vrijdag 22 december 2017

De ware marsrichting. Opinismen (2017)


isbn 978-90-79202-50-8, 352 blz.
Boekverzorging Stéphane de Schrevel




Op 18 juni 2016 meldde nrc Handelsblad onder een opiniestuk: ‘Dit is de voorlaatste column van Bas Heijne dit jaar. Na de zomer zal hij andere projecten ter hand nemen, om op 1 januari weer terug te keren.’ Service voor lezers die vertrouwd waren geraakt met Heijnes wereld. Sinds 1991 verdient hij zijn brood voor nrc, sinds 2001 ook als wekelijks columnist.
Dat er van ‘andere projecten’ sprake is, bekrachtigt een professioneel bestaan naast de krant. Heijne was op de televisie presentator van Zomergasten. En van De volmaakte mens, uit welke serie hij bovendien een bloemlezing puurde. Verder verzorgde hij inleidingen, voorwoorden en interviews over kunst en cultuur, soms omgewerkte lezingen. In het verlengde van zijn studie Engels publiceerde Heijne tevens vertalingen.
En scheppend werk? De roman Laatste woorden uit 1984 was Heijnes eerste boek. Daarna wierp hij zich op reisverhalen en publiceerde nog één roman (zijn debuut herschreef hij). Maar columns vormen de hoofdmoot. Van stonde af, al toen hij voor Vrij Nederland schreef, heeft Heijne dat efemere genre ondergebracht in verzamelbundels. Hij herschikte ze in afdelingen, zodat er logica en eenheid in zijn denken kwam. Een vroeg sofisme heette immers: ‘Een column is op z’n hoogst een poor man’s essay’.
Terwijl hij in 2016 aan andere projecten werkte, werd Heijne de prestigieuze P.C. Hooftprijs toegekend, in de categorie ‘beschouwend proza’. Zijn dat essays? Wat in de ondertitels van Heijnes meeste bundels zo heet, was eerst een krantenstuk. En uit de toelichting van de jury – ‘hij volgt de hedendaagse cultuur op een geëngageerde manier’ – bleek dat vooral de opiniemaker bekroond was.
Arme Plato! De P.C. Hooftprijs was lang een overheidsbesogne. Maar de denker die gerekend wordt tot de grondleggers van de westerse beschaving, had literatuur juist buiten de staat willen houden. Rond 380 voor Christus al te ondermijnend. De antieke filosofie was sowieso een zelfverklaarde vriend van de waarheid en dus een vijand van de mening die columnisten brengen. Hun gewraakte doxa zou als een gifstof doordringen tot de ziel en haar van zichzelf vervreemden.

Een schrijver die op zijn sterfbed voor het karretje wordt gespannen van journalisten en politici. Wetenschappers die een encyclopedie optuigen voor stemming makende ideeën. Literatoren die schitteren door afwezigheid in het enige debat dat de samenleving recent gespleten heeft. Zulke kwesties behandelt De ware marsrichting.
In essays die zowel apart als in samenhang te lezen zijn, reconstrueert Marc Kregting waarover de Lage Landen zich tussen 2008 en 2016 druk hebben gemaakt. Hij onderzoekt ook hoe media en het uitgeefbedrijf daarin meespeelden. Het begrip ‘vrije meningsuiting’ blijkt even dynamisch als ‘censuur’, die steevast door de tegenpartij wordt uitgeoefend.
De opinie-industrie heeft filialen in kranten, weekbladen, sites, blogs en sociale media. Nergens is geen oordeel vellen een optie. Toch passeren zelfs de laaiendste meningsverschillen zelden het stadium van de binnenbrand. Worden daarom feiten bijna meteen vertekend?
Met een hartstochtelijk geduld wikkelt Kregting per debat de draad af en hij pleegt vivisectie op onbelicht nieuwsmateriaal. Voor de raadselachtige tijdgeest verkiest hij citaat boven parafrase. Zo toont De ware marsrichting het schandaal van het georganiseerde misverstand.


