie, dat hij op smaak brengt met kleine anekdotes. Wie spreekt van de bekendste boon ter wereld, heeft het over harde dagelijksheid en zijdezachte liefdes. Koffie is een tragikomisch feuilleton dat begint bij de kredietcrisis in 2008 en wordt afgewisseld door polemiek en handige weetjes.
Koffie neemt de lezer mee op een hilarisch avontuur langs gezondheid, politiek en geschiedenis. Ridder Ivanhoe legt uit hoe Starbucks zo groot kon worden. Zelf ontdekt Marc Kregting dat in het beroemdste gedicht uit de Nederlandse literatuur doping wordt gebruikt, en dat in 1950 twee meisjes te Stavoren de koffiemolen hebben begeerd waarmee Anders Breivik zijn bommen maakte. Hadden plots ontploffende Senseo-apparaten daar ook wat mee te maken? En waarom gaf Hugo Claus toch aan Jan en alleman ‘de eerste druk van de Max Havelaar’ cadeau? Soms verandert zelfs cafeïnevrij Engels, hét dialect van de eenentwintigste eeuw, in de allerindividueelste espresso.

‘Verwacht vooral geen klassieke geschiedenis van het kopje troost. Of wat uitleg over hoe je nu best koffie zet, drinkt of maalt. Weet wel dat Kregting je nu en dan in de maling neemt. Tussen alle sérieux in. Of is het andersom?’ (Fred Braekman, Knack)
‘In het zeer origineel vormgegeven boek Koffie dist Marc Kregting talloze anekdotes en weetjes op, die hij op unieke wijze met elkaar verbindt. Koffie is een heerlijke dosis reportages, gedichten, koffiekortingsbonnen, vragen, feuilletons en illustraties met in de hoofdrol koffie in alle soorten en maten.’ (Saskia Balmaekers, Ciaotutti)
‘Kregting heeft er een virtuoze afrekening met het postmodernisme van gemaakt, potsierlijk en humoristisch, in een veelheid van stijlen geschreven. U moet het wel even uitpakken voordat u van zijn stijl, zijn vorm en zijn inhoud kan genieten.’ (CoffeePro)
‘In dit mooie boek brengt Marc Kregting met veel humor het grote verhaal van koffie, met tussendoor anekdotes, quizvragen, gedichten en illustraties. Een aanrader.’ (Dag allemaal)
‘een caleidoscopische verkenning van het koffie-universum (…) een speelse, intrigerende, bijwijlen ongrijpbare collage (…) een boek over alles, dus ook over koffie (…) theedrinkende politici worden tegenover koffiedrinkers geplaatst en ook lekker bij de voornaam genoemd (…) een eenentwintigste-eeuwse Eduard Douwes Dekker (…) dit precieuze en waardevolle doeboek’ (Manuel Duran, Streven)
‘Ideaal salontafelboek, om het ijs te breken met de visite, en om van te genieten.’ (Gazet van Antwerpen)
‘als lezer van de bij vlagen zeer persoonlijke teksten krijg je de indruk dat de schrijver geregeld stevig onder de invloed van koffie verkeerde. Hij is daardoor creatief met koffie, ja, maar ook wel vermoeiend en geregeld flauw.’ (Gooi en Eemlander)
‘Niks kom je te weten over hoe een ristretto zich laat bereiden, waar je koffiebonen het best kunt bewaren of welke melk geschikt is. (…) een eindeloze stroom woorden, met af en toe een lezenswaardig weetje. Kregting schijnt bovendien iets te hebben met de senseo-liefhebbende Geert Wilders en Ulrike Meinhof. Hij komt er zo vaak op terug, dat je je afvraagt: waarom moet ik dit weten? Kregtings voorbeeld Multatuli werd in het negentiende eeuwse Friesland mateloos populair. Zelf moet hij nog even dieper.’ (Jaap Hellinga, Leeuwarder Courant)
‘Hoe vaak hij ook lijkt te herhalen dat het koffie is waar de wereld om draait, de wereld draaide ook al vóór de mensheid in de zeventien eeuw koffie ging drinken. (…) Het mooie is: dit literaire procedé levert verbijsterende verbanden op, die zich vaak op de grens van humor en meligheid bewegen.(…) Boeken zoals Kregtings Koffie – bijeengehouden door een rode draad van kunstzijde – hebben noodzakelijkerwijs een springerig karakter. Buitelen en bokkensprongen, dat werk (…) Men mag rustig zeggen dat Koffie helemaal geurt naar Multatuli’s werken. (…) De overeenkomst ligt in kritische houding jegens tijdsverschijnselen, filosofische afstand, een zeker encyclopedisme (veel feiten en cijfers), genoemde springerigheid. Dat Kregting Multatuli niet in stijl kan evenaren, nu ja, dat lukt ook maar zeer weinigen (…) een van de raarste, meest inspirerende en leukste boeken van de laatste tijd’ (Atte Jongstra, Ons Erfdeel)
‘De veelheid aan onderwerpen is meteen ook wel de grootste zwakte van het boek.(…) “Koffie” bevat zoveel verschillende onderdelen, die samengevoegd zijn zonder echt veel samenhang - behalve dan het feit dat ze allemaal ergens wel iets te maken hebben met het zwarte goedje. (…) Bovendien is het taalgebruik dat Kregting hanteert niet altijd even gemakkelijk om te verwerken, het strookt ergens niet met de lichte samenstelling van het boek. (…) Maar, het boek is doordrongen van een liefde voor koffie, dat valt niet te ontkennen.’ (Sarah Juchtmans, Cutting Edge)
‘Het lijkt op een almanak of een winterboek – maar het is er ook meteen een parodie op. Behalve een boek over koffie is Koffie ook een boek over genres, en over het spelen daarmee. Het speelt daarnaast ook een spel met Max Havelaar. En net als bij Multatuli heeft de afwisseling van al die stemmen een erg levendig en geestig effect. Je kunt het beter ergens openslaan – dan vind je altijd wel iets interessants. Koffie is een duizelingwekkend boek. Het geeft lering en vermaak – en warhoofdigheid. Ik zie te veel invallen om een grote lijn te ontdekken en te veel vermommingen om nog te willen weten wie er zich achter schuilhoudt. Toch blijkt uit alles ook dat Kregting heel goed en soepel kan schrijven, in allerlei genres en in allerlei stijlen. Hij is een stilist, maar nog op zoek naar een onderwerp.’ (Guus Middag, NRC)
‘deze turf is een boeiend en afwisselend boek geworden, dat ook niet perse van a tot z moet gelezen worden maar dat je lukraak kan openslaan. (…) Prima cadeauboek, niet voor op het nachtkastje, maar voor bij de koffie.’ (Roger Nupie, De VVL-Boekhouding)
‘Interessant zijn de essays, de feuilletons en de zogenaamde “lezersreacties”. In de laatste teksten weerlegt de schrijver vooral met feiten de beweringen van zijn alter ego Otto. Als Multatuli’s Pak van Sjaalman een rijke bron met ideeën, verhandelingen, overwegingen, anekdotes en kritische reacties op wat de schrijver in verband brengt met koffie. Zorgvuldig gedocumenteerd in “Aantekeningen en ophelderingen”. Zeer gevarieerde bundel.’ (Gerard Oevering, NBD Biblion)
‘een écht essayboek: dwarsig en zoekend, en over veel meer dan over koffie alleen. (…) Uiteraard kom je allerlei zaken aan de weet over koffie: waar ons bakje troost werd uitgevonden, hoe het aan z’n naam kwam, hoeveel mensen het drinken, wat de heilzame kracht ervan is, wat de bijwerkingen en gevaren zijn (eigenlijk geen, dus laat je niets wijsmaken!). Die facts en figures zijn evenwel slechts het uitgangspunt voor een dieper onderzoek naar de maatschappelijke rol van koffie, de beeldvorming en het discours errond. (…). Dat maakt het een bijzonder rijk en intelligent, maar ook een uitgesproken intellectueel boek (…) een stevig shot cultuurkritiek, stilistisch briljant en gebracht op een prettige, haast Barthesiaanse manier.’ (Carl De Strycker, De Leeswolf)

vrijdag 1 februari 2013

Multatuli (1997-1999, 2006-2013)



‘Begrypen is genot’. Inmenging en versmelting in Max Havelaar



1. Inleiding
Uit literatuur stijgt heel wat commentaar op van vertellers, maar moet die kunst daarbij haar grenzen kennen? Uitspraken over de alledaagse wereld kunnen stokpaardjes van de auteur uitserveren die de vrijheid van interpretatie inperken. Ze verbreken bovendien de verhaallijn en storen zo de suspension of disbelief. Dat ethische en formele kwesties dus onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, blijkt ook uit Max Havelaar of de koffiveilingen der Nederlandsche Handelmaatschappy, Multatuli’s fameuze boek waarvan een eerste uitgave in 1860 verscheen. Aan het slot worden, formeel, de personages uit de plot geveegd. Multatuli neemt de pen op. Hij geeft te kennen wat hij vindt en wat er, ethisch, moet veranderen. Met die intentie, en ik citeer uit de op de dubbel aangevulde uitgave van 1881 gebaseerde editie-Kets (1992), offert hij het voorgaande: ‘Ik vraag geen verschooning voor den vorm van myn boek. Die vorm kwam my geschikt voor ter bereiking van myn doel’ (235).
Max Havelaar dient als middel. Catalogiseert men de tekst als roman, dan wordt hij een roman à thèse. De ‘vorm’ valt te verbinden met de omweg van de fictie, waarin er tussen de vele personages twee, de titelheld en Sjaalman, zijn te identificeren met de auteur. Het boek ambieert een buitenliterair effect: verbetering van de positie van de Javaan én rehabilitatie van Multatuli, nom de plûme van voormalig assistent-resident Eduard Douwes Dekker. Van hem mag na zijn zelf aangevraagde ontslag te Lebak de vigerende situatie op de schop. Het woord moet daad worden, voor die boodschap gebruikt Multatuli kapitalen in de term HOOFDSTREKKING.[1]
Dergelijke machtsmiddelen liggen gevoelig bij wie niets dan de tekst wil onderzoeken. Sötemann hield in zijn bewonderenswaardige studie van Max Havelaar volgens het esthetische dogma van eenheid, complexiteit en intensiteit bewust bij het punt van de buitenliteraire werkelijkheid op. Daarmee ontkende hij haar niet (zijn inleiding bevat zelfs een beknopte schets van de koffiehandel), hij stelde er alleen een andere benadering tegenover. Het was 1966, en Sötemann wilde ruimte scheppen voor een structuralistische literatuurbeschouwing in de Lage Landen (Goedegebuure/Heynders 1996: 67). Als hij bij het slot van Max Havelaar ‘een haast onbehaaglijk reële indruk’ (1966: 106) krijgt, verraadt de opeenvolging van bijvoeglijke naamwoorden onder welke vlag zijn studie geschreven is. Werd daarover al tamelijk snel bericht (Van der Paardt 1978), ondergesneeuwd blijft wat een referentiële ambitie zoals Multatuli die had, met literatuur doet en met de wereld.
Van buitenaf valt alvast te signaleren dat eind 2006, als radertje binnen De canon van Nederland, Max Havelaar toch vereeuwigd is als aanklacht tegen wantoestanden in Indië: ‘Het boek is inmiddels in meer dan 140 talen uitgegeven en werd in 1999 door de Indonesische schrijver Pramoedya Ananta Toer in de New York Times betiteld als “The Book That Killed Colonialism”.’ Interessant, tot in hun nickname, zijn twee virtuele reacties daarop:

Re: Max Havelaar
Ach kijk eens aan! De invloed van de PvdA is weer zichtbaar in de klaslokalen. Nutteloze onzin. Leer die kids maar eens iets over de 80 jarige oorlog; dát was namelijk WEL DEGELIJK belangrijk voor de ontwikkeling van Nederland.
Douwe Egberts op 17 oktober 2006

Re: Max Havelaar
Het boek de Max Havelaar werd al in de klaslokalen besproken voordat de PvdA bestond.
Het verhaal speelt zich af in de periode van het cultuurstelsel.
De Indonesische boren werden gedwongen een deel van hun land te verbouwen met producten waar Nederland veel geld aan kon verdienen.
Boeren moesten harder werken om hun normale voedseloogst daarnaast te kunnen binnenhalen..Wat niet altijd lukte
Ondermeer werd het nederlandse spoorwegnet met deze winsten aangelegd en slavenhouders in de West werden afgekocht hiermee toen eindelijk het verbod op slavernij werd ingesteld..
Het "bezit" van Indonesie is zeer wel een factor geweest in de ontwikkeling van Nederland.. en het hoort bij de vaderlandse geschiedenis.
Te snappen is dat iemand die vooral "nationale trots" zoekt voor het opkrikken van de eigenwaarde liever dit niet wilt horen
Indisch4ever op 18 oktober 2006[2]


Hoewel elk boek diverse interpretaties kan losmaken, liggen de overtuigingen zelden zo ver uiteen als hier. Er staan behalve poëticale opvattingen kennelijk belangen tegenover elkaar, van groepen, wat het des te problematischer maakt om, zoals verknochte lezers doen, te spreken van ‘de Max Havelaar’. Of het nu gaat om automutilatie of kannibalisme, de onophefbare kritische spanning zit natuurlijk al in het slot dat, zoals Vervaeck aangaf,[3] met het opnemen van de pen de pen verbeurd verklaart. Wel is Multatuli’s boek sinds 1988 naamgever van het fairtrademerk, dat in de Googlehiërarchie zelfs vóór zijn bron is gedrongen. Wat is er gebeurd?
In Max Havelaar gaat onverholen stellingname gepaard met expliciete beïnvloeding. Degenen die de moraal van het verhaal moeten concretiseren, worden rechtstreeks toegesproken. Zoals bekend neemt Multatuli bij dat appèl één lezer apart: ‘Want aan U draag ik myn boek op, Willem den derden, Koning, Groothertog, Prins [...] Aan U durf ik met vertrouwen vragen of het uw keizerlijke wil is [...] dat daarginds Uw meer dan dertig millioenen onderdanen worden MISHANDELD EN UITGEZOGEN IN UWEN NAAM?’ (237).
Het lopende verhaal wordt op metaniveau aangepakt. De verteller onthult zich als schepper (auctor) van een andere hoogte, reden waarom sommige theoretici hem vergeleken met een vogel of zelfs met God (een beeld dat Flaubert daarentegen gebruikte voor de door hem nagestreefde onzichtbaarheid van de schrijver[4]). Vanwege deze bemoeienis beseft de lezer dát er een verhaal verteld wordt. Dit gegeven ligt aan elk boek ten grondslag, zij het stilzwijgend. Bezwaarlijk zou dan zijn dat bij vertellersinterventies die afspraak bekrachtigd wordt. Maar bieden ze ook mogelijkheden? En zijn ze wel zo eenduidig als Max Havelaar laat uitschijnen?

2. Enige geschiedenis
Vertellen zonder bemoeienis heet in hedendaagse how-to-write-books wel showing. Het wordt daar onder het motto ‘schrijven is schrappen’ aangeraden boven het afspraakbekrachtigende telling.[5] Die twee termen zijn vanaf het eind van de negentiende eeuw gemeengoed geworden via Angelsaksische prestructuralistische beschouwingen, waarvan die van Percy Lubbock en E.M. Forster misschien de bekendste zijn. Maar ze kennen natuurlijk een duizelingwekkende voorgeschiedenis tot aan mimesis versus diëgesis. Aristoteles stelde consoneren boven dissoneren en prees Homerus omdat deze als epicus zelden zelf op de voorgrond trad.[6] Van Friedrich Schlegel, grondlegger van de romantische ironie, mocht de gesloten verhaalvorm juist met commentaar doorbroken worden. Hij herijkte daartoe het klassieke fenomeen parabasis (bij komedies naar voren stappen en het publiek aanspreken). Letterlijk is parabasis overtreding. Toegepast op de roman ontwaarde Schlegel (1980: 219) een zekere wellust. In een afwisselende literatuur verhield willekeur zich duister tot wetmatigheid en kon de tekst meer genres tegelijk incorporeren.
Max Havelaar dissoneert moedwillig. Dat bewustzijn is verabsoluteerd, doordat het boek een Uitweiding over uitweidingen bevat (132-135). Een vergelijking dringt zich op met het ‘Hoofdstuk over hoofdstukken’ uit Tristram Shandy. De gelijknamige held uit Laurence Sterne’s roman kan niet aaneengeschakeld vertellen. Ongeneeslijk buigt hij af van de verhaallijn. De van commentaar voorziene zijsprong wordt programmatisch. Over het spoor bijster raken – pendelen of vlinderen – verhaalt Tristram het liefst. Als auctor, in de betekenis van aandrijver, heeft hij de gewoonte om zijn vertrekpunt te kiezen ‘op enige afstand van het onderwerp’ (Sterne 1990: 533).
Het verschil met Homerus, die best van uitweiden wist, is dat bij Sterne de zijsprong van commentaar wordt voorzien. Homerus’ uitweidingen blijven echter binnen het verhaal: geprofileerd metabewustzijn is absent. Hooguit wordt de spanning in het verhaal geladen met suspense.[7] Bovendien verraadt de sterniaanse verteller met zijn interventies een didactische inborst. Wie van een bewuste onderbreking in het verhaal kennisneemt, leert onder meer iets over de bedoelingen van de tekst jegens de buitenliteraire werkelijkheid. Het commentaar articuleert een wereldvisie; behalve aandrijver toont de verteller zich, en dat is de bekendste figuur van de auctor, gezagdrager.[8] Tegenstanders van de kunstgreep associëren deze soms met ‘de negentiende eeuw’ die in zijn reguliere ‘gij, lieve lezer’-idioom burgerlijk-conservatief zou zijn.
Meer verifieerbaar is het bezwaar dat openlijk appelleren aan kennis en moraal snel gortdroog wordt. Om met literatuur enigszins te kunnen beïnvloeden, moet er wat leuks bij. In die polariteit is het morele aspect met iets anders omvat. Men spreekt van het nuttige en het aangename, van leringh ende vermaeck of, met Horatius, van het utile en het dulce.[9] In verdunde vorm wint het nuttige aan overtuigingskracht.
Die tactiek is welbewust gevolgd in Max Havelaar. Rond het maken correspondeert Multatuli erover in metaforen die een melange suggereren, geschikt voor consumptie. Notoir is de zinsnede ‘dat ik het publiek iets scherps ingeef in een lekker omhulsel’. Vaker refereert hij aan zijn boek als ‘een drankje dat het publiek inkrijgt zonder het te weten’.[10] Het werkwoord miscere, dat bij Horatius de twee polen koppelt, karakteriseert deze schrijvershouding. Vergelijk Schlegels term ‘Mischung’ die vermengen betekent, al lijkt ‘verenigen’ voor Max Havelaar een adequatere vertaling. Bij ‘vermengen’ is een moraal opgelost (ondergeschikt), terwijl ‘verenigen’ haar, in zelfs laakbare varianten, zelfstandig bestaansmogelijkheid gunt (nevengeschikt). Multatuli’s boek houdt bovendien talloze verhalen bijeen die, tot het slot, bovengronds als losse buizen klaarliggen in plaats van te fungeren als een netjes afgedekt leidingenstelsel.
Vanzelfsprekend zijn ook onbecommentarieerd vertelde en schijnbaar moraalloze boeken tendentieus. Dan zijn, wist de bekende gepensioneerde arts Theodore Dalrymple in zijn openbare cultuurkritische zoektocht naar wereldvisies in literatuur al, de dobbelstenen verzwaard en worden je gevoelens gemanipuleerd. Afwezigheid van inmengingen valt te vergelijken met stille diplomatie, becommentariërend vertellen met een decreet. Nu, ondanks dat Tristram stelt dat schrijven een ander woord is voor converseren, valt hij louter zichzelf in de rede en sticht vooral verwarring. De vaak kolderieke uitweidingen worden het dulce. Maar Max Havelaar wil het lekkere omhulsel laten smelten, het vermaak uiteindelijk aan het nut onderwerpen. De peroratie verijdelt elk misverstand. Multatuli wordt door zijn kunstgreep Dekker. Deze had na voltooiing van het boek al aan zijn Tine bericht over een ‘dubbel doel: verbetering van den boel in Indie, en herstel[11] van mijne positie’ (VW X, 101). ‘Doel’ blijft het sleutelwoord dat het utile insluit.
Misschien is het vermaak bittere noodzaak voor het nut. De Uitweiding over de uitweidingen weet al: ‘begrypen is genot’ (135). Hinderpaal is dan dat niet elke lezer, toen laat staan nu,[12] het dossier-Indië kent. Naast aandrijver en gezagdrager dient de verteller, en dat wordt de laatste gedaante van de auctor, woordvoerder te zijn met referentialiserende verklaringen, in Max Havelaar ‘afwykingen’ geheten. De politiek-sociale materie waarin Multatuli misstanden bespeurt, wordt uitgelegd aan de ‘europesche lezer’ of ‘niet-Indische lezer’ (Woutertje Pieterse zou autoplagiaat plegen door de frase ‘begrypen is genot’ te hernemen en gewagen van een ‘niet-Amsterdamse lezer’).
Fictie moet helpen om feiten onder de aandacht te brengen. Dat is een proces; een te rechte lijn naar de werkelijkheid zou het doel frustreren. Alle verhalen helpen dat bochtenwerk en fungeren als substories die zelfstandig te genieten zijn, wat in het geval van Saïdjah en Adinda tot uiting kwam in bloemlezingen.[13] Vooral beogen ze inductief de misstanden in Indië aan te wijzen. Zo is over de hele linie de link met de te veranderen werkelijkheid gelegd.[14] In die zin kon Dekker na voltooiing van het boek aan Tine gewagen van ‘zóóveel verschillende bestanddelen, en tóch is het één geheel’ (VW X, 45). De eenheid komt voort uit het morele eindpunt van de onderneming, op weg waar naartoe alles bruikbaar is.
Multatuli gaf vóór zijn peroratie dan ook geen eenduidige voorlichting over Indië. Max Havelaar bruist van commentaar bij monde van meer vertellers, wier informatie soms parodistische trekken heeft. Een van hen baseert zich inzake Indië bijvoorbeeld op dominee Wawelaar die zendelingstijdingen heeft ingezien: ‘niemand kan hem dus een grondige kennis der zaken betwisten’ (100). Elke verteller heeft een visie, de visies samen bepalen het effect op de lezer. Eerst moet achterhaald wie de bron van een commentaar is, vervolgens de aard en de inhoud (Booth 1983: 155). Dan kan, zelfs voor de onomwonden Max Havelaar, de moraal van het verhaal misschien scherper worden gesteld.

3. Een onachterhaalbare verteller
Makelaar in koffie Batavus Droogstoppel krijgt van een oude kennis die hij Sjaalman noemt een enorm pak documenten. Daartussen zitten Indië-verhalen, over de in Lebak als assistent-resident gesjeesde Max Havelaar en over koffie. Droogstoppel verordineert zijn verse stagiair Ernest Stern elementen van het Indië-verhaal te recycleren voor koffiveilingen der Nederlandsche Handelmaatschappy. Dit boek over koffie kan hij wegens beursverplichtingen niet zelf maken en wordt in statu nascendi voorgelezen bij theekransjes. Wel komt de makelaar tijdens de genese soms tussenbeide. Aan het slot worden Stern en Droogstoppel, de één wat vriendelijker dan de ander, bedankt voor de vertellende moeite en neemt Multatuli de pen op.
Teruggeredeneerd heeft de extradiëgetische verteller Multatuli de intradiëgetische vertellers Stern en Droogstoppel verzonnen, van wie een niveau lager Droogstoppel in het heden Sjaalman beheert en Stern in het verleden (de intra-intradiëgetische) Havelaar. Als auctores van het commentaar komen derhalve in aanmerking: Droogstoppel, Stern en Multatuli.
Ik zeg echter niets nieuws dat de status van Stern daarbij omstreden is. De achternaam van de man gaat volledig op in zijn voornaam, die een exact anagram is van de schrijver van Tristram Shandy.[15] Wel is Multatuli’s Stern een Duitser. In één dag komt hij met het eerste hoofdstuk op de proppen. Max Havelaar mag meermalen vermelden dat hij in zeer korte tijd goed Nederlands heeft geleerd, zelfs Droogstoppel acht zijn taalbeheersing ‘gebrekkig’, zodat basale fouten moeten worden gecorrigeerd door zoon Frits. Maar ook die weet niets van de Indische materie. In het verhaal wordt dit ondervangen door Sjaalman Stern te laten bezoeken om ‘eenige woorden en zaken’ (34) uit te leggen. Multatuli is zich dus bewust geweest van de geringe geloofwaardigheid van zijn kunstgreep, volgens welke Stern formeel wel de verteller blijft. Deze laat Havelaar bijvoorbeeld gewagen van ‘vergangenheid’ of brengt een dubbele bodem aan in diens conversatiegave: ‘’s Morgens houdt men zich te-zamen – ik weet wel dat dit een germanismus is, maar hoe moet ik het zeggen in ’t hollandsch?’ (115). Anderzijds kunnen germanismen evengoed van de auteur zijn.[16]
Ik geef twee voorbeelden die de illusie moeten wekken dat Stern het Indië-verhaal vertelt. Primo wordt tegen het einde steeds vaker herinnerd aan de papierstapel bij de verteller. De lezer moet daaruit opmaken dat Stern nog aan de arbeid is,[17] kennelijk doet het verhaal anders vermoeden. Secundo rept de eerste inmenging van enig belang in het Indië-verhaal, over torens, over de Dom van Keulen. Wat ligt er meer voor de hand dan dat een Duitser daaraan refereert? Door het wegnemen van misverstanden over de vertellersidentiteit wordt echter misverstand geschapen. Grofweg aan het begin en het eind, de meest significante plekken van het Indië-verhaal, is de tekst beurs vanwege de vermoorde onschuld van een expliciete retoriek. Wie is daar de bron?
Een late passage waarin het verhaal – op dat moment de geschiedenis van Saïdjah en Adinda – onderbroken wordt om de papiermassa te memoreren, gaat aldus:

[...] ik heb stukken voor my liggen... doch neen: liever een bekentenis. Ja, een bekentenis, lezer! Ik weet niet of Saïdjah Adinda liefhad [...] Maar ik weet meer dan dat alles. Ik weet en kan bewyzen dat er veel Adinda’s waren en veel Saïdjah’s, en dat, wat verdichtsel is in ’t byzonder, waarheid wordt in ’t algemeen. [...] Het is myn doel niet, in dit werk mededeelingen te geven als voegen zouden voor een vierschaar die uitspraak te doen had over de wyze waarop ’t nederlandsch gezag in Indie wordt uitgeoefend, mededeelingen die slechts kracht van bewijs zouden hebben voor wien het geduld had die met aandacht en belangstelling doortelezen, zooals niet verwacht kan worden van een publiek dat verstroojing zoekt in zyn lektuur. [...] Maar wat de hoofdzaak aangaat? O, dat ik opgeroepen werde om te staven wat ik schreef! (203-204)


Het eerste hoofdzinnetje kan van Stern zijn, inzake de inhoud van de daarop volgende bijzin (vanaf ‘doch neen’) en alles daarna wordt het heikel. Hooguit heeft Stern het Saïdjah-en- Adinda-relaas ingevoegd en zo enigermate kleur bekend. De geschiedenis eist echter een verlangen naar actie en partijdigheid. Van wie komt deze passage dan? De gedragen toon, inclusief de ‘Het is myn doel’-constructie die pertinenter is dan iets als ‘Ik wil…’, doet de Multatuli van het slot vermoeden.[18] Maar hij kan officieel onmogelijk de bron zijn. Nog niet: tussen personages is, zoals Sötemann het noemde, een schakelwerking van identificaties bezig.
Ik pak nu de andere ingang, de inmenging over de torens:

Het is myn doel niet, vooral niet in het begin van myn vertelling, den lezer lang bezig te houden met het beschryven van plaatsen, landschappen of gebouwen. [...] Al die kasteelen gelyken op elkaar. Onveranderlyk zijn ze van heterogene bouworde. Het corps de logis dagteekent altyd van eenige regeeringen vroeger dan de aanhechtsels die onder dezen of genen lateren koning daarby zyn gevoegd. De torens zyn in vervallen staat... Lezer, er zyn geen torens. Een toren is een denkbeeld, een droom, een ideaal, een verzinsel, onverdragelyke grootspraak. (37-38)

Formeel kan dit uit de koker van één verteller komen, die zichzelf tot de orde roept. Toch zou ik die interruptie raar vinden, omdat het commentaar in de openingsregels een literair statement maakt, terwijl het tweede stuk vanaf ‘Lezer...’ dat onderuithaalt. Waarschijnlijker is dat hier, minstens, een duo vertellers opereert. Het tweede stuk gaat even later over de Dom van Keulen en zal van Stern willen zijn. Voor het achterhalen van de andere bron herbezie ik, na ook daar de ‘Het is myn doel’-constructie te hebben aangewezen, het eerste stuk. De kastelen lijken op elkaar, staan in een traditie van diverse monarchistische regeringen. De torens verkeren in een vervallen staat. Verwijzen ze naar de deplorabele kolonialisatie die zelf, zoals Scheffer (2008) opmerkte, vanaf de eerste handelposten tot ver in de negentiende eeuw een geïmproviseerde onderneming is geweest, door Nederland van Indië, tot aan het heden onder een koning die Multatuli aan het slot oproept? Ik lees de gebruikte vestingstermen in verband met het boek zelf, ook omdat de kastelen van ‘heterogene bouworde’ zijn, net als het pak van Sjaalman. Een paar alinea’s later wordt in een ‘bouwontwerp’ een dichtstuk van graniet gezien, ‘dat luid sprak tot het volk’ (38). Onaangekondigd is de galm van Multatuli niet.[19]
De belangrijkste verteller van en commentator op het Indië-verhaal zal Sjaalman zijn. Toch geeft de notie ‘verteller’ zijn status niet adequaat weer, aangezien zijn commentaar onder toezicht van Stern valt en bijvoorbeeld ook de uitweiding over de torens voor diens rekening is, al baseert hij zich op andermans materiaal dat hij bij de verwoording dan wel weer kan hebben bijgeslepen.[20] Totdat Multatuli de pen opneemt, blijft restloze identificatie van de enige ware Indië-woordvoerder in Max Havelaar per definitie giswerk. (Ik zwijg nog over mogelijke fratsen en censuur van Droogstoppels dochter Marie die het manuscript in het net kopieert.[21])
Max Havelaar is, Michael Bakhtin indachtig, een vat vol stemmen die onmogelijk te herleiden zijn tot hun bron. Ook technisch bestaat ‘de Max Havelaar’ niet. Die triomf van literatuur over op esthetische resultaten beluste lezers wordt uitgespeeld met een extra, door Stern afgedwongen punt in het contract met Droogstoppel over de te maken roman: Sjaalman krijgt een riem papier, een gros pennen en een kruikje inkt.[22] Door alle virtuele kandidaten kan er verwikkeling optreden. Eenmaal zit deze tussen twee verhalen: in de geschiedenis van Saïdjah en Adinda. De jongen gaat langs de plaats Pising ‘waar eens Havelaar woonde, lang geleden’ (193). Met deze toevoeging worden twee losse buizen aaneengekoppeld en is er even een gesloten circuit.

4. Implicaties van een parodie
Vertelschim Stern versterkt slinks de authentificatie, om nog een term van Sötemann te bezigen. Door Sjaalman aangeleverde, historische en morele documenten worden naar verluidt bewerkt. Dit is een vorm van het in de negentiende eeuw tot bloei gekomen fenomeen manuscriptfictie, waarbij de officiële verteller heruitgever is van gefingeerde verhalen. In Max Havelaar is hij meer dan een gesouffleerde biograaf. Er wordt immers uit manuscripten gekozen en, al dan niet geherformuleerd, overgeschreven. Bij het pak zaten dagboeken. Zo moet aannemelijk worden hoe Stern zich kon inleven in de figuur van Max Havelaar die het alter ego van Sjaalman blijkt.[23] De geschiedenis van Saïdjah en Adinda stamt ‘uit de aanteekeningen van Havelaar’ (174). Dan is de laatste stap in het identificatieproces gezet. Sjaalmans pak vormt op zijn beurt de authentificatie van Havelaars in aantekeningen vastgelegde wederwaardigheden. Dat mag manuscriptfictie in de tweede graad heten (in de derde graad voor wie beseft dat de stof allerminst fictief is, waardoor de voor negentiende-eeuwse lezers doorzichtige truc een tournure naar de werkelijkheid maakt[24]).
Stern valt beter te begrijpen uit het soort commentaar dat hem omgeeft. Als man van het schone die ‘een tint van letterkunde over zich heeft’ (30), spreekt hij, dulce, over zijn vertelling.[25] Hij dient Multatuli’s zaak minder dan vertellers van het ware en het goede, die gewagen van geschiedenis. Die term is positief gemarkeerd. Toen tekstbezorger Jacob van Lennep voorstelde uit het manuscript data en namen te schrappen, brieste Dekker althans: ‘maar het is geen roman. ’t Is eene geschiedenis. ’t Is eene memorie van grieven, ’t Is eene aanklagt, ’t Is eene sommatie! En dat alles in den beginne op een roman lijkt, is slechts om ’t ding verkoopbaarder te maken dan verwacht worden kan van iets officieels’ (VW X, 187).[26] Stern is als buffer tussen het goede vertelpersonage Multatuli en het slechte Droogstoppel een zuiver fictieve figuur, terwijl Droogstoppel een exemplarische figuur is, dixit Sötemann. Wat is Multatuli dan? Literatuur als verzonnen wereld opblazend schuilt het authentieke per saldo voor hem aan de correcte kant. Hij verzuipt de manuscriptfictieconventie in het utile.[27]
Wanneer Stern het Indië-verhaal aan het opdissen is en via Sjaalman de nodige referentialiserende verheldering heeft gegeven, onderbreekt Droogstoppel hem. Deze wil immers een boek over koffie. Dan doet Stern drie verbluffende uitspraken. Hij verzoekt te wachten op ‘het slot van de inleiding’, wat een paragnostische voltreffer is aangezien Multatuli bij het opnemen van de pen zijn boek tot inleiding (237) verklaart. Voorts zweert Stern dat ‘de zaak zal neerkomen op koffi, koffi, op niets dan koffi’, waarmee dat product via de juridische standaardfrase de waarheid gaat representeren die inderdaad aan het licht komt. Ten slotte wordt Droogstoppels ongeduld door Stern weerlegd met verwijzing naar Horatius: ‘koffi met wat anders.’ (95) De drank is de waarheid is het utile, het Indië-verhaal het dulce.
Het parodistische in Max Havelaar valt nu te preciseren. Droogstoppel ontketent een spervuur van referentialiserend commentaar. Aanhoudend geeft hij zijn adres en huisnummer (Lauriergracht 37), schetst de historische wasdom van zijn handel (Last & Co) en die van zijn concurrenten (Busselinck & Waterman), plus de ontwikkelingen in een bevriend, iets “hoger” middenstandersgezin (de Rosemeyers die in suiker doen). Hij is op zijn manier een Tristram. Zinnen formuleert Droogstoppel zo krukkig dat de antecedenten bij zijn betrekkelijke voornaamwoorden alsnog moeten vrijgegeven, met ‘bedoel ik’ als bruggetje. In zijn weerzin van verzinsels volgt hij dezelfde strategie als de tekst die hem omringt. Multatuli’s boek wenst klaarheid en feitenonderkenning ten behoeve van de Indische zaak, Droogstoppel heeft een werk over koffie voor ogen dat aan alle lezers ter wereld een onversneden nut bijbrengt.
Nog een overeenkomst tussen het boek en Droogstoppel als een van zijn vertellers is het moraliserende commentaar. De koffiehandelaar betoont zich een expert in wat deugt. Spoedig openbaart hij bijvoorbeeld deze raad: ‘Wie geld heeft, trouwt geen meisjen uit een gefailleerd huis’ (5). Dat correspondeert met Droogstoppels eigen handelwijze: hij trouwde met de dochter van de oude heer Last, wiens florerende bedrijf hij zo kon overnemen. Tot de peroratie heeft de lezer de taak Droogstoppels begrip van deugdzaamheid opportunistisch te achten, evenals de theoretische ondergrond die dominee Wawelaar daartoe biedt:

God is een God van liefde! Hy wil niet dat de zondaar verloren ga, maar dat hy zalig worde met de genade, in Christus, door het geloof! En daarom is Nederland uitverkoren om van die rampzaligen te redden wat er van te redden is! Dáártoe heeft Hy in Zyn onnaspeurlyke Wysheid aan een land, klein van omvang, maar groot en sterk door de kennisse Gods, macht gegeven over de bewoners dier gewesten, opdat zy door het heilig nooit volprezen Evangelium worden gered van de straffen der helle! De schepen van Nederland bevaren de groote wateren, en brengen beschaving, godsdienst, Christendom, aan den verdoolden Javaan! (99)

Gek genoeg is dat opportunisme reëel geweest. Zoals Scheffer (2008: 256) heeft gesteld, was het niet zo dat de koloniale expansie voortvloeide uit een superieur blank wereldbeeld, maar dat de aanraking met een andere cultuur overdenkingen van de eigen beschaving losmaakte. Racisme was daarbij een handige steun, want voldeed aan de behoefte tot rechtvaardiging en bracht een aardig centje binnen. De moraal blijkt materieel gegrondvest, abstractie botst tot in Droogstoppels eigen gezin op formaliteiten: ‘Frits zegt dat de Javanen geen heidenen zyn, maar ik noem ieder die een verkeerd geloof heeft, een heiden. Want ik houd me aan Jezus Christus, en dien gekruist, en dit zal elk fatsoenlyk lezer ook wel doen’ (97). De koffiemakelaar toont zich de evenknie van de Nederlandse regering, vóór stabilisatie, tegen verandering: ‘Geloof me, alles in de wereld is goed, zóó als het is, en ontevreden menschen die altyd klagen, zyn myn vrienden niet’ (13). Alles neemt hij ook letterlijk en blijft stoïcijns voor gedachten van buiten zijn volstrekt zedelijk geachte systeem. Dat gebrek aan empathie onthult Droogstoppel bijvoorbeeld met een beroep op Sjaalmans opstel Over de aanspraken van den mensch op geluk voor de these, dat gelijkheid voor alle mensen een hersenschim is. Sjaalman zou bevreemd zijn hier als autoriteit te gelden, aangezien zijn these bitter is bedoeld. Sterker nog, zijn eigen armoede wordt door Droogstoppel gelegitimeerd in termen van: niks aan te doen, Sjaalman zal wel een slecht christen zijn – Drenth von Februar (2006: 22-23) verbond dit wegredeneren met een gevaarlijke politiek, waarin ellende een principieel niet te verhelpen en daarom rechtvaardig lot wordt.[28]
Het boek bespeelt aldus een conflict tussen twee ethische stelsels. Maar zoals ‘Havelaar’ op ‘Wawelaar’ rijmt, zo zijn er parallellen tussen Droogstoppel en Multatuli. Als voorvechters van de waarheid[29] hebben ze geen affiniteit met literatuur. Tegelijk bedienen ze zich van dit medium. Droogstoppel en Multatuli zien hun boeken als taak; de eerste vindt koffiveilingen der Nederlandsche Handelmaatschappy zo belangrijk dat het zelfs de koning mag aangaan, en daar is de tweede het wat betreft Max Havelaar mee eens. Ten behoeve van de waarheid dringen ze het verhaal binnen met haast exhibitionistische zelfrechtvaardigingen: ‘En dat ik toch deugdzaam bèn, blykt uit myn liefde voor de waarheid. Deze is, na myn gehechtheid aan het geloof, myn hoofdneiging’ (7). Droogstoppels laatste term doet weinig onder voor Multatuli’s gememoreerde HOOFDSTREKKING. De extradiëgetische verteller blijft zo dicht bij zijn intradiëgetische figuren, zelfs een bespotte als Droogstoppel, dat zijn discours het hunne aantast. Met de breuken vanwege de vertelniveaus ontspringen er versmeltingen.
Waar de koffiehandelaar voor zichzelf het nut laat domineren, fungeert hij binnen het boek als vermaak. Meijer (1960: 17) meent dat Droogstoppel Havelaars idealisme perverteert. De schijnheiligaard laat Havelaar juist in zijn volle martelaarsglorie uitkomen. Bakhtin (1982: 403) zei reeds: ‘Stupidity in the novel is always polemical’. Een aantekening van Multatuli achteraf lijkt daarom relevant: ‘Het is er ver vandaan dat ik alles zou afkeuren wat ik Droogstoppel in den mond leg. […] ’t Verschil ligt in den grond waaruit zoodanige tegenzin voortspruit’ (247). Want natuurlijk maakt de schrijver zich gedurende het boek los van Droogstoppel, die hij als verteller manipuleert. De inzet van Max Havelaar voert dit tweesporenbeleid al:

Ik ben makelaar in koffi, en woon op de Lauriergracht, NE 37. Het is myn gewoonte niet, romans te schryven, of zulke dingen, en het heeft dan ook lang geduurd, voor ik er toe overging een paar riem papier extra te bestellen, en het werk aantevangen, dat gy, lieve lezer, zoo-even in de hand hebt genomen, en dat gij lezen moet als ge makelaar in koffij zyt, of als ge wat anders zyt. (3)

Karel van het Reve (1979: 142) wees op ‘of zulke dingen’, maar volgens mij is de komma achter ‘Lauriergracht’ beslissend.[30] Mocht er al iemand belang stellen in de straat van de makelaar, op het huisnummer zit niemand te wachten. Op het moment dat de schrijver zijn verteller die preciserende toevoeging laat doen, keert hij zich van hem af.
Hoe elastisch Droogstoppels moraal is, blijkt uit zijn aanstelling van Ernest Stern als verteller van koffiveilingen der Nederlandsche Handelmaatschappy. Dit boek moet louter waarheid onthullen, maar de principevaste baas laat Stern een stem hebben in de zegging en zal af en toe een hoofdstuk verzorgen ‘van meer solieden aard’ (17, 35). Dit betekent dat de rest van het boek van mindere kwaliteit zal zijn. Dat de handelaar hiermee genoegen neemt, komt omdat Ernest de zoon is van Ludwig Stern, eigenaar van ‘een eerst huis in koffi te Hamburg’ (8) waarvan Droogstoppel nog geen orders heeft. De aanstelling van Ernest is dus gebaseerd op profijt; wederom toont Droogstoppel zich verwant aan de Nederlandse regering.
Door dit licht op de uitvloeisels van zijn karakter, op de afgrond tussen woord en daad, lijkt de man een bundeling van retorische momenten. Soms werken die vertraagd. Het slot van Max Havelaar waarin staat dat meer dan dertig miljoen onderdanen mishandeld en uitgezogen worden, vreet met terugwerkende kracht deze vergenoegdheid van de makelaar aan: ‘Onlangs is gebleken dat er weer dertig millioen zuiver gewonnen is op den verkoop van produkten die door de heidenen geleverd zyn, en daarby is niet eens gerekend wat ik daarop verdiend heb, en de vele anderen die van deze zaken leven. Is dit nu niet alsof de Heer zeide: “ziedaar dertig millioen ter belooning van uw geloof”? Is dit niet duidelyk de vinger Gods, die den booze laat arbeiden om den rechtvaardige te behouden?’ (183). De koffieboer (‘uw vaderlijke vriend’) denkt niet alleen in de geest van de regering wier standpunt een christelijke signatuur heeft, een nog hogere macht dan Willem de Derde krijgt een gewetensconflict toegeschoven.

5. Referentialiteit en doel
Uiteraard is het commentaar bij het Indië-verhaal in eerste instantie vooral referentialiserend. Een variëteit aan inheemse verschijnselen wordt uitgelegd, voor een juist begrip van de roman, maar omdat die een buitenliterair doel dient tegelijk voor een “betere” werkelijkheid – die niet voor elk personage hetzelfde profiel heeft.
Uitgebreid wordt bijvoorbeeld het perceel van Havelaar beschreven. Dit bevat een grote tuin. Voor het onderhoud kan hij zich op een herendienst beroepen. De (Indische) regent stelt hem dan veroordeelde misdadigers ter beschikking, in ruil waarvoor eventuele vergrijpen van de regent moeten vergoelijkt. Het commentaar wijst deze illegale constructie af: ‘zoodra eenmaal de grens van ’t strikt wettige is overschreden, wordt het moeielyk een punt vasttestellen, waarop zoodanige overschryding zou overgaan in misdadige willekeur, en vooral wordt groote omzichtigheid noodig zoodra men weet dat de Hoofden alleen wachten op een slecht voorbeeld, om dat met verregaande uitbreiding natevolgen’ (149). Door versmading van de herendienst brengt de assistent-resident wel een offer. In de verwilderde tuin zitten slangen, zodat zijn zoontje er niet kan spelen. Hij toont zich de man van principes die Droogstoppel zegt te zijn. Deze verzucht echter: ‘Wat gaat het my aan, of die Havelaar zyn tuin schoon houdt’ (180).
De koffieman mist de morele implicaties van de uitweiding.[31] Die zijn nochtans amper verhuld. Het vlies tussen noodzakelijk en gegriefd commentaar is permeabel. Multatuli lijkt zich hiervan bewust geweest. Een uiteenzetting over de mentale vereisten voor de functie van gouverneur-generaal wordt een exposé van een ziektegeschiedenis. Op metaniveau krijgt het commentaar dan de kenschets ‘pathologisch-wysgeerige opmerking’, waarna, verder geabstraheerd, de kreet: ‘Vervloekt dat verontwaardiging en droefheid zoo vaak zich kleeden in ’t lappenpak van de satire!’ (170). Aan het eind blijkt de gouverneur-generaal degene die Havelaar en diens zaak had kunnen redden, en dit nalaat. Verdichtsel bevat waarheid, het refrein van het boek.
Voorts bevat het boek behoorlijk wat dialogen, dikwijls overtuigde monologen waarbij Havelaar zijn gesprekspartners Verbrugge en Duclari welhaast tot discipelen bepraat.[32] De befaamde karakteristiek ‘een vat vol tegenstrydigheids’ (58)[33] is ook literair-epistemologisch voor Havelaar relevant. Waar hij sowieso een flux de bouche heeft ‘als een apostel, als een ziener’ (78),[34] vertoont hij als personage tegenover zijn gesprekspartners een naar alwetendheid neigende kennis die normaliter een verteller aangemeten krijgt. Wel is de karakteristiek tussen aanhalingstekens geplaatst, wat ruimte schept voor distantie, omdat de tekstbezorger met een citaat dan naar de oorspronkelijke documenten zou verwijzen. De van sententies wemelende dialogen zijn in elk geval zwaar geënsceneerd, met een veeleer bewijsvoerend dan dramatisch accent. Du Perron sprak dan ook over ‘de “essayist” in den “romancier”’ (Ter Braak & Du Perron 1965: 164). Multatuli gokte op twee paarden: vertellerscommentaar alsof er geen personages bestaan, plus personagecommentaar alsof er geen vertellers bestaan.
Gaandeweg tekenen de contouren rond de strekking zich duidelijker af. Afzonderlijke stukken referentialiserend commentaar worden met elkaar in verband gebracht, veelal door ordenende opmerkingen als ‘ik heb reeds gezegd’. Zo verandert Max Havelaar in een betoog. Hoe subjectief ook, interne verwijzingen zorgen voor een schijn van objectivering waarbij de verteller zichzelf volgens de regels van de retoriek als autoriteit opvoert. Bij het toewerken naar de dramatische afloop nemen de inmengingen af. De feiten moeten voor zich spreken. Met name worden brieven geciteerd, er is meer opsomming dan verhaal. Wellicht valt dit te verklaren uit Dekkers legendarische ongeduld (een virus dat ook Havelaar onder de leden heeft). Het voorliggende materiaal schuift ineen. Anderzijds deinst het slothoofdstuk er niet voor terug om in een volledig geciteerde overplaatsingsbrief van de gouverneur-generaal voor het goede begrip tweemaal ‘(sic)’ (228) toe te voegen. En zoals Multatuli bij het opnemen van de pen er geen misverstand over laat bestaan dat hij Stern ‘goed’ vindt (en andermaal wil ratificeren dat deze het Indië-verhaal heeft verteld), zo betitelt hij Droogstoppel als ‘een monster’ (235). De weg naar het doel verengt zich maximaal en daarvan kreeg Sötemann dus ‘een haast onbehaaglijk reële indruk’.