Een boek als dit bestond nog niet.  (…) denkbewegingen worden nooit samengevat, zodat ze evenmin – samen met de werkelijkheid waarnaar ze verwijzen – gereduceerd worden. Het nadeel is dat de boeken van deze auteur etiketten opgekleefd krijgen die oscilleren tussen ‘wat wil hij nu eigenlijk zeggen?’ en ‘ik snap er geen bal van’; het voordeel is dat de lezer het haast oneindig aantal verwante elementen dat wordt aangereikt, zelf tot een vermoeden van waarheid kan samenstellen. Wat De ware marsrichting op die manier veertien jaar na Ze zijn niet van Jeremia bijvoorbeeld duidelijk kan maken, is dat literaire uitgeverijen niet meer werkelijk bestaan, of dat ze alleszins machteloos geworden zijn. Voor auteurs kunnen ze nauwelijks nog iets betekenen (…) wie een beetje beroemdheid bezit, zal daarna alleen maar bekender worden; wie daarentegen niet gelezen wordt, verdwijnt steeds meer in de marginaliteit, terwijl al het waardevolle – ideeën, teksten, praktijken, identiteiten, overtuigingen en toekomstperspectieven – wat in de marge wordt ontwikkeld, bijna per definitie op een wegwerpgebaar (of erger) wordt onthaald. Daar bevindt zich dan ook de geëngageerde lading van dit boek: in de vaststelling, keer op keer, dat niets gelijk verdeeld is in deze wereld. (…) een totaaltekst, een wonderlijk en vaak ook humoristisch geheel, dat niet zozeer gecomponeerd als geïmproviseerd lijkt, met talloze overgangen die eerst de auteur krankzinnig doen lijken, en meteen daarna de werkelijkheid waarnaar ze verwijzen. (…) een haast perverse hypertrofie van deze conceptie van het essay, omdat Kregting voortdurend citeert en niet parafraseert, en de ordening nooit toestaat om een duidelijke figuur te vormen, wat overigens van een bijna bovenmenselijke beheersing getuigt. (...) het ontbindt het genre van het opiniestuk door het te behandelen als het lijk van het collectief gesprek waartoe onze samenleving nog in staat is, en het resultaat is een vooralsnog naamloos genre dat getuigt van vampiristische maar tomeloze vitaliteit.’ (Christophe Van Gerrewey, De Reactor)
‘Waar de viering van verschillende meningen op het eerste gezicht het gevolg lijkt van het einde van een overheersend wereldbeeld, is het opinisme juist de uiting van een specifieke ideologie – namelijk dat alle tekst content geworden is. Meningen functioneren als makkelijk te verhandelen waar, zonder dat de achterliggende (machts)structuur ooit aangevochten wordt. (…) Kregting brengt de verschillende meningen en machtscentra in kaart, ordent en weegt de standpunten tegen elkaar af. Door de overvloed aan opinies – zowel op gedrukt papier als op het scherm – moet dat monnikenwerk zijn geweest. Ga er maar aan staan: een close reading van het internet en de daar heersende reageercultuur. Het resultaat is een voorbeeld van post-internetliteratuur – het soort teksten dat zonder het wereldwijde web niet had kunnen bestaan. (…) Wantrouwen ontvouwt Kregting bij het ontstaan en vooral het celebreren van gelijkgezindheid – de titel van zijn boek kan niet anders dan sarcastisch worden gelezen. De vraag is vervolgens hoeveel ruimte er overblijft voor collectiviteit. Kunnen sommige politieke bewegingen of stromingen niet een – moreel gefundeerd – wereldbeeld uitdragen zonder dat er sprake is van een “marsrichting” (een verwijzing naar “de nieuwe marsrichting”, in de jaren 1930 verkondigd door de Vlaamse nationaal-solidarist en Verdinaso-leider Joris Van Severen)? Wat uiteindelijk overheerst bij het lezen van dit gifgroene compendium van meningen is bewondering: voor al het lees- en verzamelwerk, voor het spitten, schoffelen en graven, voor het tekstuele empirisme dat Kregting bedrijft. Want waar slaan al die overtuigingen op wanneer niemand nog de tekst van de ander aandachtig tot zich neemt? Marc Kregting heeft, door man en paard te noemen, in de hoop de achterliggende systemen bloot te leggen, van De ware marsrichting een intellectuele pageturner gemaakt.’ (Daniël Rovers, Ons Erfdeel)
‘Marc Kregting beent de opinie-industrie met onblusbare ijver en een vlijmscherp mes tot op het bot uit. Van sport tot politiek en van literatuur via beeldende kunst tot filosofie: Kregting wikt, weegt en oordeelt. Tegelijk kostelijke en onthullende lectuur voor al wie wil weten wie wordt vrijgepleit en wie ter dood veroordeeld’. (De Morgen)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.