6. Referentialiteit en nevenschikking
‘Het is myn voornemen niet deze bewyzen te leveren in dit boek, schoon ik vertrouw dat men ’t niet uit de hand leggen zal zonder te gelooven dat ze bestaan,’ meldde Max Havelaar (154). Grote pijn voor Multatuli na verschijning op 14 mei 1860 was, dat de meeste lezers naar zijn gevoel de nadruk legden op het ‘amuzement’, de fictie. Onderzoek naar de directe receptie mag hebben uitgewezen dat, ofschoon de Droogstoppel-gedeeltes het meest werden gewaardeerd en de peroratie slecht viel, de Indische zaak wel degelijk in ogenschouw werd genomen (Maas 2000), volgens de zichzelf kastijdende auteur bewonderden zijn tijdgenoten exclusief het mooie. Hij walgde daarvan – met die nuance dat hij vanwege de door hem genomen omweg van de fictie heilig in literatuur moet hebben geloofd.[35] Inwendig zou hij wellicht positief geweest zijn over Sötemanns studie die scrupuleus de techniek van Max Havelaar als tekst uiteenzette. Bij zo’n oordeel zou hij zich tegelijk vermannen: ten dienste van De Zaak moest zulke studies verboden worden! Ze zagen zijn boek tóch als roman, terwijl het feiten bevatte,[36] opgaven van officiële stukken. Max Havelaar was niet valsch (verzonnen).
Uit de fanmail over Max Havelaar werd Dekker bevangen door een brief van Mimi Schepel, die begon met En. Hij verklaarde: ‘Uw eerste woord was geen begin, ’t was een vervolg!’ Met dat voegwoord verried Mimi dat er heel wat aan haar brief was voorafgegaan (VW X, 636-637, 687). Toegepast op Max Havelaar: ontgoocheld over de effecten van publicatie, begon Multatuli de voorgeschiedenis uit de doeken te doen. Gaten die door de fictie moesten vallen, werden alsnog gedicht, evengoed met extra commentaar. De gevolgen zijn tweeërlei. Enerzijds krijgt de autoriteit van vertellers en personages steun van authenticiteit. Anderzijds wordt literatuur in haar autonomie uitgehold. Een voorbeeld staat in de Saïdjah-en-Adindageschiedenis. Daar wordt het stelen van buffels gemeld en klinkt de verzekering

dat ik in-staat ben de namen optegeven van twee-en-dertig personen in het distrikt Parang-Koedjang alleen, aan welke in één maand tyds zes-en-dertig buffels zyn afgenomen ten-behoeve van den Regent. Of juister nog, dat ik de namen kan noemen van de twee-en-dertig personen uit dat distrikt, die zich in één maand hebben durven beklagen, en wier klacht door Havelaar onderzocht en gegrond bevonden is. (174)

Werkte dit soort referentialiserend commentaar in de roman nog paradoxaal omdat de lezer iets moest aannemen op grond van oncontroleerbare feiten, de gewraakte gegevens publiceert Multatuli in Minnebrieven. Voortbordurend op de redundantie die Susan Rubin Suleiman tekenend acht voor de roman à these, treedt overredudantie op, niet bepaald volgens de kunst van het weglaten.
Ik voel me gedwongen hier een institutionele alinea in te voegen. Historisch gezien kan een literatuurfijnproever vertellersinterventies smaken uit boeken van een gemengd gezelschap vernieuwende auteurs, waartoe behalve Sterne bijvoorbeeld Jean Paul, Melville, Musil en Nabokov behoren, bij wie een formeel vervreemdingseffect als de uitweiding bínnen de esthetische perken blijft. De uitgestalde weetjes blijken afkomstig van onbetrouwbare vertellers, dankbare onderzoeksobjecten. Er staat niet wat er staat, hetgeen een teken lijkt voor goede literatuur die ambigu is. Falsificatieprincipes komen aan bod, poëticale lezingen dagen.[37] Dit is een vorm van vernieuwing die Polet ooit onder ‘absoluut proza’ heeft gerangschikt: centripetaal schuift het het kunstwerk zelf, het ‘verbofakt’ van de auteur naar voren. Maar wat in Max Havelaar dan te doen met de expliciete peroratie, die een kijkje in de keuken van het schrijfproces mag bieden maar volkomen betrouwbaar is voor de interpretatie? Stern/Sjaalman geeft uit auctoroogpunt van zowel aandrijver- als woordvoerderschap eveneens specimina van betrouwbaar vertellen. Schuilt het probleem dan in het principieel doorbreken van de esthetische conventie? In dat geval zou je met Polet moeten spreken van ‘totaalproza’ dat, centrifugaal, op de wereld gericht is en waarmee een ander, minder zuiver want explicaties niet schuwend type literaire vernieuwing daagt. Jan Walravens zag die na de oorlog ‘naar Multatuliaanse voorschriften’ bij de Vlaamse Vijftigers. Ze wensten dat kunst ‘opnieuw een daad zou worden, niet alleen van esthetische aard, niet alleen als getuigenis voor de eeuwige mens, maar voornamelijk als protesterende, dynamische actie in de tijd’.[38] Vanuit dat perspectief valt, terug naar Max Havelaar, niet meer staande te houden dat vertellerscommentaren “toch maar uit een boek” komen. Het morele appèl van de gezagdrager verwacht antwoord.
Bovendien was Multatuli Ideën gaan schrijven, waarin hij op vele manieren zijn zaak belichtte én een gebrek aan horatiaanse methode vooropstelde. De Ideën werken zogezegd het pak van Sjaalman uit, waarin Droogstoppel ‘uittreksels uit dagboeken, aanteekeningen en losse gedachten’ vond, ‘sommigen werkelyk heel los’ (27). Alleen in het administratieve feit dat de ideeën genummerd zijn, ligt de samenhang. Bij de plannen van een door Du Perron te verzorgen Multatuli-editie zag Ter Braak er daarom heil in de ideeën op onderwerp te rangschikken. Du Perron was er vierkant op tegen, als zijnde onmultatuliaans:

Op deze manier komen alle herhalingen, koppige uitweidingen en vervelende kanten van M. 10 x meer uit. Daarbij zegt hij voortdurend: ‘ik spring van den hak op den tak’, ‘ik meng alles dooreen’, enz., wat hierin dan verloren zou gaan – of neen, dat juist niet, want daarvoor zou je in de ideeën moeten gaan snijden en plakken, maar je zou een probeersel van correctie daarvan hebben.[39]

Ten slotte wist Multatuli de eigendomsrechten op Max Havelaar te herwinnen. De verwijzingen naar de stoffelijke werkelijkheid konden uitgebreid. Hij gaf Aanteekeningen en ophelderingen bij de uitgave van 1875, die in 1881 werd herzien en aangevuld. Vanaf dat moment dunkt het me zeker onmogelijk nog van ‘de Max Havelaar’ te spreken. Er zijn nu ook officieel meerdere boeken. En waar het bij de oorspronkelijke versie reeds de vraag is of ze door alle lezers vanwege de niet steeds even spannende uitweidingen van a tot z werd doorgenomen (een vereenvoudigde en met een vijfde bekorte versie uit 2010 antwoordde daar resoluut op), zou het reëel zijn om te geloven dat vanaf 1875 een gemiddelde consument al die eindnoten negeert. Schrijvershalve wekken ze echter de indruk van een ongebroken vertrouwen in de fascinatie en het geheugen van derden voor zijn zaak.
Een haast wetenschappelijke controleerbaarheid van de referenties frappeert. Multatuli verwijst menigmaal intern door naar noten en naar ander werk van zijn hand, in het bijzonder naar Ideën. Ondanks zijn mismoedige diagnose ‘’t Volk wil bedrogen zyn’, tracht hij het te genezen van comfortabele wanen. Het lijkt bijna zelfhypnose dat hij zijn aandrift tot uitweiden nu meent weg te snijden ten bate van ‘den rechten weg’, die in de roman reeds werd verkozen boven het ‘schipperen’ (166). Multatuli onthult namen van anonieme functionarissen, wat het beleid van de tekstbezorger weerstreeft die wordt aangesproken als er sprake is van een ‘lapsus van den heer Van Lennep’ of die ‘ten-onrechte iets veranderd heeft’ of ‘heeft gemeend […] te moeten supprimeeren’. Daarnaast zijn er nota’s, verklaringen en brieven uit Multatuli’s collectie, die binnen en buiten de fictie als bewijsstukken (251) dienen. Zo ontstaan er frasen als deze, inzake voorkennis bij Verbrugge: ‘Belangstellenden – zyn er die? – kunnen ’t bedoelde briefje van den kontroleur ter inzage krygen’ (262). Maar Verbrugge is een naam uit de fictionele tekst, gebaseerd op een bestaande figuur, terwijl Van Lennep destijds een geheel tastbaar mens was.
De rol van Multatuli is uitgebreid, zodat de versmeltingen tussen extradiëgesis en intradiëgesis toenemen. Bij Sterns signalement van honger op ‘het ryke vruchtbare gezegende Java’ (45) tekent zijn geestelijke vader bijvoorbeeld aan: ‘Waarschynlyk doelde ik hier op den hongersnood die ’t Regentschap Demak en Grobogan ontvolkte’ (254). En de tussenstops in de loopbaan van het in dat stadium nog succesvolle personage Havelaar (71) verheldert Multatuli zo: ‘reeds in Augustus 1851 was ik aan de Regeering voorgedragen tot Resident’ (259).
Voor ik de naam Multatuli gewoon schrap ten gunste van Eduard Douwes Dekker en de roman tot non-fictie promoveer, verleg ik de aandacht naar de lezer. Die krijgt te kampen met tautologische aandriften: feiten blijken ware feiten. Spek naar de bek van Droogstoppel, die in zijn legendarische bespreking de dichtregel De lucht is guur, en ’t is vier uur slechts veelt als het werkelijk guur en vier uur is.[40] Het hoeft geen betoog dat dit de overtuigingskracht niet bevordert, omdat er met terugwerkende kracht ook een boek over betrekkingswaan dreigt te ontstaan. Een ‘Jobsbode’ (154) die, hoe terecht ook, zijn gelijk blijft aantonen, acht men een zeur.[41] Mij lijkt althans dat de slotvraag uit Aantekening nummer 104 stilzwijgen uitlokt:

Juist omdat ik minder akeligheid schilder dan uit de geschetste omstandigheden blykt voorttevloeien, is de indruk der Saïdjah-epizode zoo algemeen en zoo diep geweest, en alzoo is de beschuldiging van ‘overdryving’ een fout op ’t gebied der kritiek. Dit wat kunstbesef aangaat. En wat de feiten betreft die in den Havelaar vermeld worden, ook daarin blyf ik beneden de waarheid. Ik roerde niets aan dan wat ik – thans nog! – bewyzen kan, en dus volstrekt nog ’t ergste niet. Wie nu, om den indruk van m’n pleidooi te ontzenuwen, z’n toevlucht neemt tot de afgezaagde en goedkoope beschuldiging dat ik ‘overdreven’ heb – in den grond eigenlyk slechts ’n oneerlyk-vermomd erkennen van de waarheid! – gelieve te zeggen: wat, waarin, hoe, in-hoe-ver? (268)

Feitelijk waren voor en rond Max Havelaar personages al lastig te scheiden van vertellers en van hun schepper. Nadat Douwes Dekker in Lebak zijn Waterloo had gevonden, stuurde hij een lange brief inclusief bijlagen aan Duymaer van Twist, de gouverneur-generaal die aan het slot van het boek naamloos weggaat. Bij publicatie in oktober 1860 wordt deze Brief aan de Gouverneur-Generaal in Ruste, zonder bijlagen, voorafgegaan door een andere brief: ‘Max Havelaar aan Multatuli’ (VW I, 393-429). Het personage schrijft dus aan zijn geestelijk vader. Sterker, de opzet is dat Havelaar de brief aan de gouverneur-generaal heeft opgesteld. Er blijkt nog een rol verwisseld. Havelaar rept namelijk van ‘myn pak’ waaruit Multatuli overschrijft: Havelaar is Sjaalman geworden en Multatuli vervult de taak van Stern. De Brief aan de Gouverneur-Generaal in Ruste zou ook in het pak berusten.[42] Havelaar stelt aan Multatuli voor die te publiceren. Zo geschiedt. Andermaal manuscriptfictie dus; van de roman wordt de wortel van het kwadraat getrokken.
Gaat onthulling hier toch weer gepaard met verhulling? Over het overschrijven is Havelaar ongelukkig, want Multatuli maakt uit het pak uitgerekend verzen openbaar. Dat helpt niet bij onderhandelingen over Havelaars betrekking ‘by de inkomende rechten’. In deze angst voor reputatieschade klinkt Droogstoppel door. Belangrijker is Havelaars overtuiging dat er geen poëzie nodig is maar proza, anders wordt Multatuli niet begrepen. Feitelijk volstaat dan de brief aan de gouverneur-generaal, waar in een veel korter bestek dan in de roman haarfijn wordt uitgelegd wat allemaal onrechtvaardig is. De kern van de zaak, het utile, dringt voor. Indien de ware feiten niet op tafel komen, dreigt Havelaar ‘voor altyd’ met zijn geestelijk vader te breken.
Kennelijk beviel deze ontologische verwarring, want Dekker maakte in het najaar van 1860 een tweede ‘Max Havelaar aan Multatuli’-brief (VW I, 453-472, ook opgenomen in de Ideën). Opnieuw stuiven de bezwaren op tegen literatuur. Ze komen erop neer dat indien iemand werkelijk iets te zeggen heeft, hij dit in de fictie moet ‘kleuren, opsieren, aankleden... dat is, met één woord, hy moet haar tot leugen maken’. Dat ‘haar’ verwijst naar de waarheid die, om termen van de roman te gebruiken, door de bontheid verzuipt. Het dulce doet het utile teniet. Steeds krachtiger dringt de visie van een koffiehandelaar door: ‘Och, Multatuli, waarom hebt ge Droogstoppel laten stikken? Wat had hy, met zyn nuchter verstand nog veel goeds kunnen uitrichten! Ik houd van dien man.’ Hoezeer deze passage doordrenkt is met ironie, literatuur krijgt in literatuur haar trekken thuis.[43]
Zelfs deze tweede ronde referentialiseren voldeed niet. Bij Brief aan de Gouverneur-Generaal in Ruste plaatste Multatuli later, vanaf 1865, eveneens aantekeningen, met ditmaal vooral verwijzingen naar Max Havelaar. Er worden nog net geen pagina- en regelnummers verstrekt. De “echte” brief, die vanuit literair oogpunt achtergrondmateriaal is, rept van geheime missives die in de “fictieve” roman te vinden zijn. Kunstgrepen, schrijversfrasen: ze worden naar de mesthoop verwezen. Fictie bevat na te vorsen bewijsplaatsen; voor- en achtergrond doen aan stuivertje wisselen. In de jaren na publicatie werd de roman uitweiding.

7. Hiërarchie en esthetica
In de bovenstaande enumeratie van documenten domineren twee dingen. Allereerst lijkt, conform de overwegende tekstsoort in het slothoofdstuk van de roman, de brief Dekkers meest op het lijf geschreven uitdrukkingsmiddel. Hij openbaart een zogezegd dialogisch instinct,[44] waarvan de uiteenlopende gevolgen met name door Saskia Pieterse zijn onderzocht. Het rijmt met de formele kant aan commentaar. Lopende verhalen worden gretig onderbroken om bij de geadresseerde een punt te maken. Dat recept is ingevoerd van Droogstoppel tot en met Multatuli. Hoe manifester de beïnvloeding, hoe beter. Zo kan ik ten tweede, de ethische kant van commentaar aanraken. Deze literatuur wil de werkelijkheid in, wordt een middel om de wereld naar eigen beeld te veranderen.
Cyrille Offermans heeft deze neigingen omgewerkt in een boutade, die erop neerkomt dat Multatuli een achterhaalde, zichzelf onbaatzuchtig superieur achtende moralist was met een te overzichtelijk wereldbeeld. Deze kritiek werd geuit in de jaren tachtig, toen marktgerichte politiek zijn intrede deed ten detrimente van utopische oprispingen uit de decennia ervoor. In de kunsten maakte een esthetische versie van het postmodernisme opgang. Waarheid werd een product, een prooi voor willekeur die met name in media zichtbaar werd. Multatuli zou er lijp van geworden zijn. In de zogeheten lopendebandjournalistiek, die inmiddels bij Google News steunt op algoritmen waarmee de redactionele output geanalyseerd wordt, zijn kennis en ervaring wegbezuinigd. Waarheid wordt een speelbal van de pr-branche (favoriete werkgever van voormalige journalisten!), ‘strategische communicatie’ door regeringen en, in de meest deprimerende gevallen, van inlichtingendiensten (Davies 2010: 109, 313-314). Herkauwen van wat officiële bronnen serveren, maakt van de nood een deugd.
Omdat Offermans (1988: 66-67) zegt dat het hem ‘geen zier’ interesseert of de auteur het gelijk aan zijn zijde had én onderkent dat Multatuli, desnoods voor een verlossersrol en zelfrechtvaardiging, niet in de coulissen kon blijven en zelfs rekening hield met reacties, blijf ik er de voorkeur aan geven Max Havelaar te bezien in zijn waarheidsstreven. De explicietheid van de slotpassage confronteert lezers met hun visie op die wereld, of tenminste op de zaak-Lebak. Wanneer zij zijn overtuiging niet delen, tamboereert de schrijver op empirische feiten. En aangezien ‘roman’ nog altijd staat voor een verzonnen wereld, vraag ik me af of deze noemer Max Havelaar dekt.
Minstens één doel van de Brief aan de Gouverneur-Generaal in Ruste overlapt dat van Max Havelaar: rehabilitatie van Dekker zelf. En een overeenkomst in genese ligt hierin, dat hij ook voor de brief gebruikmaakt van documenten. Hoewel hij de feiten kalm uiteenzet ontkomt hij niet aan een wat geëxalteerde toon. De inmiddels als Havelaar vermomde Dekker biecht bijvoorbeeld op: ‘ja, ik vond het schandelyk myn tuin te mesten met het zweet dat den braakliggenden akker behoorde’ (VW I, 407). Voor die kwintessens van zijn kritiek op de herendienst zou de roman dus uitgebreid referentialiserend commentaar inruimen. Het slot van de brief maakt melding van de plicht zich tot een hogere instantie te wenden, wat natuurlijk doet denken aan de finale van Max Havelaar. Hoofdletters maken het appèl compleet; het recht kan zegevieren.
Duymaer van Twist reageerde niet. Hij vond de brief, hoorde de auteur, ‘wel goed geschreven’. Dekker overwoog het hogerop te zoeken met een protestbrief aan de koning, maar dat zou evenmin wat uithalen. Het epistel belandde dan toch op het ministerie van Koloniën, zodat hij hooguit in de herkansing naar Indië mocht en, ingekapseld in het bestel, dezelfde hinder zou ondervinden. Een boek was meer onweerlegbaar. In januari 1860, kort na voltooiing van Max Havelaar, richtte hij alsnog een brief aan de koning (VW X, 193-198). Hoe diep hij er ook in boog, antwoord bleef uit. De roman moest wel verschijnen en ik herinner aan Dekkers verdediging tegen de redactie: sommatie. Hieraan hield hij vast door in de eerste van de Aanteekeningen en ophelderingen bij de uitgave van 1875 de tekst ‘m’n pleidooi’ te noemen. Mij lijkt Max Havelaar derhalve een open brief met romanelementen.
Alle hier opgesomde Dekker-teksten wilden de hiërarchische verhoudingen herzien en steeds gaven de auctoren niet thuis. Psychologisch vertegenwoordigen zij vaderfiguren. Met die bril op moet dan ook maar de allerhoogste beschouwd, langs het Gebed van den onwetende uit 1861, met de fameuze slotapostrof ‘O God, er is geen God’. De brief waarin Dekker aan Tine juichend kennis geeft Max Havelaar voltooid te hebben, bevat een geloofsbelijdenis die overeenkomsten vertoont met het gedicht. Dekker deelt ook mee dat hij onder het schrijven van die geloofsbelijdenis een nieuw boek voor zich zag: ‘Het is al af op ’t schrijven na. Het zal heeten: Havelaars godsdienst door Multatuli’.[45] Dit is wat blufferig, en ik kan me indenken dat hij bij nader inzien geen heel boek wou wijden aan zo’n specifiek probleem. In het gedicht, gemaakt toen het proces tegen Van Lennep om de eigendomsrechten van Max Havelaar volop werd voorbereid, primeerde het eigenhandig aangelegde verband met de “roman” dan ook wat minder.
De onwetende bidt tot God, paradoxaal, omdat Diens status ongewis is. De aanzet tot het gebed is die toestand, in de teleologische slotstrofen[46] aldus geformuleerd: ‘En ik dool rond, en hyg/ Naar ’t uur, waarop ik weten zal dat Gy bestaat...’ (VW I, 476). Uitgerekend met ronddolen wordt in Max Havelaar, vlak voor Multatuli’s inbreuk, de toestand van assistent-resident gekenschetst nadat hij zijn praktische engagement geofferd heeft door ontslag te nemen. En als in de naam Havelaar iets meeklinkt, dan toch haveloos, een woord dat, zeker in combinatie met ronddolen, Bijbels valt te interpreteren: van god los. In het gedicht loopt het erop uit dat de onwetende kermt ‘aan zyn zelfgekozen kruis’, een Jezusgelijke dus die ‘dwaas’ wordt genoemd. Diametraal op hem staat een ‘wyze’ die hem ‘bespot’ en zelfs een ‘zondaar’ in hem ontwaart. De wyze ‘sluipt ter beurze, en schachert integralen’. Zo dagen Droogstoppel én een farizeïsche mentaliteit. De finale connectie met de roman lijkt toch wel tot stand gebracht. Op alle vertelniveaus laten figuren elkaar steeds ook niet toe: Duymaer van Twist Havelaar niet, Droogstoppel Sjaalman niet, Willem III Multatuli niet, God de goedbedoelende mens niet – en de lezer Douwes Dekker niet.
Met al zijn afsplitsingen nam Dekker het op tegen de praktijk van het christendom in een poging hiërarchische verhoudingen te doorbreken en zijn eigen doctrine te vestigen. Offermans (1988: 81-87) had gelijk dat Multatuli in wezen een achttiende-eeuwse moralist was. Wat kon een roman dan anders zijn dan een middel? Helaas was in de romantiek het corpus teksten dat deel uitmaakt van de letterkundige canon dermate gereduceerd, dat het staatsbestel niet meer hoefde te vrezen.[47] Bij verschijning was het boek reeds ‘een Max Havelaar’. Met de nadruk op de tekstimmanente waarheid was de angel van de buitenliteraire werkelijkheid verwijderd en hoefde de gecultiveerde lezer, tuk op ongewisse verbanden en meervoudige betekenislagen door de bewegingen van de taal zelf, zich niet aangespoord te voelen tot handelen. Deze beperking mag reëel heten, uit elk woord van Multatuli blijkt dat Dekker er nooit genoegen mee heeft kunnen nemen.


[1] ‘In a roman à thèse, the correct interpretation of the story told is inscribed in capital letters, in such a way that there can be no mistaking it’ (Suleiman 1983: 10). Tekstbezorger Van Lennep stelde echter voor het slot te beknotten om geen beeld te scheppen van een door ‘wraakzucht’ gedreven schrijver – waardoor diens boodschap verdoemd was tot kwade trouw.
[2] http://www.entoen.nu/venster.aspx?id=31. Max Havelaar was het enige boek dat in deze Canon figureerde, naast de Bijbel – een passend gezelschap, zie noot 8. Pramoedya Ananta Toers idee was overigens congruent aan de motivatie voor aanvraag om het originele manuscript van Max Havelaar op te nemen in het Memory of the World Register van de Unesco: ‘Het actuele belang van het boek is dat het als inspiratiebron dient voor eerlijke wereldhandel.’ (ANP, 10-3-2010)
[3] In Grave, Praamstra & Vandevoorde (2012: 10), een verzamelbundel waarvan de titel 150 Jahre Max Havelaar 150 Years Max Havelaar een internationaal, niet-aflatend proces suggereert, en een oneindigheid voorspelt.
[4] Voor facetten aan deze wat hij noemde dramatische vorm, zie Flaubert (1989: 129, 135-136, 193, 206). Men maakte technisch een onderscheid tussen, zoals het bij Stanzel (1965) heette, de auctoriële versus de personale vertelsituatie. Vanaf het structuralisme spreekt men van een extradiëgetische, heterodiëgetische versus een intradiëgetische, homodiëgetische verteller en bij niveauwisseling, wanneer een narratieve drempel dus wordt overschreden, van metalepsis (Herman & Vervaeck 2005: 84-90).
[5] Ook Sebes (2009: 60, 102-104), wiens cursus behalve schrijftechnieken ook boekenwereldtips biedt, zit op deze lijn, en zegt dat hij ‘zelf niet zo houd[t]’ van auctoriale praktijken: ‘Dan denk ik: laat mij er lekker buiten’. Overigens is tell versus show vergelijkbaar met de prestructuralistisch Duitse ‘berichtender Erzählung’ versus ‘scenischer Darstellung’
[6] Aristoteles (1988: 30, 78). Behoort gezegd dat Homerus’ verteller zelden naar voren trad, de tot tweemaal (96, 162) toe geplaatste opmerking van Aristoteles’ bezorgers dat deze de huidige verteltheorie niet kende blijft vreemd.
[7] Horkheimer & Adorno (2007: 82, 93) signaleren dat Homerus’ vertellers (en helden) kletskousen zijn, maar in hun beschrijvingen zo exact te werk gaan dat er de kilte heerst van anatomie en vivisectie. Ze vergelijken dat met ‘de impassibilité van de grootste vertellers van de negentiende eeuw’. Bij de voorkeur voor geresigneerd vertellen van Aristoteles tot Flaubert moet overigens zeker de naam vallen van Goethe, als verwoord in Über epische und dramatische Dichtung.
[8] Auerbach (1991: 7-26) zette de homerische techniek af tegen de Bijbelse: Homerus dingt naar de esthetische gunsten van de lezer, terwijl de Bijbel absolute aanspraak maakt op de waarheid.
[9] Deze termen komen uiteraard uit Ars Poetica: ‘Wie het nut met het plezier verbindt, wint ieders stem/ want hij vermaakt en hij vermaant het lezersvolk’ (Horatius 1980: 47). Eerder is utilium vertaald met moraal. Vanuit omgekeerd literair-hiërarchisch perspectief heeft Eco (1988) laten zien dat pulp onderbroken kan worden door didactische uitweidingen vol weetjes. Zegt dit iets over veranderende conventies, omdat Walter Scott, die dergelijke procedés hanteerde en door wiens werk Max Havelaar is geïnspireerd, misschien niet meer tot hoge literatuur gerekend wordt?
[10] Volledige werken X (1960: 63). Het ‘drankje’ op 67, 74, 103. Deze gedachten corresponderen metaforisch met wat Lucretius voorstond: ‘coating a bitter pill of truth with honeyed verses’ (geciteerd uit Suleiman 1983: 33).
[11] Veelbesproken is Multatuli’s idee deze rehabilitatie te concretiseren in een lintje (zie bijvoorbeeld Van der Meulen 2002). Hieruit zou zijn eigen hypocrisie en ijdelheid blijken. Maar al gebruikt de roman aangebrande cursieven in de mededeling dat resident Slymering, Havelaars antipode in wie het gesmade “schipperen” is samengebald, ‘benoemd is tot ridder van den Nederlandschen Leeuw’ (224), de jijbak-discussie verandert de zaak-Lebak niet. Dalrymple (2009: 253) deed zijn vertelobservatie overigens bij Guy de Maupassant.
[12] Binnen de hedendaagse lijstjescultuur stond Max Havelaar – na Haasses Het woud der verwachting en Japins Een schitterend gebrek – op drie bij de tien ‘meest memorabele Nederlandstalige historische romans’, omdat het tevens een beeld geeft van ‘het koloniale leven in het Java van de 19e eeuw’ (Knack, 25-10-2006). Een visie vanuit deze specifieke genregedachte geeft Grüttemeier (2001), die eindigt met een iets ouder lijstje laaglandse historische superromans waarop Max Havelaar een gedeelde achttiende plaats inneemt. Bij mijn weten het recentst binnen dit soort eeuwigheden zijn Multatuli’s derde positie anno 2007 bij www.hetbesteboek.nl over alles uit het integrale Nederlandse taalgebied, achter De ontdekking van de hemel en Het huis van de moskee, en een twaalfde positie bij een internationaleromanlijst van financieel dagblad De Tijd (2012), waar Max Havelaar in het eigen taalgebied alleen Boon, Mulisch en Lanoye moest voorlaten.
[13] Ook werd een ‘hertaalde’ versie apart uitgegeven voor ‘laaggeletterden’, als het meest eenduidige en dramatische verhaal van het boek (zie http://www.eenvoudigcommuniceren.nl/, 28-2-2007). Veelzeggend bijverschijnsel is dat bij Saïdjah en Adinda de tussenkomst van de verteller het geringst is (zie De Leeuwe in Dubois 1962: 101). Bij gelegenheid van het 150-jarig bestaan werd om door een vergrote toegankelijkheid nieuwe lezers te winnen Max Havelaar verkort en integraal hertaald door NRC-chef Gijsbert van Es, uitgegeven door diezelfde krant (www.nrc.nl/maxhavelaar) en opgedragen aan het fairtradelabel.
[14] Pascal (1997: 137) over de Bijbel: ‘Deze ordening bestaat voornamelijk daarin dat men uitweidt over ieder punt dat op het einddoel betrekking heeft, om dat steeds weer duidelijk te maken.’ De disparate compositie van het Oude Testament, waarvan de stukken toch in een duidende samenhang thuishoren, noemt Auerbach (1991: 19) ‘verticale binding’.
[15] Besef van Jongstra (2012: 143, 185-186, 209-211) die verwantschap ziet tussen Multatuli en Sterne in ‘opengewerkt’ proza’, wat enerzijds een variant lijkt van metafictie (de fundamenten zijn zichtbaar) en anderzijds continuïteit binnen een oeuvre veronderstelt. De Millioenen-studiën die Jongstra als beginpunt neemt voor de alles-in-alles-gedachte, kunnen in die zin worden ingewisseld voor een ander Multatuli-boek, waarbij Jongstra bovendien de intuïtie promoveert tot aanbrenger van de samenhang en waarheid ook nog achter de horizon plaatst.
[16] Van Lennep wijzigde onder andere ‘daartestellen’ in ‘tot stand te brengen’ (zie Kets 1992/2: XXIII) maar liet (verbuigingen van) het werkwoord ‘voorheerschen’ (49,169) staan. Dat Multatuli aan het slot van de roman oreerde dat hij Stern ‘redelyk goed Hollandsch’ leerde schrijven, kan voor het geheel een indekken zijn dat redelijkerwijs menselijk is.
[17] Francken (1987a: 58) meende dat het al Multatuli is die de documenten voor zich heeft. Terecht citeerde Maas (1987) uit een, lang na voltooiing van Max Havelaar geschreven, brief van Multatuli aan uitgever Funke: ‘Men moet meenen Droogstoppel en Stern te hooren’. Franckens (1987b) repliek overtuigde niet.
[18] Ondanks het feit dat Oversteegen (1963: 29) de overeenkomst ziet, volhardt hij in de academische waarheid dat Stern aan het woord is. Even curieus is dat Hoogteijling (1996: 53-57) met zijn onderzoek naar woordvelden van sleuteltermen in Max Havelaar ‘doel’ en ‘strekking’ overslaat.
[19] In een brief aan Tine citeert Dekker eerst iets ridicuuls van Droogstoppel en dan deze passage ‘om te toonen hoe het afwisselt’ (VW X, 65). De cursivering is van hem.
[20] Het is te kras om Sjaalman, met Janssens (1970), ‘ghost-writer’ te noemen. Iwema (1968) spreekt van ‘dekmantel’, wat meer speelruimte biedt. De armzwaai van Bousset (1984), die Sjaalman ziet als ware auteur van het geheel, is mijns inziens weer te groot. Overigens herzag Bousset (1997) die indruk tot ‘een ghost-writer en een schrijverscollectief’.
[21] Gera bespreekt op interessante wijze deze dochter in een rij van vrouwen in Max Havelaar, die allen inderdaad niet zelf het woord krijgen en door non-verbale communicatie hun punt moeten maken – ze valt Elsbeth Etty’s suggestie bij dat er incest zou zijn tussen dochter Marie en Droogstoppel (in Grave, Praamstra & Vandevoorde (2012: 112-113)).
[22] Zie Brandt-Corstius, opgenomen in Dubois (1962: 72-84). Volgens Hoogteijling (1996: 22) is het contractpunt een knipoog naar Dekkers eigen situatie bij de Havelaar-concipiëring te Brussel, kampend met een tekort aan schrijfmiddelen.
[23] In de filmversie van Fons Rademakers (1976) is Sjaalman onmiddellijk herkenbaar als Havelaar. De personages, een dubbelrol van acteur Peter Faber, worden op het witte doek dus zonder voorbehoud met elkaar geïdentificeerd. Sterker, de boekperoratie op metaniveau door Multatuli verplaatst de film (in het buitenverblijf van de gouverneur-generaal) naar het personage Max Havelaar.
[24] Bronzwaer (1977: 232) kan ik niet volgen in zijn idee dat alleen literair naïeve lezers door manuscriptfictie worden misleid in de veronderstelling dat de vertelde verhalen ‘echt’ zijn. Evenmin valt met Van het Reve (1979: 141) vol te houden dat er in Max Havelaar triviale, algemene schrijverstrucs worden toegepast. Multatuli ontmaskert ze juist.
[25] Ik wijs vooral op de episode van Saïdjah en Adinda. Stern blijft niet buiten schot (noch is hij, zoals King (1972: 43) denkelijk op autoriteit van Sötemann stelt, neutraal en objectief), maar debiteert in Multatuli’s ogen onbelangrijk commentaar. Onjuist is derhalve Gomperts’ (1979: 81) idee dat Stern vertelt zonder eigen inbreng.
[26] Beekman/Grüttemeier (2005: 38-40) signaleren terecht verschillende literatuuropvattingen, waar Van Lennep meer plaats inruimde voor fantasie, maar promoveren deze poëtica’s als elke casus in hun interessante studie als verklaring voor soms veel banalere, zakelijke conflicten, zoals hier het geval was.
[27] King (1972: 29 e.v.) meent dat Multatuli’s interventie voorkomt dat het verhaal louter een pamflet wordt. Dat is merkwaardig, temeer omdat hij verderop (153) terecht zegt dat de oproep aan Willem III als vertegenwoordiger van elke lezer de laatste mogelijkheid tot fictionaliteit verdelgt.
[28] Hij citeerde als Februari (2008: 83-85) deze passage uit Max Havelaar nogmaals om, onder de noemer het ‘God en het kwaad’, de beperkingen van de vrije wil te toetsen.
[29] Bij Droogstoppel zelfs ‘de zuivere waarheid’ geheten, zodat vanwege zijn beroep de associatie ontstaat met de uitdrukking ‘dat is geen zuivere koffie’.
[30] Vgl. Adorno (2006: 9) over komma’s: ‘de meest onopvallende tekens, waarvan de beweeglijkheid het liefst tegen de uitdrukkingswil aankruipt, maar die juist zo dicht bij het subject de geniepigheid van het object ontvouwen en bijzonder prikkelbaar worden met pretenties waartoe je ze nauwelijks in staat zou achten.’ Mijn hypothese valt niet te verifiëren in de momenteel verkrijgbare Salamander-uitgave van Max Havelaar, waar de komma is weggevallen. Dat in de tweede zin van het boek ook de koffieboer via de alternatieve term gewoonte de ‘Het is myn doel’-constructie gebruikt, wijst in elk geval op parallellen tussen Droogstoppel en Multatuli.
[31] Van Heusden & Jongeneel (1993: 69) interpreteren de passage, vanuit een romantische code waar de ruimtebeschrijving antropomorf geladen heet, als beeldspraak: ‘De verwijzing naar het “onkruid en kreupelhout” van de misstanden op Java die Havelaar die niet bij machte is met wortel en tak uit te roeien, is duidelijk.’
[32] Grave ontwaart de traditie van het tafelgesprek, die teruggaat tot Plato’s Symposium en een moderne variant kent in de literaire salon, en die de socratische methode hanteert (in Grave, Praamstra & Vandevoorde (2012: 75-76).
[33] Interessant is dat Rogiers (2001: 38) dit epitheton gebruikt voor de positie van de hedendaagse mens in een geglobaliseerde wereld, jegens zichzelf en anderen: de een wordt er beter van, de ander slechter. Ook Havelaar valt te beschouwen als winnaar (moreel) en verliezer (economisch).
[34] Na hun vereenvoudigde uitgave in 2010 richtten NRC en het fairtradelabel de Max Havelaar Academie op, die als eerste project een toernooi voor de meest vlammende toespraak organiseerde.
[35] Vgl. de later toegevoegde opdracht aan Tine als te beklagen ‘femme de poëte’, met Henry de Pène-citaat: ‘Oui, mais aussi il y a le chapitre des compensations, l’heure des lauriers qu’il a gagnés à la sueur de son génie, et qu’il dépose pieusement aux pieds de la femme légitimement aimée, aux genoux de l’Antigone qui sert de guide en ce monde à cet “aveugle errant”.’ Valt deze schets te rijmen met de karakteromschrijving van Havelaar als dichter (58, 82), het effect van het boek als geheel wordt ermee verkleind. Toch weer meer woord dan daad, desnoods vanwege een huiveringwekkende, door De Jager (2006: 15) geformuleerde paradox dat de absolute vrijheid en autoriteit die Multatuli voor zich opeist, afhankelijk worden gemaakt van de erkenning door lezers, die een visie krijgen opgelegd. Volgens Pieterse (2008: 223) was het predicaat ‘mooi’ voor de latere Multatuli positief.
[36] Sötemann (en Oversteegen) redeneert naar Jurij M. Lotman, volgens wie authentieke documenten in literatuur het gebruikelijke systeem vernietigen, maar niet het principieel systematische karakter van de artistieke tekst. Authentiek materiaal wordt aldus een structuurelement (zie Bronzwaer 1977: 114-115).
[37] Suleiman (1983: 22) herinnert aan het modernisme, dat autoreferentiële elementen prefereerde boven referentiële. Vgl. Jongstra (1996: 58) over passages van een storende verteller in Gogols Dode zielen: ‘onthutsende, rijke, onvoorstelbaar gevarieerde en kleurige beeldspraken voor het schrijven’. Jongstra’s essaybundel gaat feitelijk over uitweidingen, in wat hij naar goed experimenteel gebruik noemt opengewerkt proza. Hij definieert dit in louter esthetische zin, namelijk als boeken waarin naast het lopende verhaal het vertellen zelf aan de orde komt en vrijelijk wordt geput uit literaire bronnen.
[38] Polet (1978: 17-20), Walravens geciteerd uit Joosten (1996: 277), waarbij zij aangetekend hoe divers de techniek kan worden opgevat: Walravens’ literatuuropvattingen zaten dicht op die van Sartre (1948), die ten faveure van bewust partijdige literatuur echter de auctoriale, zijns inziens geprivilegieerde verteller verwierp.
[39] Ter Braak en Du Perron (1967: 121, 128). Ook Ideën geldt inmiddels programmatisch als visualisering van de opgegeven “heelheid” in een chaotische wereld. Vanuit een poststructuralistische invalshoek schreef Pieterse (2008) over dit weinig belichte werk (met een interessante zijsprong naar Max Havelaar, 265-285), dat geen overkoepelend ordeningsprincipe zou hebben, zelfreflexief en rijk aan genres en citaten is, en openlijk debatteert met de lezer. Eerder zag bijvoorbeeld Vogelaar (1987) een principieel verschil tussen Max Havelaar en Ideën, vergelijkbaar met de Flaubert van Madame Bovary versus die van Bouvard et Pécuchet.
[40] Identiek benadert hij een gedicht van Heine. Het is daarom zelfs als boutade onbegrijpelijk dat Mulisch (1966: 176) dit ‘het eerste geval van close reading’ vindt in relatie tot Merlyn: Droogstoppel leest het zijns inziens abjecte fenomeen literatuur moreel. Overigens noemt een Duits gedicht van Havelaar een Maleise plant, waarbij Multatuli’s latere aantekening Droogstoppels fameuze leeswijze in herinnering roept: ‘Pukul ampat: vier uur. Dit is de naam van ’n bloempje dat ’s namiddags op dat uur zich opent, en tegen den morgenstond zich weer sluit. Dat pukul (= slaan, slag. Hier: klokslag) moet worden uitgesproken met de hollandsche oe-klank spreekt vanzelf’ (158, 271).
[41] Vandevoorde vindt dat door de obsessieve Aanteekeningen en opmerkingen de vertellersgeloofwaardigheid, en daarmee de betrouwbaarheid van Multatuli, eerder afneemt dan groeit (in Grave, Praamstra & Vandevoorde 2012: 50-53).
[42] Namelijk ‘tussen Vauvenargues en Job’ (VW I, 395). Eerstgenoemde zit echter niet in Sjaalmans pak uit Max Havelaar. Job wel, inclusief Droogstoppels commentaar dat daar ook verzen over zijn (22). Van die verzen maakt Havelaar op zijn beurt melding.
[43] Ook de archetypische bestrijder van literatuur Plato betoonde zich in zijn formele middelen, namelijk dialogen, een bij uitstek literair auteur (zie De Martelaere 1997: 79-80).
[44] ‘Als Multatuli had geleefd in onze eeuw, zou hij een website hebben bijgehouden. […] Op het web verwacht immers niemand dat een publicatie zich beperkt tot één enkel onderwerp of genre. De mogelijkheden van onmiddellijk contact met het publiek, van direct reageren op gebeurtenissen, van verwijzen naar andere publicaties – ze zouden hem zeker hebben aangesproken’ (Soetaert 2006: 56). Voordien oordeelde Hermans (1987: 181-183), volgens wie Multatuli’s oeuvre ‘geen bos, maar een verzameling zeer uiteenlopende planten en bloemen’ was, dat de kracht eerder in schitterend geformuleerde fragmenten schuilt dan in een briljant geconstrueerd geheel, zeker na Max Havelaar: ‘Hij betoogt – en personages schept hij minder en minder. Vooral bij het ouder worden, veranderde hij steeds meer in een regisseur die zich tijdens de voorstelling niet weerhouden kon het toneel op te snellen om de acteurs eraf te schoppen en zelf het woord te nemen.’ Is in de laatste karakteristiek de weblogger te herkennen?
[45] VW X, 75-76. Hij refereert daar ook aan een onbekend Duits versje waaruit hij uit het hoofd citeert: ‘Lass nicht den Zweifel zwischen Vater seyn und Kind’. Dit zal bijna letterlijk terugkomen in zijn eigen gedicht: ‘Laat niet Uw kind vertwyflen...’
[46] Douwes Dekker aan Tine over Max Havelaar aan Multatuli: ‘Zooals ik gewoonlijk doe, komt het eigenlijke heel op het laatst.’ (VW X: 345) Vgl. Suleiman (1983: 54) over het verhaal in een roman à thèse: ‘it is determinated by a specific end, which exists “before” and “above” the story’. De interpretatie en de handelingsregel worden geëxpliciteerd door een verteller die de ‘voice of Truth’ spreekt en daarmee absolute autoriteit voor zich opeist.
[47] Zie Frye (1968: 250) en, specifieker, Fokkema & Ibsch (1992: 56).



Bibliografie

Adorno, Theodor W. 2006. ‘Leestekens’ (vertaling Dirk Van Hulle), in: De Witte Raaf 123 (sept/okt), 9 (1956).
Aristoteles 1988. Poetica. Vertaald, ingeleid en van aantekeningen voorzien door N. van der Ben & J.M. Bremer. Amsterdam, 19882 (1986).
Auerbach, Erich 1991. Mimesis. De weergave van de werkelijkheid in de westerse literatuur. Vertaald door Wilfred Oranje. Amsterdam, 1991 (1946).
Bakhtin, Michael 1982. The Dialogic Imagination. Four essays by -. Edited by Michael Holquist. Austin (1981).
Beekman & Grüttemeier, Klaus & Ralf 2005. De wet van de letter. Literatuur en rechtspraak. Amsterdam.
Booth, Wayne C. 1983. The Rhetoric of Fiction. Second edition. Chicago/Londen (1961).
Bousset, Hugo 1984. ‘Het paard van Troje’, in: Over Multatuli VII (1984)/13, 49-56.
- 1997. ‘De roman is een ui’, in: De Gids CLX/6 (juni), 444-450.
Braak & Perron, Menno ter & E. du 1965/ 1967. Briefwisseling 1930-1940, deel III/ deel IV. Tekstverzorging en annotaties H. van Galen Last. Amsterdam.
Bronzwaer, W.J.M. e.a. 1977. Tekstboek algemene literatuurwetenschap. Moderne ontwikkelingen in de literatuurwetenschap geïllustreerd in een bloemlezing uit Nederlandse en buitenlandse publikaties, samengesteld en ingeleid door -. Baarn.
Dalrymple, Theodore 2009. Profeten en charlatans. Hoe schrijvers ons de wereld laten zien. Samenstelling, inleiding en vertaling Jabik Veenbaas. Amsterdam.
Davies, Nick 2010. Gebakken lucht. Vertaald door Maaike Bijnsdorp en Wim Scherpenisse. Amsterdam 20102 (2009).
Drenth von Februar, Marjolijn 2006. ‘De voors en tegens van het lot’, in: Leven in de risicosamenleving. Amsterdam, 20062 (2005)
Dubois, Pierre H. e.a. 1962. 100 Jaar Max Havelaar. Essays over Multatuli door - e.a. Rotterdam.
Eco, Umberto 1988. De Structuur van de Slechte Smaak. Essays. Vertaald door Henny Slot. Amsterdam (1964).
Februari, Marjolijn 2008. God, een collage. Samengesteld door -. Amsterdam 20082 (1994).
Flaubert, Gustave 1989. De kluizenaar en zijn muze. Brieven aan Louise Colet. Samengesteld, vertaald en van een nawoord voorzien door Edu Borger. Amsterdam, 19892.
Fokkema & Ibsch, Douwe & Elrud 1992. Literatuurwetenschap & cultuuroverdracht. Muiderberg.
Francken, Eep 1987a. ‘Multatuli’s masker’, in: Over Multatuli X (1987)/18, 45-62 [ook in Francken 1990: 99-120].
- 1987b. ‘Een eigen hok’, in: Over Multatuli X (1987)/19, 47-48.
- 1990. De veelzinnige muze van E. Douwes Dekker. Amsterdam.
Frye, Northrop 1968. Anatomy of Criticism. Four essays by -. New York, 19687 (1957).
Goedegebuure & Heynders, Jaap & Odile 1996. Literatuurwetenschap in Nederland. Een vakgeschiedenis. Amsterdam.
Gomperts, H.A. 1980. Grandeur en misère van de literatuurwetenschap. Amsterdam, 19802 (1979).
Grave, Praamstra & Vandevoorde, Jaap, Olf & Hans (red) 2012. 150 Jahre Max Havelaar. 150 Years Max Havelaar. Multatulis Roman in neuer Perspektive. Multatuli's Novel from New Perspectives. Frankfurt am Main enz.
Grüttemeier, Ralf 2001. ‘Max Havelaar een historische roman?’, in: Nederlandse Letterkunde VI (2001) 2 (mei), 138-149.
Herman & Vervaeck, Luc & Bart 2005. Vertelduivels. Handboek verhaalanalyse. Nijmegen, 20053 (2001).
Hermans, Willem Frederik 1987. De raadselachtige Multatuli. Amsterdam, 19872 (1976).
Heusden & Jongeneel, Barend van & Els 1993. Algemene literatuurwetenschap. Een theoretische inleiding. Utrecht.
Hoogteijling, Jaap 1996. Door de achterdeur naar binnen. Over de wording van Multatuli’s Max Havelaar. Amsterdam.
Horatius 1980. Ars Poetica; ingeleid, verantwoord, vertaald en voorzien van een inleiding over Horatius’ dichterlijke voortleven bij Bilderdijk door P.H. Schrijvers. Amsterdam.
Horkheimer & Adorno, Max & Theodor W. 2007. Dialectiek van de Verlichting. Filosofische fragmenten. Vertaling Michel van Nieuwstad. Amsterdam 20072 (1947).
Iwema, K. 1968. ‘Ernest Stern – een miskend structuuraspect van “Max Havelaar”’, in: Spiegel der Letteren XI (1968), 202-218.
Jager, Gert de 2006. ‘Een ongewone beweging. Thematiek en structuur in Max Havelaar’, in: TNTL 122, 2-16.
Janssens, Marcel 1970. Max Havelaar. De held van Lebak. Antwerpen/Utrecht.
Jongstra, Atte 1996. Familieportret. Essays. Amsterdam/Antwerpen.
Jongstra, Atte 2012. Kristalman. Multatuli-oefeningen. Amsterdam/Antwerpen.
Joosten, Jos 1996. Feit en tussenkomst. Geschiedenis en opvattingen van Tijd en Mens (1949-1955). Nijmegen.
King, Peter 1972. Multatuli. New York.
Maas, Nop 1987. ‘Nogmaals Stern’, in: Over Multatuli X (1987)/19, 44-46.
- 2000. ‘Dit boek is meer dan een boek – het is een mensch. Reacties op Max Havelaar in 1860’, in: Multatuli voor iedereen (maar niemand voor Multatuli). Nijmegen, 7-49.
Martelaere, Patricia de 1997. Verrassingen. Essays. Amsterdam.
Meijer, Dr. R.P. 1960. Max Havelaar 1860-1960. A commemorative address delivered at a Public Meeting of the Netherlands Cultural Committee by -. Melbourne.
Meulen, Dik van der 2002. Multatuli. Leven en werk van Eduard Douwes Dekker. Nijmegen.
Mulisch, Harry 1966. Bericht aan de rattenkoning. Amsterdam.
Multatuli. Max Havelaar of de koffiveilingen der Nederlandse Handelsmaatschappy. Historisch-kritische uitgave, verzorgd door A. Kets-Vree. Deel 1/ Tekst, Deel 2/ Apparaat en commentaar. Assen/Maastricht, 1992 [te raadplegen op http://www.dbnl.org/tekst/mult001maxh01/]
- Volledige werken I. Geloofsbelydenis, enz. Bezorgd door Prof.Dr. G. Stuiveling. Amsterdam, 1950.
- Volledige werken IX. Brieven en documenten uit de jaren 1846-1857. Bezorgd door Prof.Dr. G. Stuiveling m.m.v. Henri A. Ett, Dr. H.J.J. de Leeuwe en P. Spigt. Amsterdam, 1956.
- Volledige werken X. Brieven en documenten uit de jaren 1858-1862. Bezorgd door Prof.Dr. G. Stuiveling m.m.v. Henri A. Ett, Dr. H.J.J. de Leeuwe en P. Spigt. Amsterdam, 1960.
Offermans, Cyrille 1988. ‘Een te late roeping? Moralisme en moderniteit bij Multatuli’, in Niemand ontkomt. Hoofdstukken uit de geschiedenis van de Verlichting. Amsterdam, p. 61-87.
Oversteegen, J.J. 1963. ‘De organisatie van Max Havelaar’ in: Merlyn I (1963) 6 (oktober), 20-45.
Paardt, Willem J. van der 1978. ‘Evolutie der evaluatie. Max Havelaar en het literaire waardeoordeel’, in: Over Multatuli I (1978)/1, 59-89.
Pascal, Blaise 1997. Gedachten. Vertaling en aantekeningen Frank de Graaff. Amsterdam (1670).
Pieterse, Saskia 2008. De buik van de lezer. Over spreken en schrijven in Multatuli’s Ideën. Nijmegen.
Polet, Sybren 1978. Ander proza. Bloemlezing uit het nederlandse experimenterende proza van Theo van Doesburg tot heden (1975). Samengesteld en ingeleid door -. Amsterdam.
Reve, Karel van het 1979. Een dag uit het leven van de reuzenkoeskoes. Amsterdam.
Rogiers, Filip 2001. Eigen schuld eerst. Wat we niet willen horen over extreem-rechts in Vlaanderen. Amsterdam/Antwerpen.
Sartre, Jean-Paul 1968. Wat is literatuur. Vertaling H.F. Arnold. Amsterdam (1948).
Scheffer, Paul 2008. Het land van aankomst. Amsterdam 200810 (2007)
Schlegel, Friedrich 1980. Literarische Notizen 1797-1801. Herausgegeben und eingeleitet von Hans Eichner. Frankfurt/Berlin/Wien.
Sebes, Paul 2009. Bestseller. Wat elke beginnende schrijver moet weten. Amsterdam 20092 (2008).
Soetaert, Ronald 2006. De cultuur van het lezen. Den Haag [te raadplegen op http://taalunieversum.org/taalunie/Cultuurvanhetlezen.pdf].
Sötemann, Dr. A.L. 1966. De structuur van Max Havelaar. Bijdrage tot het onderzoek naar de interpretatie en evaluatie van de roman. Utrecht.
Stanzel, Dr. Franz K. 1965. Die typische Erzählsituationen im Roman. Dargestellt an Tom Jones, Moby Dick, The Ambassadors, Ulysses u.a. Wien/Stuttgart (1955).
Sterne, Laurence 1990. Het Leven en Opvattingen van de Heer Tristram Shandy. Vertaald door Jan & Gertrude Starink. Amsterdam/ Leuven (1759-1769).
Suleiman, Susan Rubin 1983. Authoritarian Fictions. The Ideological Novel As a Literary Genre. New York.
Vogelaar, J.F. 1987. Terugschrijven. Essays. Amsterdam.


woensdag 23 januari 2013

Koffie: de groslijst (2005-2012)





‘Aan tafel. 8 ladychefs in de kleren’, De Standaard Magazine 23-1-2010
Jan-Frederik Abbeloos: ‘George Clooney drinkt thee’, De Standaard, 11-10- 2012
Hans Abbing: Van hoge naar nieuwe kunst. Historische Uitgeverij: Groningen 2009
Ludo Abicht: De Verlichting vandaag. Houtekiet: Antwerpen/Amsterdam 2007
Hans Achterhuis: Politiek van goede bedoelingen. Boom: Amsterdam 1999
Hans Achterhuis: Met alle geweld. Een filosofische zoektocht. Lemniscaat: Rotterdam 2008
Achterklap Foto's - 23 oktober 2008’
http://www.ad.nl/koffietest/
Theodor W. Adorno: Minima Moralia. Vertaald door M. Mok. Spectrum: Utrecht 1971
Remieg Aerts: Het aanzien van de politiek. Geschiedenis van een functionele fictie. Bert Bakker: Amsterdam 2009
A.F.Th.: Het schervengericht. Querido: Amsterdam 2007
http://www.ah.nl/perla/
http://www.aholdcoffeecompany.nl/nl/
Wilma van den Akker: Nageljongenstraat. Holland: Haarlem 2008
Alain: Over het geluk. De Prom: Baarn 1996
http://alembert.fr/index.php
Alzheimer Nederland: ‘Waar drinkt u koffie uit?’, NRC, 23/24-8-2012
Haroon Ali: ‘Fietsen op gereclyclede koffiecups’, de Volkskrant, 6-11-2010
Alle Senseo's verzamelen!’, Het Parool, 14-4-2009
Salvador Allende: ‘Speech to the United Nations (excerpts) 4 December 1972’
Alles moest anders. Het onvervuld verlangen van een linkse generatie. Met een nawoord van H.J.A. Hofland. Nijgh & Van Ditmar: Amsterdam 1991
Melissa Allison: ‘Starbucks co-founder talks about early days, launching Redhook and Seattle Weekly, too’, Seattle Times, 10-3-2008
Alstein: De vermiste wereld. Notities 1997-2003. Wereldbibliotheek: Amsterdam 2005
Chris Anderson: The Long Tail. Waarom we in de toekomst minder verkopen van meer. Vertaling Ypie Veenstra. Nieuw Amsterdam: 2007
http://www.answers.com/topic/patrice-lumumba
Amy Arena: ‘Excuse Me’
Hannah Arendt: Over revolutie. Vertaald door Rob van Essen. Met een voorwoord van Ido de Haan. Atlas: Amsterdam/Antwerpen 2004
Hannah Arendt: Totalitarisme gevolgd door Het verval van de nationale staat en het eind van de rechten van de mens. Inleiding en vertaling Remi Peeters en Dirk De Schutter. Boom: Amsterdam 2005
Jacob Aron: ‘Drinking coffee doesn't make you more alert, caffeine study reveals’, The Guardian, 2-6-2010
‘Aspirine en koffie krijgen kater klein’, Metro, 18-1-2011
Maarten Asscher: ‘Over de onmogelijkheid van lekker eten’, in De Gids 2010/6 sept, blz. 717-724
Tiffany Atkinson: Kink and Particle. Seren: Bridgend 20092
Stefan Aust: Het Baader Meinhof Complex. Lebowski: Amsterdam 2008

Laura van Baars: ‘Eén grote familie’, in Trouw, 17-12-2008
Christine Baart: ‘Voelen en ruiken aan zestig jaar Dutch design’, in Trouw, 19-2-2008
Marijn Backer: Aan de koolstofconditioner. Gedichten. Wagner en Van Santen: Sliedrecht 2000
Alain Badiou: De twintigste eeuw. Vertaald uit het Frans door Frans de Haan. Ten Have: Kampen 2006
Jan Baeke: Groter dan de feiten. Bezige Bij: Amsterdam 2007
Lisa Baertle: ‘Busy NYC Starbucks block sockets to free up seats’, Reuters, 5-8-2011
Marcus Baram: ‘Moe Tucker, Velvet Underground Drummer, Stuns Fans With Tea Party Support’, Huffington Post, 5-10-2010
Michael Barbaro: ‘Bloomberg Pushes Moderates in National Races’, New York Times, 19-9-2010
Henri Barbusse: Het vuur. Dagboek van een escouade. Vertaald door Mechtild Claessens. Arbeiderspers: Amsterdam/Antwerpen 20044
Erik Barker: ‘Do coffee and cigarettes make you smarter?’ Bakadesuyo, 3-4-2012
Erik Barker: ‘5 things you need to know about that wonder-beverage, coffee’, Bakadesuyo, 4-6-2012
Bart Debie lust geen fairtrade koffie’, 8-11-2009
Zygmunt Bauman: De moderne tijd en de Holocaust. Vertaling Jan Willem Reitsma. Boom: Amsterdam 1998
Simone de Beauvoir, De mandarijnen. Vertaald en van een nawoord voorzien door Ernst van Altena. Agathon: Houten 1987
Simone de Beauvoir: Memoires. De bloei van het leven. Vertaald door Jan Hardenberg. C. de Boer jr.: Hilversum 1968
Sander Becker: ‘Koffie geeft geen borstkanker, maar je kan nooit weten’, Trouw, 19 oktober 2008
Sander Becker: ‘Niet politiek correct? Ik vertel wat waar is’, Trouw, 28-1-2011
Andy Beckett: ‘Liefdadigheid op miljardenschaal. Een blik achter de schermen van de Gates Foundation’, De Standaard, 4-9-2010
‘Beetje koffie mogelijk al schadelijk voor hartpatiënt’, in De Morgen, 4-4-2007
Michael Behrendt en Dirk Banse: ‘Schrieb die Stasi bei Wallraffs “Ganz untenˮ mit?’, Die Welt, 22-4-2012
Belangrijke veiligheidswaarschuwing. Senseo@koffiezetapparaat’
‘Belgen zeer trouw in keuze betrouwbare merken’, De Tijd, 8-7-2006
Martijn Benders: ‘Teleurgesteld in Erik Jan Harmens’, Loewak, 11-7-2007
Martijn Benders: ‘Interessante poeziediscussie op in Letterland’, Loewak, 20-6-2008
Martijn Benders: Karavanserai. Nieuw Amsterdam: Amsterdam 2008
Walter Benjamin: Eenrichtingsstraat. Vertaling Paul Koopman. Historische Uitgeverij: Groningen 1994
Walter Benjamin: Maar een storm waait uit het paradijs. Filosofische essays over taal en geschiedenis. Vertaald door Ineke van der Burg en Mark Wildschut. SUN: Nijmegen 1996
Pierre Bergounioux: Een stap en dan de volgende. Vertaald door Marianne Kaas. Van Oorschot: Amsterdam 2005
Marjan Berk: Vertigo. Atlas: Amsterdam/Antwerpen 2007
Sara Berkeljon: ‘Ik kan le-zen’, Volkskrant Magazine, 14-2-2008
Jon Berkeley, ‘Big government. Stop!’, The Economist, 21-1-2010
Andrew Berwick: 2083. A European Declaration of Independence, 2011
Willem Beusekamp, Marcel van Lieshout: ‘Lang leve de krant, zegt krantenlezer’, de Volkskrant, 30-12-2008
Monica Bhide: ‘Good to the last drop’, Salon, 30-6-2008
Wim de Bie: ‘Koffietje’, 13-4-2008
Pierre Biélande: ‘Fairtrade: slachtoffer van eigen succes?’ Alter Business News 100 (oktober 2005)
Fried van Bijnen: ‘Buffetbediende op de Mitropa’, 2-9-2007
‘Biologische producten populairder’, de Volkskrant, 4-4-2007
www.biscuitandcoffee.com
http://www.bitterlemon.eu/
Black Coffee. Passie voor koffie door de eeuwen heen. B-Motion B.V.: 2006 [regie Irene Angelico 2005, 3 dvd’s]
Henk Blanken: Mediamores. Over digitale cultuur, bloggende burgers en journalistieke ethiek. Atlas: Amsterdam/Antwerpen: 2009
Anet Bleich: Joop den Uyl 1919-1987. Dromer en doordouwer. Balans: Amsterdam 20084
Jeroen den Blijker: ‘Bio-groothandel mijdt supermarkt’, Trouw, 8-11-2006
Henry Blodget: ‘The Truth About Twitter: Half Of Twitter Users Never Listen To A Word Anyone Else Says’, Business Insider, 12-12-2010
Lilian Blom: De tuinkamer. Bezige Bij: Amsterdam 2007
Ines Blomme: ‘Slappe koffie
Mary Blume: ‘If you can't master English, try Globish’, New York Times, 22-4-2005
Steven De Bock: ‘Geen patience tijdens de werkuren’, in De Standaard, 7-10-2009
Bianca Boer: Troost en de geur van koffie. Veen: Amsterdam/Antwerpen 2007
Wil Boesten: Spiltijd. Augustus: Amsterdam/Antwerpen 2007
‘Boete voor Tony’s Chocolonely’, Het Parool, 09-11-2007
Paul Bogaers: Onderlangs. IJzer: Utrecht 2007
R. du Bois: ‘Reclame met een luchtje?’, Reclamebureau info, 10-6-2007
Heinrich Böll: Inmenging gewenst. Vertaling W. Wielek-Berg. Nawoord H. Wielek. Elsevier: Amsterdam 1978
Kristien Bonneure: ‘Over de negende van Beethoven, een Starbucksgeweten en The Sound of Music als walgelijkste-film aller-tijden’, De Redactie, 29-11-2011
Leo Bonte, Karin De Ruyter, Ellen Jansegers, Kristof Hoefkens: ‘Uitdagingen voor de dagbladen’, De Standaard, 14 maart 2009
Oscar van den Boogaard: ‘Starbucks’, De Standaard, 26-2-2010
Oscar van den Boogaard: ‘Ik ben Ruud Gullit niet’, De Standaard, 4-8-2012
Louis Paul Boon: De Kapellekensbaan. Zomer te Ter-Muren. Arbeiderspers/Querido: Amsterdam 1980
Barend Boot: Hoe bereid ik de perfecte koffie? The Golden Coffee Box / B-Motion B.V.: z.p. 2006
Amarjyoti Borah: ‘Climate change leaves Assam tea growers in hot water’, The Guardian, 26-12-2010
Pieter Boskma: De messiaanse kust. In de Knipscheer: Amsterdam 1989
Martin Bosma: De schijn-élite van de valse munters. Drees, extreem rechts, de sixties, nuttige idioten, Groep Wilders en ik. Bert Bakker: Amsterdam 2010
http://www.denbosrand.be/artikels/compost/index.html
Dan Box: ‘Starbucks’, The Ecologist, 1-7-2003
Matthijs van Boxsel: Deskundologie. Domheid als levenskunst. Querido: Amsterdam 2006
Matthijs van Boxsel: ‘De stultodroom of het einde van Utopia’, Raster 123/124 (2009)
Trevis Bradbury: ‘Caffeine: The Silent Killer of Emotional Intelligence’, Forbes, 21-8-2012
Jelle Brandsma: ‘De echte koffieprijs’, Trouw, 23-10-2010
Anneke Brassinga: Bloeiend puin. Essays & ander proza. Bezige Bij: Amsterdam 2008
Bertolt Brecht: Kriegsfibel. Eulenspiegel Verlag: Berlin 19834
Bertolt Brecht: Me-ti. Boek der wendingen. Vertaald door Pé Hawinkels. Socialistiese Uitgeverij Nijmegen: Nijmegen 1976
Bertolt Brecht: Teatereksperiment en politiek. Samenstelling en vertaling Wim Notenboom en Jacq Firmin Vogelaar. SUN: Nijmegen 1971
Bertolt Brecht: Tui-roman. Vertaald door Pé Hawinkels. Socialistiese Uitgeverij Nijmegen: Nijmegen 1978
Désanne van Brederode: Barsten. Zomerdagboek. Veen: Amsterdam/ Antwerpen 2005
Désanne van Brederode: Modern dédain. Pamflet. Querido: Amsterdam 2006
Breivik uit zijn ongenoegen over handelwijze in gevangenis’, Knack, 9-11-2012
Christine Brinkgreve en Bram van Stolk: Van huis uit. Een onderzoek naar sociale erfenissen. Meulenhoff: Amsterdam: 19993
Britney and JR get serious!’, 21-12-2006
Ann Van den Broeck: ‘Over boeren, slurpen en morsen. De grote etiquette-op-reis-quiz’, De Standaard, 13/14-6-2009
Sophie Broersen: ‘Een jetlag, maar dan zonder reis’, de Volkskrant, 25-8-2007
Jeroen Brouwers: ‘Wie wat bewaart…’, in Blauwdruk. AMVC Letterenhuis: Antwerpen 2008
Tammy Bruce: ‘Why Tea Party women lead the charge’, The Guardian, 19-10-2010
Ellen de Bruin, ‘Denken met je lichaam. Metaforen lijken tamelijk willekeurig per cultuur te verschillen’, De Standaard, 22-11-2010
Erik Brusten: ‘En wat doen we zondag? Op de koffie in Ethiopië’, De Standaard, 28-2-2009
Katrien Bruyland: ‘In mijn managementteam is de helft man en de helft vrouw. Marleen Vaessen over de internationale groei van Senseo’, De Tijd, 8-7-2006
Katrien Bruyland: ‘Ik ben koffiebrander, geen directeur. Hugo Rombouts over Antwerpen, eerlijke handel en koffie in de aderen’, De Tijd, 19-8-2006
Hans Bruyninckx: ‘Internationaal milieubeleid’, Streven juni 2011, 537-545
Frans Budé: In Remersdaal. Meulenhoff: Amsterdam 1997
Geert Buelens: ‘Quid VRT?’, De Standaard, 20-3-2010
Dennis van den Buijs: ‘Koffie verkeerd’, dwars nr 51 jrg 8, maart 2009
Luis Buñuel: Mijn laatste snik. Discrete herinneringen. Vertaald door Jeanne Holierhoek. Meulenhoff: Amsterdam, 2009
Edmund Burke: Een filosofisch onderzoek naar de oorsprong van onze denkbeelden over het sublieme en het schone. Historische Uitgeverij: Groningen 2004
Jason Burke: ‘Prague elite fights “vulgar” invaders’, The Guardian, 11-3-2008
Oliver Burkeman: ‘Barack Obama v Mitt Romney: the vices, the virtues and dog-related issues’, The Guardian, 9-10-2012
Robert Burton: Anatomy of Melancholy
Ian Buruma: Anglomanie. Vertaling Jan Pieter van der Sterre. Olympus: Amsterdam 20073
Ian Buruma: Dood van een gezonde roker. Vertaald door Henk Schreuder. Atlas: Amsterdam/Antwerpen 20062
Ian Buruma: God op zijn plaats. Het kruispunt van religie en democratie. Vertaald door Suzan de Wilde. Atlas: Amsterdam/Antwerpen 2010
Wolfgang Büscher: Duitsland, een reis. Vertaald door Wil Boesten. Atlas: Amsterdam/Antwerpen 2007
Maarten Buschman: ‘Het kopje koffie van Gorter’, Uitgelezen Boeken. Katern voor boekverkopers en boekenkopers IV/3 (z.j.), blz. 40-49
Maarten van Buuren: Kikker gaat fietsen! Of: over het leed dat leven heet. Lemniscaat: Rotterdam 2008

C1000 nuanceert bericht over vleesverkoop’, Trouw, 10-8-2010
‘Café Deutschland’, Zeit Magazin nr 18, 24-4-2009
http://www.caffeecoiffee.be/
‘Cafeïne goed voor geheugen van vrouwen’, De Morgen, 6-8-2007
Leinad Campo: ‘Koffie à gogo. Op zoek naar l’ultimo barista’ in Zone03, 24 jan-6 febr 2007
Joris van Casteren: De man die 2½ jaar dood lag. Berichten uit het nieuwe Nederland. Prometheus: Amsterdam 2003
Joris van Casteren: Lelystad. Prometheus: Amsterdam 2008
Han Ceelen en Jeroen van Bergeijk: Meer dan de feiten. Gesprekken met auteurs van literaire non-fictie. Atlas: Amsterdam/Antwerpen 2007
Sofie Cerutti: 160: bloemlezing sms-gedichten. Meulenhoff: Amsterdam 2008
Bart Chabot: Brood en spelen. Nijgh & Van Ditmar: Amsterdam 20023
Bart Chabot: Broodje springlevend. Nijgh & Van Ditmar: Amsterdam 20043
Gemma Charles: ‘Starbucks launches fair-trade espresso’, 16-9-2008
Daniil Charms: Ik zat op het dak. Proza, toneel, gedichten, dagboekaantekeningen, brieven. Vertaald door Margriet Berg, Yolanda Bloemen, Jan Paul Hinrichs en Marja Wiebes. Gekozen door Yolanda Bloemen. Met een nawoord van Jan Paul Hinrichs. Atlas: Amsterdam/Antwerpen 2002
Chauffeur botst tijdens inschenken koffie’, De Redactie, 3-3-2010
Marc Chavannes: ‘McDonald’s van de koffie opent elke dag een winkel’, in NRC Handelsblad, 21-7-2008
Chomsky Warns of Rise of the Far Right in the U.S.’, 23-4-2010
http://www.citaten.net/
Rutger Claassen: ‘Kindertijdwerk. Pleidooi voor een dertigurige werkweek’, Socialisme & Democratie nr. 1/2 2007, p. 57-67
Paul Claes: ‘Glimpen 2007’, De Brakke Hond 102, lente 2009
Guinevere Claeys: 'Onthechting zit me in de genen. Strafpleiter Walter Van Steenbrugge na de stemoperatie’, De Standaard, 11-12-2010
Andrew Clark: ‘US billionaires club together – to give away half their fortunes to good causes’, The Guardian, 4-8-2010
Hugo Claus: Het verdriet van België. Bezige Bij: Amsterdam 1986
Kristof Clerix: ‘Ngo’s in de bres voor Fair Trade’, MO, 15-12-2009
Stephanie Clifford: ‘Suing Her Label, Not Retiring: Carly Simon Won’t Go Gently’, New York Times, 12-10-2009
Mark Cloostermans: ‘De nieuwe lichting debuten: Straffe koffie of Starbucks?’, De Standaard, 4-6-2010
‘Coca-Cola en Johnny Rotten zijn cool’, De Standaard, 28-11-2007
‘Cocaïne of melkpoeder?’, De Standaard, 6/7-9-2008
‘Coffee could help cut prostate cancer risk, says study’, BBC News, 8-12-2009
Annie Cohen-Solal: Jean-Paul Sartre zijn biografie. Van Gennep: Amsterdam 1989
Daniel Cohn-Bendit: De grote bazaar. Wat er de links-progressieve beweging te koop is. Meulenhoff: Amsterdam 1978
‘Concurrentie voor Nespresso’, De Standaard, 6/7-3-2010
Consumptie duurzame koffie bijna verdubbeld’, Trouw, 9-11-2010
Antoon Coolen: Dorp aan de rivier. Nijgh & Van Ditmar: ’s-Gravenhage/Rotterdam z.j.
Antoon Coolen: Kinderen van ons volk. Nijgh & Van Ditmar: ’s-Gravenhage 1968
Luc Coppens: ‘Luxemburg rijkste land ter wereld’, in De Standaard, 18-12-2007
Jeroen Corduwener, ‘De Afrikaanse tijger klauwt nog niet’, De Standaard, 13/14-9-2008
Saskia de Coster: Held. Prometheus: Amsterdam 2007
Kim de Craene en Katrijn Serneels: ‘Ik ben een koffie verkeerd. Atlete Elodie Ouedraogo over haar lijf en leden’, dm magazine, 8-12-2007
Matthew B. Crawford: Shop Class as Soulcraft. An Inquiry in the Value of Work. Penguin Press: New York 2009

Jo Daelemans, Wim Schalenbourg: ‘Burundese boeren vechten voor hun koffiefabrieken’, De WereldMorgen, 24-3-2011
Dag piloot! Graag een koffie zonder melk aub’, De redactie, 25-2-2010
Johannes van Dam: Dedikkevandam. Van aardappel tot zwezerik. Onder redactie van Joosje Noordhoek. Nijgh & Van Ditmar: Amsterdam 20065
Jo Van Damme: ‘Exploderende senseo’s’, De Standaard, 18/19-4-2009
Erik Dams: ‘Dure namen? Doe het zelvio!’, 16-11-2005
Richard Dawkins: God als misvatting. Nieuwe editie. Vertaling Hans E. van Riemsdijk. Nieuw Amsterdam: Amsterdam 2008
http://www.de.nl/DEKoffieCafe/Pages/DEKoffieCafe.aspx
http://www.de.nl/OnzeProducten/Topkwaliteitkoffiemelanges/Pages/smaaknavigatie.aspx
‘De 5 objecten’, De Standaard, 24/25-12-2011
‘De aanval op de elite. Dubbeldikke special’, De Groene Amsterdammer, nr 8, 24-2-2011
De beste koffiebars in Vlaanderen’, De Standaard, 17-11-2010
De jaren 70 in België. Lannoo: Tielt 2007
Thierry Debels: ‘Hoeveel verdiende Helmut Lotti al met zijn liedjes?’ Vacature, 16-12-2010
Barbara Debusschere: ‘Groen imago is niet altijd echt schoon. Klimaatorganisatie zet bedrijven met onterecht ecologisch imago in hun hemd’, De Morgen, 23-6-2012
Marc Declercq: ‘Hamburger, het broodje van de migrant’, De Standaard Magazine, 31-10-2008
Marc Declercq: ‘Het perfecte kopje koffie’, De Standaard Magazine, 2-10-2010
Silya Decock: ‘Laptopia. Het land van de wifinomaden’, De Morgen Magazine, 2-4-2011
Ilse Degryse: ‘Gemak is het toverwoord. Trends in voeding: hoe ziet ons bord eruit in 2025?’ De Standaard, 15-3-2008
De Hoge Gezondheidsraad (HGR) roept op tot waakzaamheid i.v.m. de consumptie van “energiedranken” bij de jeugd', 06-01-2010
Edward Deiters: ‘Met slimme stekkers de hele wereld over’, De Pers, 7-3-2011
Edward Deiters: ‘Hoe Twitter van een kleuter verandert in een puber’, De Pers, 22-3- 2011
Ellen Delrue: ‘Vrijetijdsziekte treft vooral workaholics’, De Morgen, 23-6-2012
Frank Demets: ‘Managers moeten een voorbeeld nemen aan voetbalclubs. Willy Naessens sprak met Willy Naessens’, De Tijd, 17-2-2007
Frank Demets: ‘Stijlvolle topvrouw met spierballen. Waarom het Internationaal Muntfonds anders wordt met Christine Lagarde aan het roer’, De Morgen, 2-7-2011
Johan Derksen: ‘Afscheid van vedette zonder sterallures’, VI, 28-8-2006
Johan Derksen: ‘Koffietijd voor mannen of journalistiek’, VI, 26-7-2010
Yves Desmet: De visie van een Wetstraatrat. Houtekiet: Antwerpen/Amsterdam 2004
Yves Desmet: ‘Espresso’, De Morgen Magazine, 24-9-2011/4
‘DE-topman Michiel Herkemij krijgt bonus’, NRC Handelsblad, 10-8-2012
Hannah Devlin: ‘Daily caffeine dose may delay progress of Alzheimer’s, researchers say’, The Times, 6 juli 2009
Tom Dieusaert: Koffie en cola. Latijns-Amerika in tijden van globalisering. Globe: Roeselare 2003
Harmen van Dijk: ‘Verkade stapt over op eerlijke cacao’, Trouw, 29-10-2008
Harmen van Dijk: ‘Wereldwinkels staan op keerpunt’, Trouw, 19-09-2009
Jutta Ditfurth: Ulrike Meinhof. De biografie. Vertaling Geraldina Damstra. Omniboek: Kampen 2010
Christien Dohmen: In de schaduw van Scheherazade. Oosterse vertellingen in achttiende-eeuws Nederland. Vantilt: Nijmegen 2000
http://www.dolce-gusto.be/NL/Home.aspx
Menno van Dongen: ‘Assertieve burgers claimen vaker’, de Volkskrant, 9-4-2008
Maarten Doorman: ‘Het woeden van de kritiek’, de Volkskrant, 23-1-2010
Doutzen Kroes nieuwe gezicht van Douwe Egberts’, Het Parool, 22-12-2010
Douwe Egberts sluit zijn 250ste verjaardag af met een welkom kerstgeschenk aan de minderbedeelden’
Douwe Egberts daagt provincie voor rechter’, De redactie, 18-12-2009
Douwe Egberts herrijst dankzij man van 87 miljoen’, 2-3-2012
Douwe Egberts neemt de tijd’, 20-3-2012
‘Drachten epicentum voor reparatie kapotte Senseo’s’, BN/De Stem, 23-5-2009
Dirk Draulans: ‘De sluipwegen van het zaad’, Knack, 23-8-2007
Dirk Draulans: ‘Is koffie water?', Knack, 19-12-2008
Elma Drayer: 'Willen we weten hoe gemberthee met boek smaakt?’, Trouw, 12-1-2012
3 ochtendrituelen die je meer energie geven’, Jobat, 14-12-2009
Gerard Driehuis: ‘Nespresso: De enige koffie die alles van je weet’, Welingelichte kringen, 16-12-2009
Gerard Driehuis: ‘Douwe Egberts verliest van Nespresso’, Welingelichte kringen, 21-4-2012
Henk Driessen, ‘Over de grenzen van de gezelligheid’, in: Huub de Jonge, Ons soort mensen. Levensstijlen in Nederland. SUN: Nijmegen 1997
Roel van Duyn: Het witte gevaar. Vademekum voor provoos. Meulenhoff: Amsterdam 1967
Roel van Duyn: Schuldbekentenis van een ambassadeur. Nota’s, beschouwingen en vragen van een ambassadeur van Oranje-vrijstaat in de Amsterdamse gemeenteraad. Meulenhoff: Amsterdam 1971
Arjen Duinker: Rode oever. Meulenhoff: Amsterdam 1988
Arjen Duinker: Ook al is het niet zo. Meulenhoff: Amsterdam 1998
Michael Dummet: Vluchtelingen en Immigratie. Vertaald door Gertjan Cobelens. Routledge: Londen 2002
De duurste, beste en slechtste’, Algemeen Dagblad, 28-10-2006

Een op drie Belgische gezinnen koopt fairtrade’, De Morgen, 25-3-2010
Eenderde koffie uit koffiepads’, Nu.nl, 11-11-2007
Maud Effting, Wilco Dekker: ‘Eerlijke jongen met flinke onderbuik’, de Volkskrant, 26-8-2008
Larry Elliott: ‘Prison treadmills? Culling swans? … voters suggest savings for the coalition’, The Guardian, 18-8-2010
Markman Ellis: The Coffee-House. A Cultural History. Phoenix: Londen 2005
http://nl.wikipedia.org/wiki/Elvis_Presley
En hoe blijf jij fit in je hoofd? Vlaams Agentschap voor Zorg en Gezondheid: Brussel 2009
Stephan Enter: Lichtjaren. Van Oorschot: Amsterdam 2004
Stephan Enter: Spel. Van Oorschot: Amsterdam 2007
Sylvain Ephimenco: ‘Nutteloos activisme’, Trouw, 04-09-2008
Espresso met Ernest van der Kwast’, NRC, 22-6-2012
‘Espressokoffie DE duurzaam’, Het Parool, 25-04-2008
Elsbeth Etty, ‘“Zonder balans ga je dood”. Margaret Atwood over biologische koffie, haar drijfveren en over literatuur’, NRC, 27-7-2009
Bas Evers: ‘Ortec koffiefilter Trekking’, 27-5-2009

Robert Faber: De vlooienoorlog. Guerillaoorlogvoering in theorie en praktijk. Vertaling R.W.H. Löbler. Boom: Meppel 1973
Anne Fadiman: ‘Bean and gone’, 24-11-2007
‘Fair trade scoort op zakelijke markt met eerlijke koffie’, in Trouw, 11-10-2006
http://www.fairtradegemeenten.be/
http://www.fairtradegemeenten.nl/
Hans Faverey: Verzamelde gedichten. Bezige Bij: Amsterdam 1993
Marjolijn Februari: De literaire kring. Prometheus: Amsterdam 2007.
Marjolijn Februari: ‘Het heeft iets parmantigs, dat lonken naar de duisternis’, de Volkskrant, 28-6-2008
Marjolijn Februari: ‘Liever enthousiast en vitaal’, NRC, 20-9-2010
Kees Fens: ‘Koffie-intellectuelen’, de Volkskrant, 25-2-2005
Financiële aanpassingen inzake Braziliaanse activiteiten geïdentificeerd bij eerste jaarafsluiting als zelfstandige onderneming’, 1-8-2012
(fis): ‘Iedereen aan de espresso’, De Standaard, 26/27-12-2009
‘Flexibel werken op het station’, Spoor, 2012/3
Fokkie? Of toch liever een koffie?’, De Standaard, 6-11-2009
Guido Fonteyn: Boerenpsalm. Vlaamse boeren in Wallonië. Manteau: Antwerpen 2006.
Food products: “Lower quality”' in Eastern EU?’, 13-4-2011
http://www.foodlog.nl
‘Fortis paait klant met Senseo-koffie’, Het Nieuwsblad, 29-6-2006
http://www.fountain.be/
Katrien François: ‘Wanneer is cafeïne schadelijk?’, De Tijd, 25-11-2006
Adam Fresco, ‘How the middle class are shoplifting to keep up appearances’, The Times, 10-11-2009
Louise O. Fresco: ‘Geroosterde wolf en gedeconstrueerde olijf: voedsel als wereldbeeld’, De Gids 2010/6 sept, blz. 598-606
Fruit, koffie en broodjes op kosten van de zaak?’
Frank Furedi: Waar zijn de intellectuelen? Vert. Guus Houtzager. Meulenhoff: Amsterdam 2006.

Amanda Gardner: ‘Coffee Could Decrease Endometrial Cancer Risk, Study Shows’, Huffington Post, 23-11-2011
Peter Gay: Het modernisme. De schok der vernieuwing. Ambo: Amsterdam 2007
‘Geen gratis koffie meer voor piloten easyJet’, De Standaard, 8-4-2009
Peter Geenen: ‘anton dingeman’, Trouw, 27-4-2009
George Clooney legt Nespresso geen windeieren’, De Standaard, 24-3-2011
Joris Gerits: 365. Dagboek. Meulenhoff / Manteau: Amsterdam/Antwerpen 2007.
http://www.gezondheid.be/
Jo Gisekin: Het eiland van elkaar. Gedichten met een inleiding door Jooris van Hulle. P: Leuven 2006
Jan Glas: Het getal hondje. Kleine Uil: Groningen 2007
Frans Goddijn, http://kostverlorenvaart.blogspot.be/, mei 2012
‘Goede doelen potten op: 1,4 miljard in reserve’, Trouw, 11-12-2006
‘Het Goede Doen. Waarom zoveel mensen zich engageren. Voor elkaar, voor het milieu, voor de zwaksten’, Knack Weekend, 19-12-2007
Anne-Gine Goemans: Ziekzoekers. De Geus: Breda 2007
Suzanne Goldenberg: ‘Starbucks concerned world coffee supply is threatened by climate change’, The Guardian, 13-10-2011
Hauke Goos: ‘Koffie verkeerd’, HP/De Tijd, 22-6-2007
De Gouden Kooi wordt mogelijk koffiehuis’, Algemeen Dagblad, 17-2-2010
John Gray: Vals ochtendlicht. De keerzijde van de globalisering. Vertaald door Thijs Bartels. Ambo: Amsterdam 2004.
Annelien de Greef: ‘De bitterzoete smaak van chocolade’, De Standaard, 13/14-2-2010
Richard Greenwald: ‘Our Coffee, Ourselves’, In These Times, 29-12-2009
‘Groningen mag Douwe Egberts-koffie weigeren’, in Trouw, 23-11-2007
Ayolt de Groot: ‘Heineken introduceert eigen koffie- en theelijn’, de Volkskrant, 15 januari 2009
Grootmoeders grote keukenboek. Nostalgische recepten en praktische tips. Phoenix: Weert 1988
Arnon Grunberg: Tirza. Nijgh & Van Ditmar: Amsterdam 2006
Tjerk Gualthérie van Weezel: ‘Grote stad steeds meer een kraamkamer voor hoogopgeleiden’, de Volkskrant, 27-6-2012
Ernesto Che Guevara: Boliviaans dagboek 7.11.1966-7.10.1967. Met een inleiding van Fidel Castro. Kritiese Bibliotheek / Polak & Van Gennep: Amsterdam 1968
Ernesto Che Guevara: Brieven, toespraken en geschriften. Samengesteld door Th. Stibbe. Kritiese Bibliotheek / Polak & Van Gennep: Amsterdam 1968
Patricio Guzmán: The Pinochet Case. Les Films d'Ici, 2001.

Brechtje van der Haak: California Dreaming, VPRO Tegenlicht, 8-11-2010
Jürgen Habermas: The Structural Transformation of the Public Sphere. An Inquiry into a Category of Bourgeois Society. Translated by Thomas Burger with the assistance of Frederick Lawrence. Polity: Cambridge 2010
Koen Haegens: Neem de tijd. Overleven in de to go-maatschappij. Ambo: Amsterdam 2012
Pat Hagan: ‘Why a breakfast time coffee could stop pain triggered by hours at the computer at work’, Daily Mail, 5-9-2012
Marion Hahnfeldt: ‘Eten uit de muur, dat kan alleen in Nederland’, in Trouw, 30-5-2009
Stuart Hall: Het minimale zelf en andere opstellen. Sua: Amsterdam 1991
Erik Jan Harmens: Underperformer. Nijgh & Van Ditmar: Amsterdam 2005
Erik Jan Harmens: ‘De vooruitgang’, 10-7-2007
Erik Jan Harmens: Kleine doorschijnende man. Nijgh & Van Ditmar: Amsterdam 2007
Erik Jan Harmens: Gospels en psalmen. Nijgh & Van Ditmar: Amsterdam 2008
Kees ’t Hart: ‘Evenementen bij Herman Brusselmans’, in Yang xxxxii/4 (dec 2006), 543-552
Rob Hartmans: Vaarwel dan! Intellectuelen en hun illusies. Aspekt: Baarn 2000
Jan van Hattem: ‘De ontdekking van een toneelstuk “van” Willem Elsschot’. De geboorte van een farce en de oplossing van het auteurschap’, De Brakke Hond 81 (2003)
Deirdre Healey: ‘Got a craving for fast food? Skip the coffee, study says’, 1-4-2011
Lorie Hedrick: ‘Concrete poem’
Eddy Van Hee: ‘Koffie: De hele en onverbloemde waarheid’ in Maar natuurlijk! 18 (winter 2007), 24-27
‘Heimwee naar de jaren vijftig wordt het grote thema van 2007’ in Trouw, 30-12-2006
Bas Heijne: ‘Smurf’, NRC, 8-9-2012
Ulla Heise: Kaffee und Kaffeehaus. Eine Kulturgeschichte. Leipzig: Leipzig 1987
Youp van 't Hek: ‘Koffieporno’, NRC, 11-10-2008
Frank Hellemans: ‘Slimme jongens onder elkaar’, Knack, 13-1-2010
Kristien Hemmerechts: In het land van Dutroux. Atlas: Amsterdam/Antwerpen 2007
Staf Henderickx: ‘De werkdruk van machinist Ludo. Menselijke fouten vallen niet uit de lucht’, De Standaard, 19-2-2010
Christine De Herdt: ‘Koffiegigant nestelt zich in Centraal Station’, De Standaard, 24-2-2010
Tom Heremans: ‘Anders gaan kopen’, in De Standaard, 3/4-1-2009
Tom Heremans: ‘Een bakje troost deluxe. De koffiehype: het succes zit in de schuimkraag’, De Standaard, 20-3-2010
Tom Heremans: ‘Ruik de roes’, in De Standaard, 2/3-5-2009
Elisa Hermanides: ‘Alleen Max Havelaar-koffie is niet genoeg’, Trouw, 10-3-2008
Stefan Hertmans: ‘Hoe wil ik dat dit lied klinkt?’, De Gids CLXXII/2 (febr 2009)
Zeger van Herwaarden: Victors zomer. Arbeiderspers: Amsterdam/Antwerpen 2007
‘Het blauwe goud. In één koffiekopje gaat 140 liter water’, in AlfabetA. Driemaandelijks magazine van de Universiteit Antwerpen 80 (juni-aug 2009)
‘Het Senseogevoel is een non-gevoel’, de Volkskrant, 17-4-2009
Marc Hijink: ‘Espressodrinker levert ons de meeste winst op. Na het koffiezetapparaat en de Senseo mikt Philips met de overname van Saeco op de dure smaak van koffieliefhebbers’, NRC, 27-7-2009
Ayaan Hirsi Ali: Nomade. Vertaald door Marianne Orvelte, Roelien Vermaant en Janet van der Lee. Augustus: Amsterdam, 2010.
Ernst Hirsch Ballin: ‘Thee drinken hoort tot kern van politiek’, de Volkskrant, 17-11-2011
Adolf Hitler: Mein Kampf. Nederlandstalige bewerking,(27-8-2010)
Pay-Uun Hiu: ‘Luxe, genot en bevrediging’, de Volkskrant, 22-3-2008
Tom Hodgkinson: Lof der luiheid. Wenken voor de beoefenaar. Vertaling Thijs Bartels. De Bezige Bij: Amsterdam 2004
Hoe drinkt Nederland zijn koffie?’, Algemeen Dagblad, 28-10-2006
Hoe ongezond is jouw koffie?’, De Standaard, 7-4-2010
Hoe zet u meestal koffie?’, 15-10-2007
‘Hoe zit dat met… koffie?’, BioGezond V/3 (juni 2008)
Kristof Hoefkens en Geert Sels: ‘Traag is het nieuwe snel. De snelle opmars van de slow movement’, De Standaard, 9/10-5-2009
Pieter ’t Hoen: ‘Wetenschapper raakt contact met buitenwereld kwijt. Communiceert alleen nog maar in jargon’, De Speld, 22-10-2008
Ann Hoevel: ‘Luxury camping: Roughing it the easy way’
G. Hoevenaars: ‘PVV: Henk werkt en Achmed ligt in bed’, Spits, 12-12-2011
Matthijs Hoex: ‘Duitsers kopen hun koffie in Nederland’, Trouw, 11-5-2009
Ton van ’t Hof: Ergens wordt lankmoedig geschoten. Verzameld werk 2001-2009. Stanza: Leeuwarden 2010
Yvonne Hofs: ‘Dikkerd zorgenkindje luchtvaart’, de Volkskrant, 24-7-2010
Andrea Holwerda: ‘De koffiemolen komt weer van zolder’, Trouw, 11-6-2010
Monique van Hoogstraten en Eva Jinek (red.): Het maakbare nieuws. Antwoord op Joris Luyendijk – buitenlandcorrespondenten over hun werk. Balans: Amsterdam 2008
Max Horkheimer & Theodor Adorno: Dialectiek van de Verlichting. Filosofische fragmenten. Vertaling Michel van Nieuwstad. Boom: Amsterdam 2007
Isabel Hoving, Hester Dibbits, Marlou Schrover: Veranderingen van het alledaagse 1950-2000. Cultuur en migratie in Nederland 5. SDU: Den Haag 2005
Paul Hovius: ‘Voor goede koffie naar espressobar’, Algemeen Dagblad, 24-10-2008
Leen Huet: ‘Zo, en dan nu even’, 19-5-2011
Ted Hughes: Verjaardagsbrieven. Vertaald door Peter Nijmeijer. Meulenhoff: Amsterdam, 1998.
Neeltje Huirne: ‘Waar zit je? Echt een oase in conservatief Texas’, de Volkskrant, 23-5-2009

http://www.ihatestarbucks.com/
Ik gebruikte de autocue van de arme drommel’, De redactie, 1-3-2010
http://www.illimani.net/koffie.html
Daniel Indiviglio: ‘Why McDonald's Smoothie Play Worked’, The Atlantic, 9-8-2010
‘Interview Alain Coumont. Een veggie buffet in het Koninklijk Paleis’, EVAmagazine 40 (2010)
Marjan Ippel: ‘Hip happen. Eten als fashionstatement’ in Volkskrant Magazine 380, 8-9-2007
Marjan Ippel: ‘Zuivere Hollandse koffie’ in Volkskrant Magazine 390, 17-11-2007

Peter Jacobs: ‘En dan is er koffie. Trieste, de meest Oostenrijkse stad van Italië’, De Standaard, 28/29-3-2009
Allan Janik en Stephen Toulmin: Het Wenen van Wittgenstein. Boom: Meppel/Amsterdam 19902
Tjitske Jansen: Koeriekoeloem. Podium: Amsterdam 2007
Jarenlang te weinig koffie in Senseo-pads’, De Morgen, 27-10-2012
C.O. Jellema: Een web van dromen. Keuze uit de dagboeken 1960-2003. Querido: Amsterdam 2009
Harrie Jekkers: Het Gelijk Van De Koffietent. CNR 1992
JNS: ‘Douwe Egberts vervolgd voor fraude van 130 miljoen euro’, De Standaard, 5-1-2010
Martien J.G. de Jong: Maurice Gilliams. Een essay. Meulenhoff. Amsterdam: 1984
Wim de Jong: ‘Consumeerderen. Espressomachine’, in Volkskrant Magazine 380, 22-9-2007
Atte Jongstra: De avonturen van Henry II Fix. Arbeiderspers: Amsterdam/ Antwerpen 2007
Atte Jongstra: Kristalman. Multatuli-oefeningen. Arbeiderspers: Amsterdam/ Antwerpen 2012
‘Joop van den Ende moet tij voor Koenders keren’, in de Volkskrant, 29-10-2008
Yves Joris: ‘Een directeur gaat koffie schenken en wordt gelukkig’, Urban Mag, 7-1-2008
Julia Roberts krijgt miljoen voor koffiereclame’, Nu.nl, 1-12-2010
Tony Judt: Het land is moe. Verhandeling over onze ontevredenheid. Vertaald door Wybrand Scheffer. Contact: Amsterdam 2010

J. de Kadt: Politieke herinneringen van een randfiguur. Van Oorschot: Amsterdam 1976
Kaffee-Giganten müssen Multimillionen-Kartellstrafe zahlen’, Der Spiegel, 21-12-2009
Kanis en Gunnink aflevering 1 – Gewoon doen’
Kanis en Gunnink aflevering 2 – Rood dingetje’
'Kanis en Gunnink aflevering 3 – Opgeklopte melk'
Kanis en Gunnink aflevering 4 – Gelooft geen mens’
Kanis en Gunnink aflevering 5 – Genieten’
Kanis en Gunnink aflevering 6 – Padzzz’
Kanis en Gunnink aflevering 7 – MokPadzzz’
Kat: ‘Coffee makes us severe, and grave, and philosophical’, 8-2-2007
Hans Keller: In Transit. Reisverhalen. Conserve: Schoorl 1992.
‘“Kempense koffie” van Huis Manendonckx uit Geel erkend als streekproduct’, 1-2-2011
Egon Erwin Kisch: De vliegende reporter. Samengesteld en van een nawoord voorzien door Geert van Istendael en Mark Schaevers. Vertaald door Dik Linthout. Atlas: Amsterdam/Antwerpen 2007
Václav Klaus: ‘Niet klimaat maar vrijheid is in het gedrang’, De Tijd, 19-6-2007
Naomi Klein: No Logo. Nederlandse vertaling Marjolijn Stoltenkamp. Lemniscaat: Rotterdam 2001
Naomi Klein: Dagboek van een activiste. Van Seattle tot 11 september en daarna. Vertaling Rob van Erkelens en Nicoline Timmer. Lemniscaat: Rotterdam: 2002
Naomi Klein: De shockdoctrine. De opkomst van het rampenkapitalisme, vertaald door Dick Lagrand en Marjolein Stoltenkamp. De Geus: Breda 2007
Sarah Klein: ‘Coffee: Is it healthier than you think?’, 28-4-2010
http://www.dekleineaarde.nl
Klimaatverandering bedreigt koffie’ , Knack, 9-11-2012
Peter Klooster: ‘Gebrek-aan-grandeur’, 20-8-2007
Wouter Klootwijk: ‘Potje tegen padjes’
Alexander Kluge, Volker Schlöndorf, Edgar Reitz e.a.: Deutschland im Herbst. Edition Deutscher Film 23 (1978)
Han Koch: ‘Multinationals laten het afweten bij armoede-plan’, in Trouw, 11-10-2006
Han Koch: ‘Café Oké geeft eerlijke koffie nieuwe oppepper’, in Trouw, 25-1-2007
Han Koch: ‘Fair Trade verkoopt koffiepoot’, in Trouw, 20-5-2007
Han Koch: ‘Koffieschillen als brandstof. Geperst Braziliaans koffieafval naar Nederlandse Amer-centrale’, in Trouw, 27-11-2007
Han Koch: ‘Fair Trade Week gaf de handel in 2007 extra zetje’, in Trouw, 8-4-2008
Han Koch: ‘De eerste prooi van de crisis’, Trouw, 29-10-2008
Han Koch: ‘Koffieboer moet Max Havelaar voorbij’, in Trouw, 14-4-2010
Han Koch: ‘Strijd om subsidie op charimarkt’, in Trouw, 5-8-2010
Theo Koelé: ‘Oxfam Novib gaat deel personeel ontslaan’, de Volkskrant, 25-6-2010
Koffie. Oxfam Wereldwinkels z.j..
Koffie: cafestol’, november 2007
Koffie: een verkwikking voor wie? Over koffiehandel en de gevolgen voor de derde wereld. Solidaridad: Den Haag 1986
Koffie. La Dolce Vita. Atrium: Alpen aan de Rijn 1999
Koffie! Vertaling Henk Pringels. Lannoo / Terra: Tielt / Warnsveld 2003
Koffie op kantoor: niks dan voordelen!’, Jobat, 25-6-2011
http://www.koffiethee.nl/
Koffieboon zonder caffeïne belangrijke ontdekking’, De Standaard, 25-5-2009,
Koffiedrinken in een ruimteschip’, de Volkskrant, 28-2-2007
Koffie-oorlog op komst’, De Standaard, 30-3-2010
‘Koffiepraat’, in Volkskrant magazine nr 403, 16-2-2008
Koffietijd gestopt na overlijden Kamerling’, Het Parool, 07-10-2010
Koffie-uitzending MNM negatief geëvalueerd’, De redactie, 16-3-2010
Koffie-universiteit van Illy’, Knack, 02-03-2009
Jan Kooistra: ‘Op sollicitatiegesprek: trucs genoeg om baan binnen te slepen’
Auke Kok: Dit was Veronica. Geschiedenis van een piraat. Thomas Rap: Amsterdam 2007
Auke Kok: 1988. Wij hielden van Oranje. Thomas Rap: Amsterdam 2008
Käthe Kollwitz: Aus meinem Leben. Ein Testament des Herzens. Herder: Freiburg/Basel/Wien 2006
Petra de Koning: ‘Na Fortuyn zit elke politicus in het koffiehuis’, in NRC Handelsblad 5-5-2007
Kees van Kooten: ‘De zaak Netjes’, in: Modernismen. Verhalen. Bezige Bij: Amsterdam 1984
Bart Koubaa: Het gebied van Nevski. Querido: Amsterdam 2007
Gerrit Kouwenaar: Gedichten 1948-1978. Querido: Amsterdam 1982
Kralingen 1970: Terugblik op legendarisch festival’
Marc Kregting: ‘De coördinaten van het andere. Over de werkplek’, De Witte Raaf 113 (jan/febr 2005)
Marc Kregting: “‘Dat zij de aarde zullen erven”. Naar een ecologica van poëzie’ [met Dietlinde Willockx], Streven LXXIV/6 (juni 2007)
Marc Kregting: ‘Berichten uit het koffiehuis (1)’, Streven LXXIV/7 (juli/augustus 2007)
Marc Kregting: ‘Koffiegeboden, herrijzend’, De Brakke Hond 95 (zomer 2007)
Marc Kregting: ‘Over de ijdelheid van woorden’, De Gids CLXX/7/8/9 (juli/aug/sept 2007)
Marc Kregting: ‘Berichten uit het koffiehuis (2)’, Streven LXXV/1 (januari 2008)
Marc Kregting: ‘’s Morgens in de avond om een uur of halfzeven herrees onze held’, in: Wees niet wreed. Gedichten voor Elvis Presley. Onder redactie van Kees ’t Hart en John Schoorl. Nijgh & Van Ditmar: Amsterdam 2008
Marc Kregting: ‘“Koffie met liefde”. Het evangelie volgens Starbucks’, Streven LXXV/7 (juli/aug 2008)
Marc Kregting: ‘Aroma’, ‘Burgerrechtenbeweging’, ‘Cichorei’, ‘Melkcupje’, Revolver XXXV/2 (sept 2008)
Marc Kregting: ‘Koffie: een gebruikershandleiding (1)’, Yang XXXXIV/4 (dec 2008)
Marc Kregting: ‘Leading Square’, blue-turns-grey IV/1 (winter 2009)
Marc Kregting: ‘Van Dale (ed. 2005)’, De Honingpot (febr 2009)
Marc Kregting: ‘Ulrike (1)’, De Honingpot (febr 2009)
Marc Kregting: ‘Ulrike (2)’, De Honingpot (febr 2009)
Marc Kregting: ‘Ulrike (3)’, De Honingpot (maart 2009)
Marc Kregting: ‘Lichtpoll’, De Honingpot (apr 2009)
Marc Kregting: ‘Doordruklezing’, De Honingpot (apr 2009)
Marc Kregting: ‘Berichten uit het koffiehuis (3)’, Streven LXXVI/4 (april 2009)
Marc Kregting: ‘Koffie: een gebruikershandleiding (2)’, nY I/1 (2009)
Marc Kregting: ‘Koffie: een gebruikershandleiding (3)’, nY I/2 (2009)
Marc Kregting: ‘Koffie: een gebruikershandleiding (4)’, nY I/3 (2009)
Marc Kregting: ‘Maanman’, De Honingpot (juni 2009)
Marc Kregting: ‘Waardeonderzoek’, De Honingpot (sept 2009)
Marc Kregting: ‘Jump’, De Honingpot (sept 2009)
Marc Kregting: ‘Een zon moet niet te dichtbij zijn’, De Honingpot (okt 2009)
Marc Kregting: ‘– Ik dronk de koffie elektrisch’ in: Roes – tussen bezieling en bezatting. 50 gedichten, een uitgave voor een porseleinen jubileum. De Zingende Zaag 1989-2009, Haarlem 2009
Marc Kregting: ‘“Ik weet het niet”. Van Nijhoff naar Luijters’, Kunsttijdschrift Vlaanderen LVIII/328 (nov 2009)
Marc Kregting: ‘Ars combinatoria’, De Honingpot (dec 2009)
Marc Kregting: ‘Kwetsen, verbieden, besmetten’, Revolver XXXVI/3+4 (dec 2009)
Marc Kregting: ‘Ampersandeconomie’, De Honingpot (januari 2010)
Marc Kregting: ‘Koffie: de bijsluiter (1)’, Parmentier XIX/1 (maart 2010)
Marc Kregting: ‘Koffie: de bijsluiter (2)’, Parmentier XIX/2 (juni 2010)
Marc Kregting: ‘Het juiste woord’, De Honingpot (juni 2010)
Marc Kregting: ‘Huishoudelijk’, De Honingpot (sept 2010)
Marc Kregting: ‘Bestaande ficties (1)’, De Honingpot (sept 2010)
Marc Kregting: ‘Bestaande ficties (2)’, De Honingpot (sept 2010)
Marc Kregting: ‘Koffie: de bijsluiter (3)’, Parmentier XIX/3 (sept 2010)
Marc Kregting: ‘Koffie: de bijsluiter (4)’, Parmentier XIX/4 (nov 2010)
Marc Kregting: ‘Coffee’, (nov 2010)
Marc Kregting: ‘Alles’, De Honingpot (januari 2011)
Marc Kregting: ‘De melk is van’, De Gids CLXXIV/4 (april 2011)
Marc Kregting: ‘Family affairs’, De Honingpot (mei 2011)
Marc Kregting: ‘Een tik van de koffiemolen?’, De Honingpot (aug 2011)
Marc Kregting: ‘Precies één kopje’, Tirade.nu (sept 2011)
Marc Kregting: ‘Vlekken’, Tirade.nu (sept 2011)
Marc Kregting: ‘Giroschaken’, De Honingpot (okt 2011)
Marc Kregting: ‘Jeroen Mettes (4)’, De Honingpot (febr 2012)
Marc Kregting: ‘Tot slot nog dit’, De Honingpot (mei 2012)
Marc Kregting: ‘Het onvoltooide (2011-2012)’, Kregtingarchief (mei 2012)
Marc Kregting: ‘Master Blaster’, De Honingpot (juni 2012)
Marc Kregting: ‘Gutbürgerlich (2)’, De Honingpot (aug 2012)
Marc Kregting: ‘Gutbürgerlich (3)’, De Honingpot (aug 2012)
Marc Kregting: ‘Wadde?’, De Honingpot (sept 2012)
Marc Kregting: ‘Verraad’, De Honingpot (okt 2012)
Marc Kregting: ‘Addendum, historisch’, nY 15 (okt 2012)
Marc Kregting: ‘Langsam, schleppend’, De Honingpot (nov 2012)
Marc Kregting: ‘Halleluja’, De Honingpot (nov 2012)
Marc Kregting: ‘Misschien een heel stom vraagje’, De Honingpot (dec 2012)
Marc Kregting: ‘“As sugar to my coffee”. Ron Silliman en Language in de Lage Landen’, Parmentier XXI/4 (dec 2012)
Krs: ‘Flessen cola en zakken chips worden steeds groter’, De Standaard, 5-6-2012
Raymond Krul: ‘De laatste adem van de leesmap’, NRC Handelsblad 8-8-2007
Jackson Kuhl: ‘Tempest in a Coffeepot. Starbucks invades the world’, januari 2003
Leonoor Kuijk en Gijs Moes: ‘Ashton kan hét gezicht worden’, Trouw 21-11-2009
Jan Kuitenbrouwer: ‘Wat hebben we aan vooruitgang, die in feite achteruitgang is?’, Trouw, 10-11-2008

Dany Lademacher: Wild Romance. Een fijne hel. Uitgeverij 521: Amsterdam 2006
Julien Offray de Lamettrie: De mens een machine. Vertaling en inleiding Hans W. Bakx. Boom: Meppel/Amsterdam 1978
Rachida Lamrabet: Vrouwland. Meulenhoff / Manteau: Amsterdam/Antwerpen 2007.
Het land van Maas en Waal. De twintigste eeuw in 400 en enige liedteksten. Bijeengebracht en ingeleid door Vic van de Reijt. Bert Bakker: Amsterdam 2006
Landschappen in Colombia werelderfgoed’, De redactie, 26-06-2011
Marije Langelaar: De schuur in. Arbeiderspers: Amsterdam 2009
Patricia Lasoen: Trouw, rouw en andere feestelijkheden. Gedichten met een inleiding door Philip Hoorne. P: Leuven 2007
Koen Lauwereyns: ‘Van inlegkruisje tot salami’, De Standaard, 14-10-2008
Frans Lauwers: ‘Nederlands met een reukje aan’, De Zondag, 10-12-2006
Frans Lauwers: ‘De cichoreifabriek op de Dam. Surrogaat voor koffie bleef ook na de oorlog nog jarenlang in gebruik’, De Zondag, 1-4-2007
http://www.lavazza.com/corporate/en/lavazzastyle/calendars/
Le Salon Thalys’
Ben Leach: ‘Lingerie model runs one of world's largest drug gangs, according to police’, Telegraph, 24-2-2010
Michiel Leezenberg: ‘Republiek der letteren, volkssoevereiniteit en natiestaat’, in De Gids 2010/3
http://www.leireken.be/trein-zalen
Lekkere koffie met lichte spullen’, De Wereldfietser, 6-6-2010
‘Les fast-foods devraient offrir des statines avec les hamburgers’, Le Soir, 13-8-2010
Karsten Lemmens: ‘Starbucks verzwijgt kleinste maat’, De Standaard, 22-1-2011
Karsten Lemmens: ‘Weg met de slappe koffie! Hippe espressobars duiken over op de Belgische steden’, in De Standaard, 7/8-1-2012
Tom de Leur: ‘Tom Van Dyck: “Mijn vrouw heeft mijn familiale leven gered”’, De Standaard, 10-1-2009
Claude Lévi-Strauss: Het trieste der tropen. Vertaald door Marianne Kaas. Atlas: Amsterdam/Antwerpen 2004
Ariel Levy: Female Chauvinist Pigs. De opkomst van de bimbocultuur. Vertaling Esther Ottens. Meulenhoff: Amsterdam 2007
Dirk Leyman: ‘Nieuw in 2007: de boekenmachine’
Dirk Leyman: ‘'Laatste woorden' van Marcel Proust worden geveild te Parijs'
Dirk Leyman: ‘Mogelijk laatste editie van Groot Dictee der Nederlandse Taal’
Peter van Lier: Gaandeweg rustieker. Van Oorschot: Amsterdam 2004
Mark Lilla: ‘The Tea Party Jacobins’, New York Review of Books, 27-5-2010
Carel ter Linden: Om een zin. Arbeiderspers: Amsterdam 2007
http://nl.lipsum.com/
http://www.lokeshdhakar.com/2007/08/20/an-illustrated-coffee-guide/
Helmut Lotti: ‘'t Mag Allemaal’,’ De Morgen, 14-10-2009
Virginie Loveling: Oorlogsdagboeken 1914-1918. Bezorgd door Sylvia van Peteghem en Ludo Stynen. Meulenhoff/ Manteau: Amsterdam/Antwerpen 2005.
Lucebert: ‘minnebrief aan onze gemartelde bruid indonesia’, in: Verzamelde gedichten. Bezige Bij: Amsterdam 2002, p. 409-411.
Hans van der Lugt: ‘Starbucks heeft last van McCoffee’, NRC Handelsblad, 11-1-2008
‘Luxe in 5 trends’, De Standaard Magazine, 27-3-2010
Joris Luyendijk: Het zijn net mensen. Beelden uit het Midden-Oosten. Podium: Amsterdam 2006
Jean-François Lyotard & Jean-Loup Thébaud: ‘Une casuistique de l’imagination’, in Au juste. Conversations. Christian Bourgois: Parijs 1979: 115-138

Bert van Maanen: ‘De dood van de koffieroomdrinker’, De Groene Amsterdammer, 20-3-1996
Jonathan Maas: ‘Alleen Nederland heeft geenstijl.nl’, Trouw, 6-10-2008
Nop Maas: ‘Dit boek is meer dan een boek – het is een mensch. Reacties op Max Havelaar in 1860’, in: Multatuli voor iedereen (maar niemand voor Multatuli). Vantilt: Nijmegen 2000, 7-49.
Maastricht haalt SCAE World of Coffee Event 2011 binnen’, 19-10-2010
Ewen MacAskill: ‘Report links Tea Party movement to white supremacist groups’, The Guardian, 20-10-2010
Tom Majeski: ‘For Post-Surgery Headache, Try A Cup Of Coffee’, Seattle Times, 3-9-1993
Geert Mak: Gedoemd tot kwetsbaarheid. Atlas: Amsterdam 2005
Geert Mak: Hoe God verdween uit Jorwerd. Een Nederlands dorp in de twintigste eeuw. Atlas: Amsterdam/Antwerpen 200118
Amin Maalouf: De ontregeling van de wereld. Vertaald door Eef Gratama. De Geus: Breda 2010
Virginie Mamadouh: De stad in eigen hand. Provo’s, kabouters en krakers als stedelijke sociale beweging. Sua: Amsterdam 1992
Man vermoordt vrouw door overdosis cafeïne’, De Standaard, 21-9-2010
Man wil koffie na seks, vrouw een knuffel’, Het Laatste Nieuws, 14-10-2010
Maradona: “Kregen doping in onze koffie”', De Standaard, 24-5-2011)
Berthold van Maris: ‘Kees drinkt koffie. Vandaag drinkt Kees koffie. Drinkt Kees koffie? U leest dit terwijl Kees koffie drinkt’, NRC Handelsblad, 7/8-4-2012
Jonathan Martin & Ben Smith: ‘The tea party's exaggerated importance’, 22-4-2010
Frank van Marwijk: ‘Vijftien functies en effecten van... uw pen!’
Marita Mathijsen: ‘Havelaar bij Suske en Wiske’, NRC, 27-6-2010
‘Max Havelaar voorgedragen als werelderfgoed’, Het Parool, 10-3-2010
‘Max Havelaar-keurmerk nu ook op stroom’, in Trouw, 27-7-2007
Máxima op de koffie in Amsterdam-Oost’, Nu.nl, 15-5-2008
Robert McCrum: ‘Globish: the worldwide dialect of the third millennium’, The Guardian, 29-3-2010
Patrick Meershoek: ‘Aboutaleb krijgt 'm recht voor zijn raap’, Het Parool, 6-1-2009
Ron Meerhof: ‘M&M’s tegen de hongerklop’, de Volkskrant, 3-10-2009
Tom-Jan Meeus: ‘Majoor Hassan zag de zin van oorlog niet’, De Standaard, 7/8-11-2009
Piet Meeuse: Het lied van de ezelin. Bezige Bij: Amsterdam 2007
Hendrik Meijnders: ‘Fietser zonder benen’, Nu.nl, 12-5-2012
Doeschka Meijsing: ‘Hé Kelly!’
Geerten Meijsing: Siciliaanse vespers. Balans: Amsterdam 2007
Melange d’Anvers. De geur van koffie achterna. Antwerpen Averechts & Les Liseuses Fabuleuses: Antwerpen 2005
Men more responsive to caffeine’, BBC News, 23-12-2008
Allesandro Mendini: Thee & koffietorens. 22 thee- en koffieserviezen. Electa: 2003
‘“Mestkever” rijdt op methaan’, Mo, 8-8-2010
Micha Klein ontwerpt design koffiemachine’
K. Michel: In een handpalm. Augustus: Amsterdam/Antwerpen 2008
K. Michel: Ja & Boem. Meulenhoff: Amsterdam 2000
Muriël Michel: ‘Hoeveel duurder wordt het leven?’, Netto, 1-12-2007
Guus Middag: ‘Twee op een brommer’, in: Ik maak nooit iets mee en andere avonturen. Bezige Bij: Amsterdam 1995, 112-114
Luuk van Middelaar: De passage naar Europa. Geschiedenis van een begin. Historische Uitgeverij: Groningen 2009
Katharine Mieszkowski: ‘The Frappuccino generation’, Salon, 27-8-2005
Mike: ‘Texas last meal, James Powell, October 1, 2002’
Arthur Miller: Death of a Salesman. Certain private conversations in two acts and a requiem. Pengu Harmondsworth 1979 (1949)
Steve Mirsky: ‘Caffeine Merely Masks Alcohol's Effect’, 8-12-2009
Robert Missèt: ‘Kleine, jij moet naar de Coolsingel’, de Volkskrant, 14-2-2009
Joni Mitchell: Onstuimig indigo. Gedichten & liederen. Vertaald door Huib Fens. Wagner & Van Santen: Sliedrecht 2006
MNM geeft Starbucks duwtje in de rug’, De Standaard, 25-2-2010
MNM beboet voor koffieshow’, De Standaard, 22-6-2010
Gijs Moes: ‘Foute fabriek mijden werkt niet’, Trouw, 23-2-2007
‘Mogelijke veroordeling voor eten chocolade’, Trouw, 18-01-2007
Sharida Mohamedjoesoef: ‘De strijd van een chocoladeboertje’, De Pers, 31-1-2008
Hans Moleman: ‘In Shanghai is het even verboden te spugen’, de Volkskrant, 1-5-2010
Jeroen Molenaar, Richard Smit: ‘Nieuw Senseo-apparaat moet bij Douwe Egberts-de-groei-aanjagen’, FD, 29-8-2012
Ray Monk: Ludwig Wittgenstein. Portret van een gekwelde geest. Vertaling Ronald Jonkers. Ten Have/Veen: 2012
Pol de Mont: ‘Een brief uit Bergen’
Pol de Mont: ‘Van den doop naar huis’, Idyllen en andere gedichten (1884)
'"Moordwapen" Willem van Oranje te bezichtigen', Trouw, 26-3-2012
Tristana Moore: ‘In Gentrifying Berlin, Revenge of the Anarchists’, Time, 2-4-2010
http://www.demorgen.be/dm/nl/1361/nespresso/integration/prm/frameset/nespresso/nespresso.dhtml (11-12-2007)
‘Mp3-speler en gps in de index’, De Standaard, 29-11-2007
Harry Mulisch: Het woord bij de daad. Getuigenis van de revolutie op Cuba. De Bezige Bij: Amsterdam 1968
Herta Müller: Ademschommel. Uit het Duits vertaald door Ria van Hengel. De Geus: Breda 2009
Herta Müller: De rokkenjager en diens bijdehante tante. Vertaald uit het Duits door Ria van Hengel. De Geus: Breda 2011
Multatuli: Max Havelaar of de koffiveilingen der Nederlandse Handelsmaatschappy. Historisch-kritische uitgave, verzorgd door A. Kets-Vree. Deel 1/ Tekst, Deel 2/ Apparaat en commentaar. Assen/Maastricht 1992
Charlotte Mutsaers: Rachels rokje. Meulenhoff: Amsterdam 1994
Charlotte Mutsaers: Koetsier Herfst. De Bezige Bij: Amsterdam 2008
‘Mysterieus orgasmesyndroom gelinkt aan rusteloze benen’, De Standaard, 16-12-2008

‘NAC profiteert van lamlendigheid PSV’, Het Parool, 01-03-2007
Tom Naegels: ‘De linkse kerk loopt leeg’, Ons Erfdeel 2007/4
Tom Naegels: Spijkerschrift. Meulenhoff/Manteau: Antwerpen 2009
‘Nederlander drinkt dagelijks 3,2 koppen koffie’, Trouw, 10-12-2007
‘Nederlander drinkt minder koffie’, Trouw, 10-12-2007
Nederlandse chocoladewijn is populair drankje in VS’, De Standaard, 14-3-2012
Evita Neefs: ‘Amerikaanse gezondheidszorg is zwaar ziek’, De Standaard, 22/23-8-2009
Evita Neefs: ‘Het Andere Amerika drinkt koffie’, De Standaard, 15-3-2010
Nescafé roept koffie terug om glassplinters’, Trouw, 21-5-2010
Nescio: Verzameld werk. Deel 2. Natuurdagboek 1946-1955. Bezorgd door Lieneke Frerichs. Nijgh & Van Ditmar/Van Oorschot: Amsterdam 1996
Nespresso. Een Magazine voor de Kostbare Momenten in het Leven 01/07 - heden
http://www.nestle.nl/nescafe/nescafe/2_1_thuis/2_1_1_nescafe/2_1_1_3_assortiment.html
Nespresso en Lavazza kibbelen om hiernamaals’, De Standaard, 19-12-2009
Netwerk Bewust Verbruiken vzw: Vergelijking van drie koffie labels: Fairtrade, Rainforest Alliance, UTZ Certified. Brussel: juni 2010
Netwerken voor creatieve geesten: 60 minutes of zuivere koffie’, 9-12-2009
Niek: ‘Warme handen leiden tot warme gevoelens’
Niek: ‘Borsten krimpen door koffie’
‘Niemand doet moeilijk over het rookverbod’, Den Antwerpenaar V/81 (1 febr 2007)
Christophe Niemann: ‘Coffee
Thijs Niemantsverdriet: ‘Politieke weblogs. Liever geen reply’, VN, 10-02-2009.
Thijs Niemantsverdriet: ‘Bekentenissen van een theedrinker’, VN, 18-8-2010
‘Niet aan werk denken is vermoeiend’, Jobat, 2-10-2010
Joe Nocera, ‘A Double Shot Of Nostalgia For Starbucks’, New York Times, 3-3- 2007
Cees Nooteboom: Rode regen. Met tekeningen van Jan Vanriet. Atlas: Amsterdam/Antwerpen 2007
Kitty Nooy: ‘“Zo zwart als de duivel, zo zuiver als een engel”. Een geschiedenis van koffie’, Roodkoper XIII/4 nov 2009
Joris Note: Hoe ik mijn horloge stuksloeg. De Bezige Bij: Amsterdam 2006
André Nuchelmans: ‘May you forever stay young’, Boekman XXXIII/86 (voorjaar 2011)

Fokke Obbema: ‘Verweer Max Havelaar is onthutsend zwak’, de Volkskrant, 22-07-2011
Obituary: Ernesto Illy. Italian coffee merchant who helped to introduce espresso to the world’, The Times, 25-2-2008
Onderzoek naar illegale tandartsen’, Nu.nl, 29-11-2006
Norimitsu Onishi: ‘From Dung to Coffee Brew With No Aftertaste’, New York Times, 17-4-2010
Lex Oomkes: ‘De Jager sluit geen deal met PvdA in ruil voor hulp Ierland’, Trouw, 3-12-2010
Warna Oosterbaan en Hans Wansink: De krant moet kiezen. De toekomst van de kwaliteitsjournalistiek. Prometheus: Amsterdam 2008
Marc Oosterhout, ‘CDA staat nergens meer voor. Net als C1000’, de Volkskrant, 29-8-2012
Henk Oosterling: Radicale middelmatigheid. Boom: Amsterdam 20022
Op de koffie bij de Dalai Lama 26 okt 2009’
http://opencoffeeclub.nl/
George Orwell: De weg naar Wigan. Vertaling Joop Waasdorp. Arbeiderspers: Amsterdam 1973
George Orwell: ‘A Nice Cup of Tea’
http://www.oww.be/homepage.html

Connie Palmen: Lucifer. Prometheus: Amsterdam 2007
Michael Palmer: ‘Poetry and Contingency’
Debbie Pappyn: ‘Espressomachientje mee op reis’, De Morgen, 20-01-2009
Debbie Pappyn: ‘Coffee to go’, De Morgen, 11-02-2009
Scott F. Parker and Michael W. Austin (ed.): Coffee. Philosophy for everyone. Grounds for Debate. Foreword by Donald Schoenholt. Wiley-Blackwell: Chichester 2011
Tara Parker-Pope: ‘Coffee Drinkers May Live Longer’, 19-5-2012
Partij voor de Vrijheid: Hún Brussel, óns Nederland. Verkiezingsprogramma 2012-2017, juni 2012
Niek Pas: Imaazje. De verbeelding van Provo 1965-1967. Wereldbibliotheek: Amsterdam 2003
Passie voor koffie. Met verrassende recepten van meester-patissier Harry Mercuur. I.s.m. Douwe Egberts. Bloemendal: Amersfoort 2005
P.C. Hooftprijs voor Charlotte Mutsaers’, de Volkskrant, 14-12-2009
Tine Peeters: ‘Reconstructie: Toen Wouter Bos de Fortismatch verloor’, De Morgen, 14-4-2012
Dick Pels: De economie van de eer. Een nieuwe visie op verdienste en beloning. Ambo: Amsterdam 2008
Dick Pels: Het volk bestaat niet. Leiderschap en populisme in de mediademocratie. Bezige Bij: Amsterdam 2011
Dorien Pels: ‘Hoge nood is big business’, Trouw, 16-04-2012
'Personeel Douwe Egberts betaalt miljoenen Jan Bennink', 3-5-2011
Ernst-Jan Pfauth: ‘Bennink verdient 5,8 miljoen euro bij Sara Lee’, NRC, 1-2-2011
Ernst-Jan Pfauth: ‘Ernest van der Kwast voor 1 cent gekocht door website NRC’
Ilja Leonard Pfeijffer: Van de vierkante man. Arbeiderspers: Amsterdam 1998
Marlies Philippa: Koffie, kaffer & katoen. Arabische leenwoorden in het Nederlands. Bulaaq: Amsterdam 20082
‘Philips rond met Saeco over overname’, de Volkskrant, 25-5-2009
Philips verkoopt merkrecht op Senseo’, De Standaard, 26-1-2012
Philips wist al van vorig jaar van problemen met Senseo’, De Standaard, 16-4-2009
Ed Pilkington: ‘All tomorrow's tea parties: from Velvet Underground to rightwing US group’, The Guardian, 1-10-2010
Plan B: Vanaf 18 september op VIER’, 5-9-2012
Plastic bekers milieuvriendelijker dan mokken’, Nu.nl, 7-12-2007
Herman Pleij: ‘Moet kunnen’. Een kleine mentaliteitsgeschiedenis van de Nederlander. Historische Nieuwsblad/Veen Magazines: Diemen 2010
Griet Plets: ‘Ik was een naïef konijn toen ik begon. Joke Devynck is vanaf deze week te zien op VT4’, De Standaard, 20-3-2010
Leo Pleysier: De Latino’s. De Bezige Bij: Amsterdam 2007
Poetry International, Rotterdam, archief 1971-2009
Poli-porno in Washington: “Toen Obama Bill Clinton gewoon nog zijn koffie serveerde”’, 19-1-2010)
Frank Pollet: ‘De werkkamer (12). Ik schrijf mijn gedichten op café’ in Poëziekrant 2008/6 (sept)
Sybren Polet: De creatieve factor. Kleine kritiek der creatieve (on)rede. Wereldbibliotheek: Amsterdam 1993.
http://www.potjebier.nl/bier.asp?functie=view&id=58
Irene de Pous: ‘Beloond voor zuivere koffie’, Trouw, 20-7-2009
http://www.precies160.nl/#pageID=4
http://harryprenger.wordpress.com/category/koffie-2/
Awee Prins: Uit verveling. Klement: Kampen: 20072
‘Procter & Gamble verkoopt koffiemerk Folgers’, De Morgen, 5-6-2008
‘Product Recall - Starbucks Logo Fault’
‘Producten multinationals niet overal gelijk’, Metro, 14-4-2011
‘Programma over slaafvrije chocolade toch op tv’ in NRC Handelsblad, 30-1-2007
Provincie drinkt Douwe Egberts met tegenzin’, De redactie, 03-03-2010
http://www.public.iastate.edu/~spires/Concord/death.html
http://www.puc.nl/
Kevin Purdy: ‘How To Break Your Daily Caffeine Habit And Use Coffee Strategically’, 14-8-2011
PVV doet het voor “Henk en Ingrid”’, de Volkskrant , 23-4-2010

http://www.quooker.com/

Ben van Raaij en Broer Scholtens: ‘Weefsels uit eigen koker’, de Volkskrant, 23-5-2009
Pieter Raes: ‘Bent u zeker van uw eerlijke koffie?’, Knack, 23-9-2008
Erika Racquet: ‘Geen koffie zonder koekje. Portionpack. Fusie van twee merken tot stevige marktleider’, in De Tijd, 8-7-2006
Rapport onthult banden Tea Party met extremistische groepen’, De Morgen, 25-10-2010
Ratten eten miljoenen tonnen rijst op’, Mo, 18-1-2011
Omer Redi: ‘Ethiopische bakermat van koffie is nu modelreservaat’, De WereldMorgen, 22-11-2010
http://www.regus-ns-station2station.nl/
Gerard Reijn: ‘In Finland zijn de lerareren nog trots op hun vak’, in de Volkskrant, 17-11-2007
Pim Reinders, Thera Wijsenbeek e.a.: Koffie in Nederland. Vier eeuwen cultuurgeschiedenis. Walburg Pers: Zutphen 1994
Frank Renout: ‘Snacks van sterrenkoks’, De Standaard Magazine, 19-9-2009
Reportage: Starbucks arriveert’
Gerard Reve: Op weg naar het einde. Van Oorschot: Amsterdam 1983
Gerard Reve: ‘Rietsuiker’, in: Een Eigen Huis. Elsevier/ Manteau: Amsterdam/ Brussel 1979, 81-84
Marc Reynebeau: Struikelend door het leven. Verbeelde herinneringen. Lannoo: Tielt 2008
Gretchen Reynolds: ‘How Coffee Can Galvanize Your Workout’, New York Times, 14-12-2011
Wolfgang Riepl: ‘AB InBev-topman Carlos Brito verdient bonus van 133 miljoen euro’, Knack, 9-3-2012
Jelle van Riet: ‘Waarom moet je kiezen als je 24 bent?’, De Standaard Magazine, 6/7-9-2008
Jelle van Riet: ‘Een potje kaffie’, De Standaard Magazine, 10-1-2009
Kim De Rijck: ‘Senseo is geen uitzondering’, in De Standaard, 25/26-4-2009
Tjalie Robinson: Schrijven met je vuisten. Brieven. Bezorgd en ingeleid door Wim Willems. Prometheus: Amsterdam 2009
Daniël Robberechts: Dagboek ’66-’68. Kritak: Leuven 1987
Roddelbladen: ‘Johnny’s sekscapade en Bea’s bedjes’, Nu.nl , 13-2-2009
Roddelbladen: Domme Dries en blote BN-jurkenparade’, Nu.nl, 16-4-2010
Dirk-Jan Roeleven: Willem Wilmink. Dichter in de Javastraat (2004)
Willy Roggeman: Betoverende Katastrofe. Kroniek van een polychroom eremiet. het balanseer: Aalst 2008
Filip Rogiers: Buurtpatrouille. Hoe Vlaanderen aan een nieuwe eeuw begint. Meulenhoff / Manteau: Antwerpen/ Amsterdam 2004
Ed Romein, Marc Schuilenburg en Sjoerd van Tuinen (red.): Deleuze compendium. Boom: Amsterdam 2009
Chris Van Rompaey: ‘Het nut van koffieprut’, de Zondag met Gazet van Antwerpen, 27-1-2007
http://www.roode-pelikaan.be/
http://www.roodepelikaan.nl/
Lucas Rosenblatt, Judith Meyer en Edith Beckmann: Koffie. Geschiedenis, teelt, veredeling. Met 60 heerlijke koffierecepten. Vert. Anda Witsenberg. I.s.m. Novib, Den Haag. Fontaine: Abcoude 2003
Milou van Rossum: ‘Scherper kunnen de contrasten in een leven nauwelijks zijn. ALEK WEK 30 ontvluchtte de burgeroorlog in Soedan en werd een van de succesvolste modellen van haar generatie’, de Volkskrant, 15-11-2007
Joseph Roth: ‘Ik ben een wandelaar’, in Raster 78/1997
Aldo Rossi: Wetenschappelijke autobiografie. SUN: Nijmegen 1994
Jacques Roubaud: Iets donkers. Keuze, vertaling en nawoord van Jan H. Mysjkin. Poëziecentrum: Gent 1986
Theo Ruyter: ‘De vrome leugens van de Hollandse hulp’, in de Volkskrant, 22-11-2008
Ruzie over dure koffie’, Trouw, 7-8-2010

Oliver Sacks: Ontwaken in verbijstering. Awakenings. Meulenhoff: Amsterdam 1987
Edward W. Said: Oriëntalisten, vertaald uit het Engels door Wiecher Hulst, met een nawoord van Sjoerd de Jong. Mets & Schilt / Standaard: Amsterdam/Antwerpen, 2005
Tomaz Salamun: Woods and Chalices. Translated from the Slovenian by Brian Henry and the author. Harcourt: Orlando enz 2008
William Saletan: ‘Hegemoron. Sarah Palin's ignorant imperialism’, Slate, 19-4-2010
Filip Salmon: ‘Melanie Nunes. Barista (24)’, De Standaard Magazine, 10-1-2009
Henry Samuel: ‘McDonald's restaurants to open at the Louvre’, Daily Telegraph, 4-10-2009
Johan Sanctorum en Frank Thevissen (red.): Media en Journalistiek in Vlaanderen - kritisch doorgelicht. Van Halewyck: Leuven 2009
Bertin Sanders: ‘Rombouts: meer dan een kopje troost’, Jobat 3-7-2010
Sara Lee brengt DE International naar beurs’, 2-3-2012
Sara Lee wint slag van Nestlé in “cupoorlog”’, de Volkskrant, 23-8-2010
Saskia Sassen: Globalisering. Over mobiliteit van geld, mensen en informatie. Samengesteld en ingeleid door René Boomkens. Van Gennep: Amsterdam 1999
David Sax: ‘Destination: LAPTOPISTAN’, New York Times, 3-12-2010
Mark van der Schaaf: ‘Nespresso-flarf’
Koen Van der Schaeghe: ‘Barista. De smaakmaker van koffie’, BO Magazine jrg 5, nr 27
Alfred Schaffer: Geen hand voor ogen. Bezige Bij: Amsterdam 2004
Alfred Schaffer: Schuim. Bezige Bij: Amsterdam 2006
Simon Schama: Overvloed en onbehagen. De Nederlandse cultuur in de Gouden Eeuw. Contact: Amsterdam 19983
‘Schenk nog maar eens bij’, Metro, 9-11-2011
Christophe Schmidt: ‘Compost, zwart goud van de toekomst’, Trouw, 3-12-2011
Jowi Schmitz: Kus van je zus. Cossee: Amsterdam 2007
‘Scholen moeten niet betalen voor koffie leerkrachten’, De Standaard, 1-3-2007
Broer Scholtens: ‘Zes bakken per dag? Geen probleem!’, de Volkskrant, 8-11-2008
Nico Schoofs: ‘Straffe madam, made in Nicaragua’, Vacature, 2-5-2009
Merlijn Schoonenboom: ‘In symbool van de vooruitgang huist nu een Starbucks-filiaal’, de Volkskrant, 3-10-2009
Arthur Schopenhauer: In de tuin der letteren. Over de kunst van het schrijven. Vertaald en ingeleid door Hans Driessen. Wereldbibliotheek: Amsterdam 2008
Henk Schol: ‘Al vijfentwintig jaar gezelligheid met Aad Ouborg’, BN/De Stem (17-12-2008)
Broer Scholtens: ‘Veel koffie goed voor een mens’, de Volkskrant, 17-6-2008
‘Schoonheid op grootmoeders wijze. Cosmetica voor doe-het-zelvers’, in Metro, 26-5-2011
Rob Schouten: ‘Een geur van tijm’, Trouw, 29-10-2010
Theo Schuyt en Pamala Wiepking: ‘Geven doet de gulle gever zelf veel plezier’, de Volkskrant, 09-08-2010
Schweigt stille, plaudert nicht’
Roger Scruton: Waarom cultuur belangrijk is. Vertaald door Jabik Veenbaas. Nieuw Amsterdam: Amsterdam 2008.
Khalid Sellam, ‘Starbucks komt naar België’, Het Nieuwsblad, 13-3-2008
7 Drinks of Mankind: Coffee’, 20-12-2005
Amartya Sen: Vrijheid is vooruitgang. Vertaald door Tijmen Roozenboom en Ralphien Boissevain. Contact: Amsterdam/ Antwerpen 2000
Richard Sennett: The Fall of Public Man. Faber and Faber. London/Boston: 1986
http://www.senseo-sarista.com/
17 Things You Didn’t Know About Coffee’
Daan van Seventer: ‘Einde van de koffieautomaat’, de Volkskrant, 23-3-2007
http://www.sexxyespresso.com/
Ron Silliman: the Alphabet. University of Alabama Press: Tuscaloosa 2008
S. Silverman: ‘Ziekte van Menière’
Kristof Simoens: ‘Zij kiest het bed, hij de auto. Onderzoek naar man-vrouwverhoudingen in aankoopbedrag’, De Standaard, 30-4-2011
http://www.simonlevelt.nl/
Simon Levelt Magazine voor bij de koffie & thee
Het Simplisties Verbond: Op Hun Pik Getrapt. De Vierde Langspeelplaat Van Het Simplisties Verbond, 1980
Stefan Sirucec: ‘EXCLUSIVE (Update): Palin's Tea Party Crib Notes’, Huffington Post, 7-2-2010
Karin Sitalsing: 'De kracht van koffiedaten', de Volkskrant, 4-3-2010
Sarah Skidmore: ‘Starbucks is dropping its name from its logo. Coffee giant to beging using it in March as part of 40th birthday celebration', 5-1-2011
Slimme mensen gaan later slapen’,
Pauline Slot: De inwendige. Arbeiderspers: Amsterdam 2007
Peter Sloterdijk: Kritiek van de cynische rede. Vertaald door Tinke Davids. Arbeiderspers: Amsterdam 19922.
Peter Sloterdijk: Woede en tijd. Een politiek-psychologisch essay, Vertaling Hans Driessen, SUN: Amsterdam 2007
Will Smale: ‘George Clooney's favourite coffee’, BBC News, 5-3-2009
Emmeke Smit: ‘Revolte: betalen bij Starbucks met je iPhone’, Welingelichte kringen, 20-1-2010
Wilfred Smit: Verzameld werk. Athenaeum–Polak & Van Gennep: Amsterdam 1983.
Ewald Smits: ‘Sterrenstatus Starbucks verbleekt’, Sync, 14-1-2008
Kees Snoek: E. du Perron. Het leven van een smalle mens. Nijgh & Van Ditmar: Amsterdam 2005
Aletha J. Solter: De taal van het huilen. Positief omgaan met huilen en boosheid van baby’s en kinderen tot 8 jaar. De Toorts: Haarlem 2000
Maartje Somers: ‘De vloeibare hamburger. Hoe het cleane buurtcafé Starbucks uitgroeide tot een ordinaire fastfoodketen’, NRC Handelsblad, 11-7-2008
Susan Sontag: Herboren. Dagboeken en aantekeningen 1947-1963. Bezorgd door David Rieff. Vertaling Joris Vermeulen. Bezige Bij: Amsterdam 2009
George Soros: Globalisering. Vertaling Hans van den Broek. Contact: Amsterdam/ Antwerpen 2002
Karin Spaink: ‘De koffie is klaar XL, november 1992’
Age Span: ‘Docenten kunnen zelf boeken maken’, Trouw, 12-08-2008
speculaas / speculoos’
Speculoospasta’, 4-4-2008
Art Spiegelman: Maus. Vertelling van een overlevende. Vertaling Jessica Durlacher. Oog & Blik: Amsterdam 19963
‘Spijs voor slimmeriken’, Metro, 19-5-2011
Alex Spillius: ‘US midterms: Coffee Party emerges to take on the Tea Party’, Telegraph, 26-10-2010
Erik Spinoy: ‘Maakt het prijzencircus de literaire kritiek monddood?’
Damien Spleeters: ‘Weg met de professionele politici. Terug naar het volk’, Apache, 03-11-2010
Eva Maria Staal: Probeer het mortuarium. Nieuw Amsterdam: Amsterdam 2007
Jonas Staal: ‘Occupy Beursplein? … Occupy Starbucks!’, Joop, 2-3-2012
Adele M. Stan: ‘Tea Party Nation Prez Wants to “Rewrite” Constitution; Thinks Allowing Only Landowners to Vote “Makes Sense”’, 3-12-2010
Starbucks bedenkt zich: toch maar geen kevers in drankjes’, AD, 20-4-2012
Starbucks opent in Antwerpen eerste zaak in Belgische stad’, De Morgen, 23-2-2010
Starbucks Corporation’
‘Starbucks komt met eigen oploskoffie’, de Volkskrant, 13 februari 2009
Starbucks komt naar Centraal Station Antwerpen’, De Morgen, 10-8-2009
Starbucks, monoculture, and American Imperialism’, 3-5-2004
Starbucks opent zaak in Brussel-Centraal’, De Standaard, 13-11-2010
Starbucks verovert theeminnend India’, De Standaard, 13-1-2011
‘Starbucksklanten besparen op koffie’, De Standaard, 24-4-2008
Starbucks Refines Its Entertainment Strategy Existing Key Strategic Relationships Remain in Place’, 24-4-2008
Starbucks sees its profits triple’, BBC News, 20-1-2010
‘Starbucks sluit 600 filialen in VS’, De Morgen, 2-7-2008
Starbucks vs. gratis koffie op het werk’
Paul van der Steen: ‘Met de tijd worden politici loslippiger’, Trouw, 20-11-2009
Henk Steenhuis: ‘Trend: de koffiebar waar je staat’, Welingelichte kringen, 25-8-2010
Hans Pieter van Stein Callenfels: ‘Twitter: veel gekwek en af en toe wereldnieuws’, de Volkskrant, 5-2-2009
Hans Pieter van Stein Callenfels en Sara De Sloover: ‘Niet teveel op de ander letten’, de Volkskrant, 30 maart 2010
Florian Steiner: Den feinen Unterschied entdecken. Oder: Warum Sie in Zukunft Ihre Kaffeetasse auslecken werden. Heidelberg [brochure z.j.]
George Steiner: De idee Europa. Vertaald door Peter Bergsma, met inleidend essay van Rob Riemen, Nexus Instituut: Tilburg, 2004
http://tob.stephanfrank.nl/lang/nl/category/verse-koffie/
Katrien Steyaert, Klaar Wauters, Dieter Vanden Storm, Lieve Van de Velde, Marc Declercq, Kim Decraene: ‘Dit is hip in 2011’, De Standaard Magazine, 15-1-2010
Stichting De Kleine Aarde heft zichzelf op’, De Telegraaf, 11 nov 2010
Theo Stielstra: ‘Praatkoffie’ in De Volkskrant Magazine, 27-2-2010
Herman Stil: ‘Douwe Egberts wil eigen “experience” in centrum’, Het Parool, 24-10-12
Mustafa Stitou: Varkensroze ansichten. Bezige Bij: Amsterdam 2003
Anneke Stoffelen: ‘Een beetje barista maakt hartje van schuim’, de Volkskrant, 29-8-2008
Theo Stokkink: Herman Brood & his Wild Romance. De Gooise Uitgeverij: Bussum 1979
Bas van Stokkom: Wat een hufter! Ergernis, lichtgeraaktheid en maatschappelijke verruwing. Boom: Amsterdam 2010
Oliver Strand: ‘A Glossary of Coffee Terms’, New York Times, 9-3-2010
Oliver Strand: ‘New York Is Finally Taking Its Coffee Seriously’, New York Times9-3-2010
Oliver Strand: ‘The New Coffee Bars: Unplug, Drink, Go’, New York Times, 25-8-2010
Jan-Hein Strop: ‘Laat George Clooney maar kletsen over zijn cupjes’, De Pers, 2-4-2010
Ellen van Suchtelen: ‘Een sexy kop koffie’, Trouw, 11-5-2010
Jon Swaine: ‘US midterm elections 2010: Democrats accused of planting bogus Tea Party candidates’, Telegraph, 28-10-2010
http://www.swiebertje.tv/

‘Taaltrends’, Neder-L, no. 0711.a, 13 november 2007
John Tagliabue: ‘Coffeehouses as Fashion Boutiques; Selling Cachet by the Cup’, New York Times, 26-12-2006
Coen Tasman: ‘Louter kabouter’, mei/dec 2000
Matthew Taylor: ‘Tony Blair pledges book proceeds to Royal British Legion’, The Guardian, 16-8-2010
Peter Teffer: ‘Verhagen twittert: “Kop koffie met Clinton”’, NRC Handelsblad, 31 maart 2009
Jan Terlouw: Oorlogswinter. Lemniscaat: Rotterdam, z.j.18 (1972).
Peter Terrin: ‘De God Denkbaar’, Knack, 17-11-2009
‘The Trojan Coffeepot’, de Volkskrant, 16-6-2011
Toespraak van Prinses Máxima, 24 september 2007, bij de presentatie van het WRR-rapport Identificatie met Nederland, Den Haag’
John Thorn: Koffie. Alle informatie voor de liefhebber. Vert. Ireen Niessen. Librero: Hedel 1999
Jeroen Thijssen: ‘Een koele opkikker, maar dan het liefst van eigen maaksel’, Trouw, 19-5-2007
Tomas Tranströmer: De herinneringen zien mij. Verzamelde gedichten / memoires. Vertaling en nawoord Bernlef. Bezige Bij: Amsterdam 2011
Ilija Trojanow & Juli Zeh: Aanslag op de vrijheid. De veiligheidswaan, de controlestaat en de aantasting van de burgerrechten. Vertaald uit het Duits door Hilde Keteleer. De Geus: Breda 2010
Jan Tromp: ‘Beteugeling kan geen kwaad’, de Volkskrant, 13 oktober 2007
Aleid Truijens: Vriendendienst. Cossee: Amsterdam 2007
Kurt Tucholsky: De Pruisenhemel. Keuze en vertaling Peter Kaaij. Meulenhoff: Amsterdam 1972

Dubravka Ugresic: Niemand thuis. Uit het Kroatisch vertaald door Roel Schuyt. De Geus: Breda 2007
‘Uitsluiting zorgt voor koude rillingen’, Metro, 19-9-2008
http://www.unilever.nl/onzemerken/etengenieten/meerartikelen/magnumnieuwsvoorchocoladeenkoffiefans.asp
UPDATE Homo's in leger VS mogen uit kast’, Joop, 18-12-2010

rv: ‘“De laatste liefde van mijn moeder”: Dimitri Verhulst over zijn nieuwe roman’, Humo, 23-08-2010
‘Vaker kanker door heel hete thee’, NRC Handelsblad, 31 maart 2009
John Vandaele: De stille dood van het neokapitalisme. De nauwe schoentjes van de mondialisering. Houtekiet: Antwerpen/Amsterdam 2007
John Vandaele: ‘De valkuil van de hulpdiscussie. Enkele actuele bedenkingen bij 50 jaar ontwikkelingshulp’, MO 69 (nov 2009)
Sarah Vankersschaever: ‘“Mijn moeder kent meer kunstenaars dan ik”. De jager-verzamelaar in Wim Delvoye’, De Standaard, 18-9-2010
Toon Vanlaere: De rok van de archeologe. P: Leuven 2006
Peter Vantyghem: ‘Witte gè da dan nie?’, De Standaard, 28-9-2009
Peter Vantyghem: ‘“Een spontane vonk is genoeg” Roland speelt de blues met Helmut Lotti’, De Standaard, 7-6-2012
Ine Veen, geciteerd van: http://www.martijn.org/page.php?id=1172007
Maaike Veen: ‘Vaste voet op Britse bodem’, Trouw, 29-10-2008
Maaike Veen: ‘Koffietent is het nieuwe kantoor’, Trouw, 5-11-2008
Menno van der Veen: Welkom in Youtopia. Boom: Amsterdam 2010
Thomas von Vegesack: De intellectuelen. Een geschiedenis van het literaire engagement 1898-1968. Vertaald door Petra Broomans en Wiveca Jongeneel. Meulenhoff: Amsterdam 1989
Anne Vegter: Het recht op fatsoen. KVS: Brussel 1996
Anne Vegter: ‘Lichtheid van de nacht’, 2005
Anne Vegter: Spamfighter. Querido: Amsterdam 2007
Tessel in ’t Veld: ‘Dit kost een kop koffie een krant en een Big Mac in verschillende wereldsteden’, Welingelichte kringen, 11-10-2012
Katrien Van de Velde: ‘Slaap is geld waard’, De Tijd, 13-6-2007
Lieve Van de Velde: ‘Belgische muzikanten te koop!’, De Standaard, 18-12-2010
Daniel van der Velden: ‘Een sexy hek om Nederland’, NRC Handelsblad, 12-6-2009
Olav Velthuis: ‘Beeld hulpindustrie van Afrika is beledigend. Interview William Easterly’, de Volkskrant, 15-9-2007
Joost van der Ven: Roze is een kleur. Zoektochten naar een eend in Myanmar. IJzer: Utrecht 2007
Karin Veraart: ‘Er zit bij die twee ook een afwijking’, de Volkskrant, 29 september 2006
Veranderend klimaat: koffieteelt in Oeganda’, de Volkskrant, 15-12-2008
Antoine Verbij: Tien rode jaren. Links radicalisme in Nederland 1970-1980. Ambo: Amsterdam 2005
Antoine Verbij: ‘Koffiemaker Tchibo brandt zijn vingers aan nazileus’, Trouw, 15-1-2009
‘Vergaderen in Thalys’, Spoor, 2012/3
Paul Verhaeghe: ‘De effecten van een neoliberale meritocratie op identiteit en interpersoonlijke verhoudingen’, Oikos 56, 1/2012
Karel Verhoeven: ‘Koopgeluk ligt voor het grijpen’, De Standaard Weekend, 15-12-2007
Guy Verhofstadt: ‘Claus hield ons een spiegel voor van het leven’, Metro, 20-3-2008
Verkade chocolade wordt fair trade’, 9-7-2008
Verkoop biologisch voedsel stijgt harder dan ooit’, Trouw, 20-12-2010
Peter Vermaas: In God We Trust. Geloven in Amerika. Ambo: Amsterdam 2008
Elise Vermeeren: ‘In de nieuwe “concept store” van Starbucks is koffie geen pauzenummer’, de Volkskrant, 9-3-2012
Dirk Vermeiren: ‘Soms lijkt het hier wel The Truman Show. Met Annelies Verbeke in Istanbul’, De Standaard Magazine, 29-1-2011
Paul Verrept: De dag dat mama even tijd had voor een kopje koffie. Afijn: Hasselt 2003
Katrien Verreyken: ‘Spellingversie 6.2 is in aantocht!’, Universiteit Antwerpen 02 (december 2011)
Wouter Verschelden: ‘Hufterig’, De Morgen, 14-4-2012
Hans Vervoort: Het bedrijf. Deel 1 Opwinding. Nijgh & Van Ditmar: Amsterdam/Antwerpen 2007
‘Verzet tegen taks op koffie in leraarskamer’, De Standaard, 1-3-2007
Verzetsheld’ (vertaling interview Lars-Olav Beier en Martin Wolf met Paul Verhoeven voor Der Spiegel), Knack, 4-12-2006
Ivo Victoria: ‘Hey. Hoi. Yo. Hoe gaat-ie. Doei. Dag. Hoe istie’, 27-3-2006
http://www.vilt.be/
Armelle Vincent: ‘Les Tea Party, au grand bazar de la droite extrême américaine’, 09-04-2010
Jaffe Vink: Hollandse stellingen. Augustus: Amsterdam/Antwerpen 2008
‘Vis-uiensoep op smaak gebracht met koffie’, Haags Straatnieuws #52010
Rudi Visker: Vreemd zijn en vreemd blijven. Filosofie van de multiculturaliteit. SUN: Amsterdam, 2005
Arjan Visser: ‘Henk van Ulsen / Steeds weer die IJssel’, Trouw, 17-2-2007
Vlaams Belang wil Vlaamse Tea Party worden’, De redactie, 28-11-2010
Annelies Vlaanderen: ‘Poëzie heeft wel iets weg van oploskoffie’, BN/De Stem, 1-8-2007
Simone van der Vlugt: ‘Dinsdag 20 april 2010’
Bert Voet: ‘De kop vol koffie’, De Tijd. Bestedingen nr.78, 6-6-2007
Jacq Firmin Vogelaar: Raadsels van het rund. Operaties 2. Bezige Bij: Amsterdam 1978
Simon Volkov: Sjostakovitsj en Stalin. De kunstenaar en de tsaar. Vertaald door Henne van der Kooy. Arbeiderspers: Amsterdam/ Antwerpen 2005
De voordelen van de globalisering’
Jan Vorstenbosch: Voetbalgek. Bespiegelingen van een filosoof. Lemniscaat: Rotterdam 2010
Kurt Vossaert: ‘Mieren bestrijden via verschillende manieren’
Kees de Vré: ‘Groeien om te overleven’, Trouw, 29-10-2008
Kees de Vré: ‘Paddestoel van prut smaakt niet naar koffie’, Trouw, 19-11-2012
Frank van Vree: ‘Digitaal panopticum’, De Groene Amsterdammer, 13-06-2012
Vrienden nemen feestelijk afscheid van Shaffy’, de Volkskrant, 8-12-2009
Cora de Vries: De negen maanden van de zwangerschap. Spectrum: Utrecht 19942
Herman Vuijsje: Correct. Weldenkend Nederland sinds de jaren zestig. Contact: Amsterdam/Antwerpen 1997
Jeroen Vullings: Meegelokt naar een drassig veldje. Literatuur in verandering. Augustus: Amsterdam/Antwerpen 2003
Jeroen Vullings: ‘Wat kapot kan moet kapot’, Vrij Nederland, 11-04-2009

Merijn de Waal: ‘“Veryupping” koffieboon redt arme koffieboer’, NRC Handelsblad, 22-9-2007
Peter de Waard: ‘Nederland is saai’, de Volkskrant, 13-10-2007
Peter de Waard: ‘Facebook-oprichter gaat helft vermogen weggeven’, de Volkskrant, 10-12-1010
Waardevriend: ‘Fairtrade voor iedereen’, 31-7-2007
Bert Wagendorp: ‘Die dekselse Belgen hebben óns bij de poot gehad’, De Morgen, 14-04-2012
Richard Wall: Wittgenstein in Ireland. Reaktion Books: Londen 1999 [Google Books]
Günter Wallraff: Heerlijke nieuwe wereld. Vertaald uit het Duits door René van Veen. Ambo: Amsterdam 2010.
Günter Wallraff: ‘“We vallen allemáál in slaap achter het stuur”. Lastpakjes. Undercover bij het koeriersbedrijf GLS’, De Groene Amsterdammer, 16-8-2012
http://www.hetwarmwater.be/guppy/articles.php?lng=nl&pg=7
Warme koffie bij het typen’, Het Parool, 23-4-2010
‘Warme troost’, Standaard Magazine, 26-4-2008
Wat je moet weten over de index’
Klaar Wauters: ‘De baas in huis. Het nieuwe thuiswerken’, De Standaard, 16-10-2010
Wdb: ‘Nieuw: drink eens koffiebier’, De Standaard, 25-10-2012
http://www.werkfruit.nu/
Michaele Weissman: ‘Something's Brewing in Office Coffee’, Washington Post, 13-7-2005
Michaele Weissman: ‘SMALL BUSINESS; A Coffee Connoisseur on a Mission: Buy High and Sell High’, The New York Times, 22-6-2006
Wereldwijd hebben 500 miljoen boeren honger’, de Volkskrant, 22-10-2010
Erich Wichman: Het witte gevaar. Over melk, melkgebruik, melkmisbruik en melkzucht. Een ketterij tegen “De goden dezer eeuw”. Leiter-Nypels: Maastricht 1928
Wie krijgt wat van uw kopje koffie?’
Tjeerd Wiersma: ‘Starbucks met NS op stations’, De Pers, 15-8-2008
Menno Wigman: Red ons van de dichters. Prometheus: Amsterdam 2010
Nachoem M. Wijnberg: De expeditie naar Cathay. Bezige Bij: Amsterdam 1991
Juan Williams: ‘Tea Party Anger Reflects Mainstream Concerns. Dissatisfaction with the economy and the country's direction cuts across racial lines’, Washington Post, 2-4-2010
Marije Willems: ‘Douwe Egberts vandaag naar de beurs – koers opent op 8 euro’, NRC, 12-6-2012
Janneke Willemse: ‘Straks kopen we ons bakkie bij de koffiejuwelier’, Welingelichte Kringen, 12-6-2012
Wim: ‘Lekkere oploskoffie’, De Wereldfietser, 28-8-2012
‘Win elke dag Nespresso Machine’, De Morgen, 11-12-2007
Silvia Witteman: ‘Reflex’, Volkskrant Magazine, 17-5-2008
http://nl.wikipedia.org/wiki/BRIC
http://nl.wikipedia.org/wiki/De_Collega's
http://nl.wikipedia.org/wiki/Geertruidenberg_(plaats)
http://nl.wikipedia.org/wiki/Jan_Derksen_(wielrenner)
http://en.wikipedia.org/wiki/Frappuccino
http://nl.wikipedia.org/wiki/Krokettenmotie
http://nl.wikipedia.org/wiki/Swiebertje
http://www.winstonchurchill.org/i4a/pages/index.cfm?pageid=388
Ludwig Wittgenstein: Colleges over ethiek, esthetica, psychologie en religieus geloof. Vertaling Henriët Plantinga, inleiding H.G. Hubbeling. Boom: Meppel/Amsterdam 1979
Ludwig Wittgenstein: Filosofische onderzoekingen. Vertaling Maarten Derksens en Sybe Terwee. Boom: Amsterdam 20022
‘WNF: Grote merken verkopen koffie uit Indonesisch reservaat’, de Volkskrant, 17-1-2007
Naomi Wolf: ‘The Palin Charade’, 28-9-2008
Monika Wolkers: ‘Twitter- de stemmingmeter (van de bevolking)’, de Volkskrant, 6-8-2010
World Heritage Committee inscribes five new sites in Colombia, Sudan, Jordan, Italy and Germany’, Unesco, 25-6-2011
Jonathan Wright: De Jezuïeten. Missie, mythen en methode. Vertaald door Ton Heuvelmans. Bert Bakker: Amsterdam 2004
http://woordenlijst.org/erratalijst/

Tom Ysebaert: ‘Bibendum wijst al een eeuw de weg’, De Standaard, 14/15-8-2010

Fareed Zakaria: De wereld na Amerika. Vertaald door Pieter van Huizen. Contact: Amsterdam 20092
Renate van der Zee: ‘Stine Jensen. Zelfportret’, HP/De Tijd, 22-6-2007
Zeg het: boter of kaas?’, De Redactie, 17-08-2010
Aya Zikken: Bizarre wereld. Atlas: Amsterdam/Antwerpen 2007
Slavoj Žižek: Eerst als tragedie, dan als klucht. Vertaald door Ineke van der Burg. Boom, Amsterdam 2011
Slavoj Žižek: Geweld. Zes zijdelingse bespiegelingen. Vertaald door Ineke van der Burg. Boom, Amsterdam 2009
Slavoj Žižek: ‘In You More Than Yourself. The revolutionary potential of the Internet is far from self-evident’, In These Times, 26-1-2007
Slavoj Žižek: Pleidooi voor intolerantie, vertaling Jan Willem Reitsma. Boom, Amsterdam 1998
Slavoj Žižek: Welkom in de woestijn van de werkelijkheid. Vertaling Ineke van der Burg. SUN: Amsterdam 2005
Joost Zwagerman: Langs de doofpot. Arbeiderspers: Amsterdam 1987
Simon Zwartkruis: ‘Hoezo Jaap Stam terug naar Manchester United?’, VI, 27-10-2008
Stefan Zweig: Die Welt von Gestern. Erinnerungen eines Europäers. Bermann-Fischer Verlag: Stockholm 1947